Gelijke behandeling
1993-05-07
En nu is het zo dat de geboorte van het recht de dood van de vrijheid is en dat het recht de dochter van de wraak genoemd kan worden, maar ik heb overwogen dat het beter is een schuldige te redden dan een onschuldige te veroordelen.- Jaargang 37
- nummer 10
Koning Hollewijn.
Marten Toonder
Koning Hollewijn en de Worteltrekker. 52
Wetten als bescherming
Een van de meest indrukwekkende films die ik ooit heb gezien is een film over het leven van de Engelse jurist en kanselier van Engeland, Sir Thomas More. A man for all Seasons gaat over het leven in het 16e eeuwse Engeland, toen Hendrik VIII een nogal wispelturige monarch was, die haast routinegewijs zijn (al-of-niet wettige) gemalinnen naar het schavot stuurde en weer een volgende vrouw nam. Als Hendrik rond 1530 "van Kerk verandert", de Kerk van Rome de rug toekeert en zijn "eigen" Kerk begint, zodat hij onder andere ook weer legaal van ega kan wisselen, eist hij een eed van trouw van zijn onderdanen. Nagenoeg ieder doet dat ook, maar More weigert dat te doen en komt tenslotte om die weigering op het schavot. In de film gaat het om de vraag waarom Thomas More zich tenslotte, als katholiek martelaar, laat onthoofden. Stellig gaat het om een heel persoonlijke interpretatie van de regisseur, maar het is een blijft een bijzondere film. Misschien is regisseur Fred Zinneman ook niet altijd in het gezelschap van de historische feiten. Toch, een vim de opmerkelijke dingen in die film - en dat lijkt me historisch wel juist -is het vertrouwen dat de jurist More stelt in de wetten van het Rijk. Waar een aantal medestanders of ook tegenstanders meent dat een vorst naar believen oude wetten kan afschaffen en nieuwe instellen, is dat More's geloof niet. Op een gegeven moment barst More in een tirade uit tegen zijn schoonzoon en spreekt hij over het beschermende aspekt van de wetten. Hij zegt dan zoiets als dit: De wetten die anderen beschermen, ook de anderen met wie jij het niet eens bent, zijn ook de wetten die jou beschermen! "Ik zou liever Engeland van kust tot kust met wetten volplanten dan dat ik ze als bomen zou omkappen en daarmee ook zelf onbeschermd staan in dit land. "(Of ik helemaal letterlijk citeer weet ik niet, maar het komt wel in de buurt.) Ik heb vaak over die uitspraak nagedacht en ben geleidelijk aan tot de konklusie gekomen dat er veel waars in zit. Wetten zijn er tot bescherming van een ieder, inclusief van mij. Maar ook de normen en opvatting van de ander moeten worden beschermd.
De spanning van de twee Rijken
Tegelijk levert zo'n visie de nodige problemen op. Als burger van het Koninkrijk der hemelen heb ik mijn normen te ontlenen aan de Heilige Schrift, als burger van het Koninkrijk der Nederlanden heb ik mij te houden aan wat hier in dit land door de meerderheid der mensen juist wordt geacht. Binnen het kader van die "omgangsvormen" moeten we wetten hebben die ieder mens op toereikende wijze beschermen. Dat dat soms spanningen kan opleveren is buiten kijf. Dat ik me op zo'n punt als Christen soms verdeeld kan voelen eveneens. Dat er in dit land van alles gebeurt waarmee ik het niet eens ben, wie kan dat ontkennen? De Christelijke Kerk voorziet onze samenleving niet van de enig gangbare visie op God en zijn schepping. De Kerk van Christus, tragisch en laakbaar verdeeld als ze ook hier te lande is, is niet de enige, laat staan de enig bevoorrechte, instantie meer die de mensen kan zeggen hoe ze moeten leven. We kunnen die situatie hogelijk betreuren; niettemin, wie dit ontkent is simpelweg onrealistisch.
De Christelijke Kerk is in dit land of in welk land dan ook niet de enige instantie die de mensen vertellen kan hoe ze moeten leven.
Anders dan de SGP van mening is, die nog steeds van dit land een soort "Theokratie" wil maken - een "Godsregering", zoals het oude Israel er een was, onder Samuels leiding - meen ik dat dat in ons land niet haalbaar is, nu niet meer. (Misschien is het wel nooit in dit land ook echt zo geweest. Wie weet is een deel van ons spreken over ons land als "Christelijke natie" in het verleden ook wel wat "romantisch inkleuren" van ons verleden als volk.
Daarmee is stellig niet alles gezegd!) Wij komen, met andere woorden, soms knel te zitten tussen wat de Heer van leven en dood van ons vraagt en wat de in ons land gangbare opinie is.
De vraag die opkomt is de vraag: hoe ga je dan verder? Moeten we dan feitelijk de Wetten van het Koninkrijk der hemelen maar onder de tafel stoppen, in ons verlangen om vooral toch in het Koninkrijk der Nederlanden "een stil en gerust leven" te kunnen leiden? Als dat alles is wat we erover kunnen zeggen mag men zich afvragen of die houding niet in de Bijbel wordt veroordeeld.
De "vriendschap met de wereld is vijandschap tegen God", zegt de Schrift nogal compromisloos. Geestelijke bloedarmoede en morele slapheid horen noch tot de vrucht van de Geest noch tot de deugden waar enig mens respekt voor kan opbrengen. Die kant moeten we dus in elk geval niet op.
Dus een totalitair Christendom?
De tegengestelde houding, de houding dat Christus van ons gehoorzaamheid vraagt, tot in de houding van burgerlijke ongehoorzaamheid toe, is enerzijds mijns inziens niet altijd onjuist, maar anderzijds doet zich de vraag voor: zijn dan de Christenen feitelijk onverdraagzaam? Kan een Christen die in "absolute waarden en normen" gelooft dan wel wezenlijk aan de demokratie toegewijd zijn? Vormt het hebben van een duidelijke overtuiging dus een bedreiging van de ordelijke omgangsvormen van onze parlementaire demokratie? Kan men van Christenen dan ook de houding verwachten dat ze als een soort "ayatolla's" de niet-gelovigen in dit land willen gaan tiranniseren? Is het feit dat Christenen geen greep naar de macht doen een teken van hun demokratische gezindheid of is het slechts een aanduiding dat ze hun numerieke kracht te laag inschatten en "op betere tijden wachten"?
Wie meent dat dat simpele vragen zijn vergist zich. Wie meent dat niemand in onze samenleving zulke vragen stelt, vergist zich eveneens. Op diverse plaats heb ik deze vragen aan de orde gesteld gehoord, in grote ernst en - soms - in enige ongerustheid.
De vraag die steeds op de achtergrond meespeelde was de vraag: Is het hebben van geloof in een "absolute waarheid" geen regelrechte bedreiging van de goede intermenselijke relaties? Is het hebben van een ferme, bloedrode overtuiging niet een van de ernstige kwalen in onze moderne wereld?
Hoe vermijd je dat mensen met een krachtige overtuiging "fundamentalisten" worden die soms op onbehouwen wijze voor hun gelijk opkomen, maar, in het meest ongunstige geval, de halve wereld in gijzeling nemen?
Waar ligt dan het verschil tussen "geloof" en "ideologie"?
Daarbij volg ik de definitie van ideologie van Emerson Vermaat in zijn uitstekende boek Christus of Ideologie?
Een ideologie wordt getypeerd als: "een politieke en maatschapelijke leer met totalitaire trekken, welke ook aanspraak maakt op andere terreinen des levens (met name godsdienstige en daardoor een "religieus" karakter krijgt), veelal gebaseerd op een vooruitgangsoptimisme, en welke zich ten dienste stelt van het verkrijgen en instandhouden van de macht van degenen die pretenderen de beste vertegenwoordigers en/of uitleggers van de betreffende leer te zijn."(1) Het gaat in Vermaats boek vooral om Communisme, Fascisme en Nationaal-Socialisme in hun greep naar de absolute macht, op basis van het besef dat de ene Partij die nu nog is toegestaan als enige weet heeft van de Uiteindelijke Werkelijkheid. Als het hebben van gelijk individuele mensen of een een hele groep het recht geeft op macht, is dat dan ook een beschrijving van het streven van de Kerk van Christus of van Christenen? Willen de Christenen feitelijk de macht, om het land zo te regeren als goed is, zoals de Here God het wil? Willen we de macht om feitelijk zo te regeren als goed is, voor ieders bestwil, of men dat nu zelf beseft of niet? Moeten mensen in uiterste konsekwentie worden gedwongen het goede te doen? Is het Christelijk geloof hier te lande in uiterste konsekwentie dus totalitair? In Opbouw van 9 april heb ik iets van mijn verontrusting willen tonen, als Christenen die kant op zouden willen gaan. Want wat zit hier dan uiteindelijk achter? Is het zo dat Christenen de macht verdienen, omdat wij nu eenmaal God aan onze kant hebben? Maar hoe zit het dan met de Feministen, de Moslims, de homoseksuelen, en alle anderen die ook zeggen dat hun visie in alle westeuropese samenlevingen moet worden overgenomen?
De Engelse schrijver Matthew Arnold kreeg eens het verwijt dat hij even "dogmatisch" aan het worden was als (zijn kennelijke opponent) Thomas Carlyle."Misschien hebt u daarin wel gelijk", antwoordde hij, "maar dan ziet u toch even een zeer belangrijk verschil over het hoofd. Ik ben dogmatisch maar ik heb gelijk. Hij is dogmatisch, maar hij heeft ongelijk!"(2) "Maar", zegt ieder natuurlijk meteen, en ze hebben ook gelijk, "maar dat zegt iedereen!" En zijn we terug bij af.
Maar hoe dan?
Hoe kunnen we op deze weg dan verder gaan? Hoe kunnen we als Christenen in een piuraai geworden samenleving onze vaste overtuiging en "het Woord van onze Koning", uitdragen?
Hoewel ik ook die antwoorden niet zo maar zonder meer geven kan, lijkt het me toe dat er in de Bijbel op dit punt wel het een en ander te zeggen is.
In de eerste plaats, als we de Bijbel lezen, merken we dat het Rijk van Christus niet van deze wereld is. Hij die naar eigen zeggen over twaalf legioenen engelen beschikken kan, maar dat, ook in de situatie rond de kruisiging niet doet, zegt dat met nadruk tegen een man als Pilatus. (Mattheus 26:53)
In de tweede plaats, wij worden opgeroepen om strijd te voeren maar dat is wel een geestelijke strijd. Het is de schokkende fout van een onzalige instantie als de Inquisitie dat men de geestelijke strijd op vleselijke, wereldse, wijze ging voeren. en inderdaad, daar kwamen rokende brandstapels van en een mate van juridische hulpeloosheid bij de slachtoffers die pas in de twintigste eeuw onder totalitaire, repressieve regimes weer is geevenaard. De apostel Paulus wordt echter niet moe om een en andermaal te beklemtonen dat het om een geestelijke veldtocht gaat. Zie b.v. 2 Korinthiers 10:3-6 en Efeziers 6:10-20.
Ten derde, de Here Jezus Zelf zegt dingen waar wij niet van zouden dromen, zo onverwacht als ze vaak zijn!
Zo zegt Hij in Johannes 6:68 tegen zijn discipelen: "Gij wilt toch ook niet weggaan?"
Velen hebben zich van Hem afgewend en ook de twaalf discipelen moeten zich op hun houding tegenover Hem beraden.
Dat is zijn Wil voor hen! Pas als Petrus het antwoord geeft: "Here, tot wie zullen we heengaan?
Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods", mogen zij blijven.
Christus spreekt hier niet als een ideoloog; bovendien, ook Hij, de Meester-Communicator, heeft meegemaakt en aanvaard dat mensen Hem niet volgden. Hoe zouden wij dan anders kunnen reageren? Een tekst als "Dwing ze om in te gaan" slaat toch niet op dit soort situaties?
Geen dwang, maar overreding
Het lijkt daarom juist om met de Brit dr. Os Guinness, die in deze serie al vaker is geciteerd, in te stemmen, als hij zegt dat wij als Christenen onze niet-gelovige naasten, en onze nietgelovige samenleving moeten zien te bereiken niet door te dwingen, maar door te overreden(3). Alleen zo kunnen mensen in het voetspoor van Christus gaan, en in dat van Paulus die mensen in zijn tijd wilde overtuigen. Hij, "een schuldenaar van alle mensen" was geen enkel mens dwang verschuldigd... Steeds verkondigde hij het Woord van verlossing niet in dwang, maar in bezield spreken en geinspireerd getuigen.
Alleen zo heeft de Vroege Christenheid - geestelijk - zo'n enorme uitstraling kunnen hebben in een (toen ook al plurale) Romeinse en Hellenistische omgeving. Met hun pretentie dat zij de Waarheid kenden, de enige en absolute Waarheid, de Persoon van Jezus Christus en die gekruisigd, hebben zij de uitdaging van de Plurale Samenleving aangepakt. En ze hebben gewonnen!
De steen, die Christus is, is tot een hoeksteen geworden, maar ook tot een steen des aanstoots, ook tot een steen die, naar we weten, heel wezenlijk vermorzelen kan! Dat hebben die eerste Christenen geweten of beseft en ze hebben ernaar willen handelen.
Het is, naar ik meen, (met alle vragen die er overblijven) dus zo dat ook wij als Christenen de wetten van onze samenleving moeten bevestigen. Al kunnen er eventueel wetten komen die ons om Christus wil alleen maar tot verzet kunnen brengen, dat neemt niet weg dat wij ook het recht van een ander moeten bevestigen. De rechten van een ander, ook de rechten van een ander om niet te geloven, dienen door Christenen te worden erkend en beschermd.
Maar, binnen het veilige kader van de wet, de wet die ieder mens een stuk basisveiligheid hoort te geven, moet door ons, mensen die ook een ander Rijk en een andere Koning toebehoren, duidelijk en herkenbaar gezegd worden waar wij staan. Want dat is ons goede recht, binnen de voor ieder geldende wetten.
"De hel is de plaats die bewijst dat God ons menszijn niet verkracht en ons geweten niet verplettert", is een citaat dat Os Guinness in een EO-tvprogramma geeft."De hel is de plaats waar God tegen tot het eind weerspannige mensen zegt:"Uw wil geschiede!", heeft een ander eens geformuleerd.
En dan zullen ze kennelijk ook "boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid van zijn sterkte". Zie 2 Thessalonicenzen 1:9.
Onze God dwingt mensen uiteindelijk niet om bij Hem te horen, als ze dat zelf per se niet willen, zou je zeggen.
(Dat er, met het oog op de Schrift en ook met beroep op de Dortse Leerregels, meer van te zeggen is, is overigens meteen hier toegegeven.) De wetten van dit land horen iedereen te beschermen, bozen en goeden. Ook een "Gereformeerde Een-Partij Staat" zouden we in onze betere momenten niet moeten wensen, want ook Gereformeerd denkende en levende mensen zijn verre van onfeilbaar en alle macht dient ons niet te worden toevertrouwd.
Liever een land waarin soms een boosdoener aan het gerecht ontsnapt dan-een land waarin door uiteindelijke dwang iedereen inde gaten wordt gehouden en wordt geknecht, om welk uitstekend motief dan ook.
Liever een staat waaraan veel mankeert dan een staat waarin de terreur van hogerhand ons dwingt goed te wezen.
Noten
1 J.A.E.Vermaat. Christus of Ideologie? Positie en Keuze van Kerken en Christenen in een Ideologische Situatie. De Banier. Utrecht. 1977. p.16.
2 Geciteerd uit Gilbert K. Chesterton. Heretics. John Lane: The Bodley Head. London. 1919. p.287.
3 Dat zegt hij met nadruk in een programma in de EO-serie Wit begint over de Plurale Samenleving. Een tekstboek van die tv-serie komt D.V. op niet te lange termijn uit bij Buyten en Schipperheyn in Amsterdam. (Ik ben momenteel druk doende met het vertalen en het redigeren van de tekst van de diverse interviews.)