Trouwdienst

1993-04-23
  • Jaargang 37
  • nummer 9
De kerk stroomde al aardig vol. Een geroezemoes van stemmen, van mensen die elkaar lang niet gezien hadden.
Kinderen die vol verwachting keken of de meester er al aan kwam.
Want vandaag trouwde hun meester.
Hoe zou hij eruit zien? En vooral: hoe zou zijn bruid er uit zien?
Vaak zitten er maar een paar rijen mensen in de kerk als er iemand trouwt. Hier was de hele gemeente bij elkaar gekomen. En zo hoort het ook; de hele gemeente óm het bruidspaar.
Er waren ook gasten. De buren van de bruidegom. Ze waren nog nooit in een kerkdienst geweest. Ze zaten er een beetje verloren bij. Iedereen kende elkaar. Zij hadden een beetje het gevoel dat ze er niet bij hoorden. Maar ze waren wel verbaasd dat er zo veel mensen waren.
Plotseling stopte het orgel. Twee meisjes begonnen op hun dwarsfluit te spelen. Psalm 150. Ondertussen liep het bruidspaar naar voren. Gelukkig niet onder de muziek van een of andere wereldse medley. Looft God met alle instrumenten die je maar kunt bedenken, want vandaag is het feest.
Daarna kwam de kerkeraad binnen.
Van een afstand leken het strenge heren. De meesten in het zwart. Zo te zien hadden ze stevig de wind eronder.
De ouderling van dienst gaf de dominee de hand. De dienst kon beginnen.
Er werd gezongen. De dwarsfluiten zwegen, het orgel was aan de beurt.
Er werd uit de Bijbel gelezen. Veel kerkgangers hadden een Bijbel bij zich. Niemand die even voor de aardigheid de gasten mee liet lezen. De rol pepermunt leek zelfs gereserveerd voor de eigen gemeenteleden en keerde bijtijds terug in de richting van de eigenaar. De dominee hield een stevige preek. Het formulier werd gelezen.
Bruid en bruidegom werden netjes met 'u' aangesproken. Zo stond het nu eenmaal in het formulier. Het bruidspaar beantwoordde de vragen uit het formulier. Na de slotzang werd de zegen uitgesproken.
De dienst was afgelopen, maar iedereen ging weer zitten. De kinderen kwamen naar voren. Ze vormden een flink kinderkoor. Uit volle borst werden een paar psalmen en gezangen voor de meester en zijn bruid gezongen.
Het was ontroerend mooi. Ook de dwarsfluiten lieten zich weer horen.
De kerkeraad kon tevreden zijn. Geen fluit en geen kinderkoor in de dienst zelf, want dat was men niet gewend.
En daar moest men ook maar niet aan wennen.
Na het optreden van het kinderkoor was het weer een geroezemoes van jewelste. De kerkgangers liepen schuifelend naar de uitgang, ondertussen druk pratend met andere mensen. De buren kenden verder niemand en vertrokken alleen in het winterse duister.
De dienst was in goede orde verlopen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief