Christen-zijn in de Senegalese samenleving
1993-05-07
Op het meest westelijke puntje van Afrika ligt Senegal, een land dat verscheidenen zich misschien kunnen herinneren van de Sahel droogte in de 70er jaren. Een land met een kultuur waarop de Islam en het westers imperialisme een blijvend stempel hebben gedrukt. In dit artikel wil ik u wat meer vertellen over de Senegalese samenleving en de indruk die deze kultuur op mij gemaakt heeft. Ik zal daarbij ingaan op de belangrijke plaats die de Islam in deze samenleving heeft en op de vraag wat een christelijk ontwikkelingswerker op individuele basis in zo'n samenleving kan doen.- Jaargang 37
- nummer 10
Senegal
In Senegal wonen ongeveer 7 miljoen mensen, op een oppervlakte ongeveer 6 maal zo groot als Nederland. De officiële voertaal is het Frans, maar over het algemeen wordt er Wolof gesproken. De Wolof, waar deze taal naar genoemd is, vormen de grootste stam in Senegal. Zij bevolken samen met de Serère, de Peul en de Toucouleur het noordelijke deel van het land.
In het zuiden, de Cassamance, woont een nog bontere verscheidenheid van stammen, waarvan de Diola de grootste groep vormen.
Senegal heeft een vlak, in het noorden een savanne-achtig, open landschap.
Naar het zuiden bewegend wordt het land steeds groener en in de Cassamance treffen we de eerste bossen aan. Daar groeien allerlei vruchtbomen en wordt rijst verbouwd. In de rest van het land zijn gierst en pinda's de belangrijkste landbouwgewassen.
Hoe noordelijker men komt, hoe korter het regenseizoen, hoe moel ijker het wordt om een goede oogst binnen te halen en des te belangrijker de veeteelt wordt. Door toenemende droogte en verschraling wordt het in die gebieden steeds moeilijker om in het levensonderhoud te voorzien. Men zoekt dan ook massaal zijn toevlucht in de hoofdstad Dakar waar nu al 1/5 van de totale bevolking woont.
Reeds in de Middeleeuwen, voor de komst van de Europeanen, kende men ten zuiden van de Sahara een levende handel met de Arabieren. De Toucouleur bekeerden zich al in de 12e eeuw tot de Islam en leverden een belangrijke bijdrage tot de verdere verbreiding van deze religie. In de loop van de 18e en 19e eeuw breidde de Islam zich over het grootste deel van Senegal uit. Op dit moment is naar schatting ongeveer 90% van de Senegalezen Islamiet. De Islam bracht in haar kielzog een nieuwe beschaving met zich mee, met o.a. hygiene, schrift en onderwijs. Later vormde ze voor de bevolking een belangrijk expressiemiddel in het handhaven van een eigen identiteit tegenover de Franse kolonisator.
Het Christendom heeft nooit veel voet aan wal gekregen in Senegal. Enkel in het beboste zuiden, waar de Islam niet doorgedrongen was, hebben de missionarissen met succes het Rooms-Katholieke geloof verspreid. Met name de Diola en de Serère staan bekent om hun christelijke identiteit. Maar ook in het Katholieke zuiden wint de Islam steeds meer terrein. De laatste tientallen jaren zetten met name diverse Evangelisch-Protestantse kerken zich in het Evangelie te verspreiden.
In 1960 werd Senegal onafhankelijk.
Sindsdien heeft het 2 presidenten gehad, die ook internationaal naam hebben gemaakt: Leopold L. Senghor en Abdul Diouf. Alhoewel Seneqal sinds 1976 officieel een meerpartijenstelsel kent, wordt sinds de onafhankelijkheid de politiek beheerst door de 'Parti Socialiste'. De oppositiepartijen hebben nog geen 10% van de zetels. Dit terwijl een belangrijk deel van de bevolking een andere politiek voorstaat!
Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de korruptie, het monsterverbond tussen de regeringsleiders en de "marabouts" (ekonomisch en politiek machtige Islamitische religieuze leiders) en de stabiliserende invloed van de Franse bemoeienis in het land.
Werk en verblijf in Senegal
In de Sahel zone heeft men nogal eens te kampen met sprinkhanenplagen.
Om de schade te beperken worden grootscheepse bestrijdingskampagnes opgezet. Terwijl de resultaten van deze kampagnes nogal eens te wensen overlaten, wordt vaak gevreesd dat de gebruikte bestrijdingsmiddelen een nadelig effect op de natuurlijke omgeving hebben. LOCUSTOX, een projekt van de wereldvoedselorganisatie FAO, bestudeert de effecten van deze middelen op mens en dier. Met name wordt gekeken naar het effect op insekten, die geacht worden het meest gevoelig te zijn voor de moderne sprinkhaanbestrijdingsmiddelen.
In het kader van een stage aan de Landbouw Universiteit te Wageningen heb ik een half jaar onderzoek gedaan in dit projekt naar Bracon hebetor. Dit sluipwespje is een belangrijke natuurlijke vijand van Heliocheilus albipunctella, die verantwoordelijk is voor de belangrijkste rupsenplaag in de Senegalese gierstvelden. Zou dit wespje door de middelen gedood worden, dan kan dat betekenen dat een Heliocheilus plaag de kop opsteekt en dat moet natuurlijk vermeden worden. Ik heb Bracon hebetor eerst in het laboratorium gekweekt. Vervolgens heb ik diverse proefjes ontwikkeld waarin de effecten van verschillende bestrijdingsmiddelen op dit beestje getest kunnen worden. Belangrijk is dat deze testen representatief zijn voor de veldsituatie. Het hele programma is erop gericht voor diverse soorten zulke proefjes te ontwikkelen, zodat op grond van de resultaten bestrijdingsmiddelen beoordeeld kunnen worden op hun te verwachten schadelijke bijeffecten.
Met het projekt hopen we te bevorderen dat de bevolking zich meer bewust wordt van de mogelijkheden, maar vooral de gevaren van bestrijdingsmiddelen.
Ook hopen we een kader op te leiden dat dit soort onderzoek kan voortzetten. Kennis van de bij-effekten van bestrijdingsmiddelen op het milieu is, niet alleen voor Senegal maar voor heel Afrika, belangrijk om de uit de westerse landen gedeporteerde (of gedumpte!) middelen op hun mogelijkheden, maar ook gevaren te beoordelen.
Voor mijn werk verbleef ik vrijwel permanent in Nioro du Rip. Net buiten deze toch wel behoorlijke plaats (naar schatting 12.000 inwoners) bevond zich het laboratorium waar ik werkte.
Nioro ligt ongeveer in het midden van het land langs een belangrijke autoroute naar Gambia. Verschillende bevolkingsgroepen zoals de Diola, de Wolof en de Serère wonen er samen.
Men leeft voornamelijk van de landbouw, de winkeltjes of teert op de familie. Veel andere inkomstenbronnen zijn er niet.
Naast een Rooms-Katholieke gemeenschap bevindt zich in Nioro ook nog een kleine gemeente gesticht door de Noorse Evangelisch Lutherse Kerk.
Een daarmee gelieerd, maar niet direkt verbonden, ontwikkelingsprojekt richt zich op kultuurtechnisch knelpunten, gezondheidszorg en gehandicaptenopvang.
Voor mij betekende hun aanwezigheid een wekelijkse ontmoeting met geestverwante broeders en zusters.
Kennismaking met de kultuur
Opvallend in het leven en de kultuur van de mensen is de nadruk op familiebanden en saamhoorigheid. Iets wat u overigens niet louter idylisch moet opvatten. Als men zelf niet zoveel kinderen heeft, worden er wel wat neeftjes en nichtjes opgedrongen om te onderhouden! Het huis moet altijd openstaan, ook voor familieleden die daar gebruik van lijken te maken. Opsparen van bijvoorbeeld voedsel heeft niet zoveel zin, want, als er gebrek is, wordt men geacht de behoeftige te voorzien.
lets wat daarnaast opvalt is de gastvrijheid.
Ook al kennen de mensen je' amper, ze nodigen je snel uit voor de thee, Hoewel dat ongetwijfeld ook samen zal hebben gehangen met mijn bijzondere plaats als blanke in de samenleving, lijkt mij toch het feit dat gastvrijheid als een belangrijke waarde wordt gezien doorslaggevend, In het kontakt met de mensen raak je al snel onder de indruk van de grote rol die gezagsrelaties spelen, Zo geeft de man de vrouw bijvoorbeeld allerlei opdrachten. Tegenover mij, een westers iemand die verondersteld wordt rijk te zijn en een hoge opleiding te genieten, stelde men zich op als de ondergeschikte: ik kreeg de beste plaatsjes, kreeg het eerste eten of drinken en, als we met een groep weg waren naar een feestje moest ik zelfs beslissen wanneer we weer naar huis toe gingen, Protest van mij daar tegen werd van de hand gewezen, Men kon zelfs heel fel worden, want wat ik zei druisde tegen alle regels in.
Ontmoeting met de Islam in Senegal
In Senegal zijn kultuur en Islam nauw met elkaar verbonden, De Islam vormde de Senegalese kultuur, maar niet minder drukte de oorspronkelijke kultuur haar stempel op de Islam. Een 'Volksislam' met allerlei Afrikaanse elementen is hiervan het gevolg, Heel opvallend is wel het gebruik van de 'gris-gris', verbrande koranteksten in een leren zakje om de nek of de middel gehangen, die als een soort "talisman" fungeren. Afhankelijk van de maker en de prijs, wordt aan de 'gris-gris' een bepaalde macht toegekent Bij sommigen wordt zelfs onsterfelijkheid gegarandeerd! Zo schijnen de Fransen in de Tweede Wereldoorlog veel profijt gehad te hebben van de 'onsterfelijke' Senegalezen in hun voorste linies. Samen met andere onverklaarbare verschijnselen wordt aan de 'gris-gris' nog steeds geloof gehecht, ondanks het feit dat de westerse wetenschap meer en meer beslag gaat leggen op het denken van de mensen: "Het zijn gewoon verschijnselen waar wij Afrikanen een antenne voor hebben en jullie Europeanen niet"
Karakteristiek is het verschijnsel van de merebouts. Het oorspronkelijk uit Noord-Afrika overgewaaide verschijnsel kreeg in West-Afrika een eigen karakteristieke uitwerking. In Senegal hebben de marabouts enorme politieke en ekonomische invloed. De marabouts zijn verbonden met één van de islamitische broederschappen waarvan de 'Mourides' en de 'Tidjaniya's ' de belangrijkste zijn, De laatste broederschap is overgewaaid uit Noord-Afrika, de eerste in de vorige eeuw gesticht door een Senegalees, die de nadruk legde op werknijverheid.
De Mouride zijn in een halve eeuw uitgegroeid tot verreweg de meest invloedrijke broederschap in Senegal. Beide broederschappen kan men rekenen tot het Soefisme, de stroming in de Islam die, om maar sterk te generaliseren, wars van een officiele leer de nadruk legt op de persoonlijke, mystieke omgang met God. Typisch Afrikaans is de vrije seksuele moraal. Wat kleding betreft mag bij vrouwen alles gezien worden behalve het deel van de navel tot de knie. De meeste mensen wekten niet de indruk dat ze het onaanvaardbaar vonden, als een man weer een nieuw vriendinnetje had opgescharreld om de avond of de nacht mee door te brengen.
Verlammend is soms het fatalisme van de mensen. Mooi natuurlijk dat ze in de Voorzienigheid geloven en dat ze tevreden zijn met de positie die God hun gegeven heeft in het leven, maar funest, als dit element zo eenzijdig benadrukt wordt dat het alle verantwoordelijkheid wegneemt en de eigenwerkzaamheid tot lotsverbetering frustreert Zo nam men bijvoorbeeld in het openbaar vervoer grote risiko's.
Als er wat gebeurt, ja, dan was het toch Gods wil geweest
Naar mijn inzicht is er een samenhang tussen de tendens naar Soefisme binnen de Senegalese Islam en de grote openheid ten opzichte van het Christelijk geloof. Bovendien komty men in het kontakt al snel onder de indruk van de vele overeenkomsten die er tussen Christendom en Islam bestaan.
Om met het laatste te beginnen, Islam en Christendom hebben met elkaar gemeen dat ze beiden geloven in een Schepper die hemel en aarde gemaakt heeft en zich aan de mensen heeft geopenbaard en dat beide een vrij identiek norm en rechtsbesef kennen.
Op ideologisch en politiek vlak is dan eigenlijk al veel beklonken. Dit wordt misschien nog wel versterkt door het feit dat in de westerse uitwerking van het Christelijke geloof" dat overigens meer dan we ons vaak beseffen sterk beinvloed is door Islamitische gedachtensystemen, altijd veel nadruk is gelegd op God de Schepper. Zo kan men bijvoorbeeld samen, ik zou haast willen zeggen broederlijk, spreken over de juiste beoefening van wetenschap, een juiste uitwerking van begrippen als "gerechtigheid" en "vrijheid" en heeft men samen eenzelfde achterdocht tegen de westerse technologische, steeds meer indivudualiserende, maatschappij.
Wat het eerste betreft, de openheid en zeg maar gerust tolerantie naar mij als Christen toe was verrassend. Men was erg geinteresseerd in wat ik als Protestant geloofde, men bad voor mij en wilde allerlei gedachten met mij delen en was ook bereid van mij te leren, Daarin gaf men mij vaak meer dan ik hun had kunnen geven! En toch, als het gesprek op Jezus kwam en dan Jezus als de Christus, de Verlosser, dan stokte het gesprek of werd het op z'n minst meer "afstandelijk". Dat was blijkbaar het punt waar de wegen scheiden.
Christelijk perspektief
We kunnen ons afvragen wat wij als christen in zo'n samenleving doen en moeten doen. Heeft ons werk en verblijf een meerwaarde, juist omdat we Christen zijn? Hoe moet onze opstelling zijn in deze door de Islam bepaalde samenleving en hoe benaderen we de mensen met het Evangelie?
Ogenschijnlijk had mijn taak in Senegal niets met het Christelijk geloof van doen. We kunnen ons zelfs afvragen wat voor nut het heeft om ontwikkelingswerk te verrichten in een nietchristelijke samenleving, als dat niet gepaard gaat met zending. Die vragen zijn reëel, wanneer we werken en geloven als twee gescheiden terreinen beschouwen. Hooguit zou ons werk dan een alibi kunnen zijn om in onze vrije tijd evangelisatiewerk te verrichten.
Wat mij altijd heeft gefrappeerd is dat het God altijd te doen is geweest om heel de schepping en heel de mens.
Wanneer God zijn rijk zal vestigen op aarde, deelt heel de Schepping daarin.
De verlossing die Christus bracht heelt heel de mens: blinden worden ziende, lammen wandelen. In mijn werk kon ik getuigenis afleggen dat het als kind van God ook mij te doen was om heel de schepping. In mijn werk en in mijn omgang met de mensen had ik de mogelijkheid te laten zien dat het mij ging om heel hun mens-zijn. Juist in die betrokkenheid kan men iets laten zien van de Vader, mag iets tot uiting komen van het beelddrager Gods zijn.
Als Christen draagt men westerse wetenschap en technologie over met een zekere motivatie. Men draagt het over, want men denkt dat het vooruitgang kan brengen. Men draagt het over uit liefde, vanuit een rechtvaardig plichtsbesef. Maar men is zich, als het goed is, bewust van de gevaren die wetenschap en technologie met zich mee kunnen brengen: atheisme, technicisme, vooruitgangsdenken, het geloof in de autonome mens en de beheersbaarheid van zijn omgeving als een mechanisch radarwerk. Samen met mijn Senegalese kollega's kon ik dit gevaar onderkennen en konden we naar wegen zoeken om wetenschap en technologie op een goede heilzame wijze te gebruiken. Naast de inspiratie die mijn Senegalese kollega's uit hun traditie putten, was het Reformatorisch wijsgerig gedachtengoed hierbij een welkome aanvulling!
Hierboven benadrukte ik al hoeveel gemeenschappelijkheid ik ervoer met mijn Islamitische medemensen in Senegal. Ook stipte ik aan dat op het wezenlijke punt, het punt van Jezus als de Christus, de wegen zich scheiden.
Dat maakte het gesprek tot een uitdaging maar zeker niet tot een gemakkelijke 'job'.
Het is, mijns inziens, belangrijk in het gesprek het gemeenschàppelijk fundament van Christendom en Islam bloot te leggen. "Allah" is het arabische woord voor "God". Mohammed claimt een profeet te zijn van dezelfde God als die van de Joden en de Christenen.
Daarom is het onjuist en ontaktisch de God van de Bijbel en Allah tegen elkaar uit te spelen. Veeleer doen we er verstandig aan om bij het godsbeeld van de Islam aan te sluiten, net als Paulus aansluiting zocht bij het Griekse konsept van "de onbekende god". (Hand. 17) In Rom. 1 lezen we dat God zich aan de mensen geopenbaard heeft. Gods eeuwige kracht en goddelijkheid worden sedert de schepping der wereld uit Gods werken met het verstand doorzien. Maar de mensen houden de waarheid in ongerechtigheid ten onder en vervangen de waarheid Gods door de leugen. Ook de Islam probeert in haar konsepten antwoord te geven op de waarheid van Gods openbaring die in de wereld op de mens afkomen.
Anders dan veel andere godsdiensten komt ze hierbij dicht uit bij de God van de Bijbel, niet in de minste plaats omdat ze veel elementen uit de joodschristelijke geloofstraditie in zich opgenomen heeft. Ik geloof dat Moslims zich terdege en oprecht bewust zijn van Gods almacht, grootheid en rechtvaardigheid.
En toch, hoe schrijnend ook, hebben ze of willen ze geen weet hebben van de ultieme openbaring van God in Jezus Christus (Hebr. 1). Die openbaring van een persoonlijke liefdevolle Vader, die de wereld zo lief heeft gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft om de wereld met zichzelf te verzoenen, wordt in de islamitische geloofstraditie niet onderkend en zelfs verduisterd.
Onze Islamitische naasten proberen in hun leven antwoord te geven op Gods openbaring in de wereld. In de manier, waarop zij dat doet zit voor ons Christenen veel herkenbaars en daar mogen wij bij aansluiten. In de gezamenlijke ontmoeting kunnen wij getuigenis afleggen van het feit dat die almachtige, rechtvaardige God, met zijn 99 namen in de Islamitische traditie, zich ook nog van een andere kant heeft laten zien, namelijk als de liefdevolle Vader, Verlosser en Bevrijder.
Voor alle duidelijkheid, niemand is gebaat bij het integreren van Islamitische geloofsveronderstellingen in de Christelijke geloofstraditie. Dat is ook wezenlijk iets anders dan ik hierboven voorstel. Wat ik zoek is de aansluiting bij de gedachtenwereld van mijn Islamitische broeder. "De Moslims een moslim worden" zou Paulus wellicht gezegd hebben (1 Kor. 11).
Slot
Leven in Senegal betekent leven in een andere kultuur, betekent een ontmoeting met een andere religie. Een samenleving die boeit en die we zeker niet per defenitie als mindere kunnen beschouwen. Als het erop aankomt kunnen we nog veel van hun leren.
Als Christen staan we niet neutraal in zo'n samenleving, we moeten kleur bekennen. In het bezig zijn met een stukje kultuuropbouwwerk kan ons Christen-zijn een zekere meerwaarde betekenen. In ons werk kunnen we tevens iets tot uitdrukking brengen van de Vader die Zich bekommert om mens en wereld. In het gesprek met onze Islamitische naaste kunnen we gezamenlijk streven om tot erkentenis der Waarheid te komen, de Waarheid die in Christus is. Hij zegt immers: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven' (Joh. 14).
| In de gemeente van Wageningen hebben we heel geregeld leden die voor een aantal maanden naar het buitenland gaan, i.v.m. een stage voor hun studie aan de Landbouw Universiteit. Het afgelopen jaar ging het om wel tien(!) gemeenteleden die voor stage geruime tijd "overzees" verbleven, m.n. in Afrika. Een van hen, Jan van der Stoep, heeft op mijn verzoek voor "Opbouw" een verslag geschreven van zijn bevindingen in het Westafrikaanse land Senegal. Pieter van Kampen |