Zo'n kind breng je toch niet weg?

1993-05-07
  • Jaargang 37
  • nummer 10
De moeder vertelde haar verhaal. Van het begin af aan had ze het gevoel gehad dat er iets mis was met haar zoon. Hij maakte van de nacht een dag en van de dag een nacht. Toen hij ging lopen, was het heel moeilijk om het gezin draaiende te houden. Hij zat overal aan en klom overal op. Niets was meer veilig voor hem. Als er even een deur open stond was hij naar buiten verdwenen. De moeder werd de gevangene van haar kind. Het oudere broertje en zusje konden niet meer thuis spelen en waren meestal bij de buren. Toen haar zoon 4 jaar oud was, ging het niet meer, Hij werd steeds agressiever. Bijna dagelijks sneuvelde er glaswerk of servies, er was al een paar keer een ruit gebroken, de radio en de televisie waren stuk en er zat nauwelijks meer behang aan de muur.
Vader kreeg problemen op zijn werk en moeder zag tegen iedere nieuwe dag op. "En hij was zo verschrikkelijk sterk, dat we hem met zijn tweeën vast moesten houden".

Ze hadden hem naar een inrichting gebracht. Een vreselijke dag was het.
Ze herinnerde zich nog de lucht, de wind, de geur van het land. Al die indrukken van haar zintuigen had de moeder als een foto opgeslagen in haar geheugen. Het hoofd van het paviljoen was optimistisch geweest. In de inrichting zouden ze wel voor hun zoon zorgen.
Ze waren wel ernstiger gevallen gewend.
Toch was het niet goed gegaan met de zoon. Ook op de inrichting hadden ze veel problemen met hem.
Hij verwondde zichzelf, bonkte met zijn hoofd tegen de muur en was vaak agressief. Soms werd hij urenlang opgesloten. Hij werd dus ook een ernstig 'geval'. Die ervaring deed opnieuw vreselijk veel pijn. De ouders vroegen zich af of ze hun zoon tóch niet thuis hadden moeten houden.
Maar ze zei er meteen achteraan: "Dat is je gevoel, met je verstand weet je dat het thuis echt niet ging en dat de andere kinderen ook geen leven hadden".

Toen werd de moeder even stil. "Maar het ergste was dat er mensen zeiden dat we hem nooit weg hadden moeten brengen. Dat daar de problemen door kwamen. We hadden immers beloofd dat we voor hem zouden zorgen? We wisten toch ook wel dat het ook heel lieve kinderen waren? En zo'n kind van 4 jaar breng je dan toch niet naar een gesticht? Ja, zo zeiden ze dat. En dat zeiden de mensen uit de kerk, de mensen waar we steun van hadden verwacht". Ze was even stil. Haar man gaf haar een zakdoek. Even later zei ze: "Er waren ook mensen die er wel begrip voor hadden. Er was een mevrouw die kwam helpen en die de boodschappen voor me deed. De dominee kwam vaak even langs en heeft echt geprobeerd ons te troosten. Zijn vrouw ving vaak de andere kinderen even op. En een jong gezin dat regelmatig insprong. Het is dus niet alleen maar negatief. Maar toch, de mensen die zeiden dat het onze schuld was dat het met onze zoon verkeerd ging.... dat vergeet je nooit meer. Nog steeds hoor ik die opmerkingen in mijn hoofd nagalmen als ik in de kerk zit. Ik heb wel eens gedacht dat er ik maar niet meer heen moet gaan..... Die mensen hebben het me in ieder geval wel moeilijk gemaakt."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief