Armeniërs in Hoogeveen
1993-04-23
Het is al weer enkele jaren geleden dat Saddam Hoessein uit Koeweit verdreven werd. Toch is de nasleep van de Golfoorlog nog steeds niet voorbij. De Koerden in het noorden en de shiïten in het zuiden van Irak worden nog steeds vervolgd en er is nog nergens uitzicht op redding, al doet de Nederlandse ex-minister Van der Stoel er alles aan om de aandacht van de Verenigde Naties op de gruwelijkheden van Saddam en op de door hem verdrukte volkeren gevestigd te houden.- Jaargang 37
- nummer 9
De Koerden en de shiïten staan aldus nog redelijk in de belangstelling.
Veel minder bekend is de verdrukking van de Armeniërs die in Irak leven. In 1990 kwam een aantal christen-Armeniërs naar Nederland. Na wat omzwervingen kwamen ze uiteindelijk in december 1990 in Hoogeveen terecht en hebben zich daar aangesloten bij de Nederlands Gereformeerde kerk. Hoe zijn ze daar terechtgekomen?
Hoe bevalt het hun?
Om een antwoord te krijgen op deze vragen bracht ik samen met Tineke van der Laan, die zich namens de gemeente Hoogeveen met de opvang van vluchtelingen bezig houdt en Eelke Dam, lid van de Nederlands Gereformeerde kerk van Hoogeveen, een bezoek aan de familie Avedisian.
Het gezin van Serob Avedisian vormt één van de families die in Hoogeveen zijn ondergebracht. Het bestaat uit vader, moeder, vijf broers en vier zussen. Op een winterse zaterdagmiddag maken we onze opwachting bij deze familie in hun Hoogeveense rijtjeshuis.
Tijdens het gesprek zijn vader Serob, moeder Mariam en hun twee zoons Aras en Vahi aanwezig.
Onderdrukt in Irak
Het interieur is als dat van een gemiddeld Nederlands gezin. Aan de muur hangt echter een prachtige plaat met het op kunstige wijze aangebrachte Armeense alfabet. Nadere beschouwing leert dat het bijna twee maal zoveel letters bevat als het Latijnse.
De afbeelding is vervaardigd door Aras, die tijdens het gesprek optreedt als woordvoerder van de anderen: hij beheerst de Nederlandse taal het best.
Hij en z'n jongere broers en zussen hebben meer Nederlandse kennissen dan hun ouders en hebben daardoor minder moeite de taal te leren.
Hoe zijn jullie eigenlijk in Nederland terechtgekomen?
"Wij woonden in noord-Irak in de stad Sacko" zegt Serob, "We hadden als christenen geen enkele vrijheid, alle minderheden worden in Irak onderdrukt.
Zeker als wat bekender wordt dat je een afwijkende mening hebt wordt het zwaar. Als je precies doet wat het regime wil dan gaat het wel goed. We zijn naar Nederland gegaan omdat we dan minder lang op ons visum hoefden te wachten dan wanneer we naar de 'Verenigde Staten of Australië waren gegaan. Voor die landen moet je zeker een half jaar op je visum wachten. Naar Nederland gaan was het gemakkelijkst." Opvallend is.dat ze niet te bewegen zijn tot verhalen over wat hun in Irak is overkomen.
Eerst kwamen ze in Almelo terecht, waar ze asiel hebben aangevraagd.
Vervolgens leidde hun weg via opvangcentra in Zuidlaren, Echten en Slag haren naar Hoogeveen, waar al een dochter van Serob en Mariam woonde.
In Hoogeveen kwamen ze in aanraking met Tineke van der Laan die namens de gemeente opvang en (gezins-) begeleiding van asielzoekers voor haar rekening neemt. Tineke: "Hoewel ik zelf Christelijk Gereformeerd ben heb ik contact gezocht met de Nederlands Gereformeerde kerk, met Eelke Dam.
Ik wist dat daar een groep mensen zit die deze mensen een warm kerkelijk thuis konden geven. In de Christelijk Gereformeerde kerk was de atmosfeer daar nog niet rijp voor."
Oost-Europa
Eelke Dam, lid van de Nederlands Gereformeerde kerk van Hoogeveen voelde zich meteên geroepen gehoor te geven aan de oproep van Tineke.
"Ik zat in die tijd in het Oost-Europawerk en was gewend aan het overbruggen van taalbarriéres en culturele verschillen. Bovendien leer je door de omgang met andere varianten van het christendom de rode draad en de kern van het evangelie goed zien."
Hoe was het voor de familie Avedisian om van een Oosters-Orthodox georiënteerde kerk in een gereformeerde te belanden? Was er sprake van een cultuurschok?
Serob: "Wij zien geen verschil tussen de Nederlands Gereformeerde kerk en de Oosters Orthodoxe. We hebben in Irak een heel belangrijke les geleerd: voor vijanden van het èhristendom maakt het niet uit of iemand protestant, katholiek of orthodox is. Het belangrijkste verschil is de kleding van de dominee en het feit dat de mensen geen kruis slaan, maar dat kun je ook in je hart doen. We voelen ons allemaal erg thuis in de kerk van Hoogeveen.
Negatieve verschillen zijn we niet tegengekomen. De bijbel blijft de bijbel en ook wat betreft antwoorden op allerlei ethische vragen zitten we meestal op één lijn. De gemeenteleden zijn belangstellend, komen veel op bezoek en zijn ons een grote hulp.
Iedere zondag worden we door gemeenteleden opgehaald en naar de kerk gebracht." Serob en Mariam kunnen vanwege de taalkloof nog niet deelnemen aan bijbelkringen en ander verenigingswerk, maar de kinderen zitten op de jeugdvereniging of een bijbelkring en hebben het daar naar hun zin.
Christelijk land
Willen jullie in Nederland blijven of te zijner tijd toch weer naar Irak vertrekken?
Serob: "Als Irak een christelijk land wordt willen we wel terug, anders niet." De kinderen volgen inmiddels allemaal een opleiding of gaan naar school en zijn zeer gehecht geraakt aan de vrijheid. Aras: "Hier ben ik niet verplicht te zeggen wat ik niet vind en ik kan meegaan met wie ik wil. In Irak moesten we dingen zeggen die we niet meenden. Maar desondanks kan ik nooit een 'echte' Nederlander worden; ik heb mijn geschiedenis. Toch wil ik graag blijven. Als ik hier trouwen kinderen krijg dan worden zij Nederlanders."
Wat merken jullie van de toenemende agressie tegen buitenlanders in Nederland?
Aras: "Daar merken we niets van hier in Hoogeveen. We hebben aardige buren en we hebben geen moeite vrienden te maken. Nee, met racisme hebben wij nog niet te maken gehad."
Wanhoop en spanning
Gaat het de familie Avedisian tegenwoordig goed, toen ze net in Nederland waren was dat anders. Tineke herinnert zich: "Eerst was er het wachten op de verblijfsvergunning. Ze moesten iedere maandag naar het politiebureau om zich daar te melden.
Voeg daarbij nog de verveling, de heimwee, de vreselijke herinneringen en het feit dat ze de Nederlandse taal nog verre van machtig waren en je kunt je voorstellen dat er een sfeer was van wanhoop en spanning. Daar kwam nog bij dat hun zoon Vahi nog in Irak zat toen de Golfoorlog uitbrak. Dat was echt een zware tijd. Toen zijn Eelke Dam en ik hier bijna iedere dag op bezoek geweest." Eind 1991 keren de zaken ten goede: in oktober komt de fel begeerde verblijfsvergunning en in november van dat jaar weet Vahi naar Nederland te ontkomen.
Onderlinge band
Eelke Dam voegt hier nog aan toe dat de kerk van Hoogeveen ook veel terug gekregen heeft. "Behalve dat de gemeente er een stel broeders en zusters bijkreeg, is ook de onderlinge band door de intensieve bemoeienis met de familie Avedisian versterkt. De ervaringen en de liefde die je terug krijgt hebben de gemeente gevoed.
We hebben ze geholpen met de inrichting van hun huis, met taalles en, vooral in het begin, met boodschappen doen op de markt. Je hoeft maar weinig te doen om toch veel voor de ander te betekenen en je krijgt er veel voor terug. Volgens mij zouden de kerken veel alerter moeten zijn op de komst van christen-asielzoekers in hun stad of dorp. Er valt zo veel te doen aan opvang en het is heel belangrijk dat deze mensen in een geloofsgemeenschap terechtkomen. Aan die alertheid ontbreekt het nog te veel."
Familie
Aan het slot van het gesprek wil Serob nog twee opmerkingen maken: "Wij zullen Tineke en de mensen van de kerk van Hoogeveen altijd dankbaar blijven voor alles wat ze voor ons gedaan hebben. Ze staan altijd voor ons klaar. Ze zijn onze familie. De les die we van onze ervaringen in Irak en in Nederland geleerd hebben zullen we niet vergeten: Wat christenen van verschillende kerken bindt is belangrijker dan wat hen verdeelt. Als iemand deze les in de wind slaat, is hij op de verkeerde weg."