Johan -2-
1993-05-07
Koos heeft kerkeraadsvergadering.- Jaargang 37
- nummer 10
Dus ik ben de hele avond alleen. Ik zit in onze rommelkamer een speelgoedbeest te maken. Het is al laat, als de bel gaat. Het is Johan en ik zie dat er iets goed fout is met hem.
"Mag ik even bij jullie zijn?" Hij staat al in de gang. Ik wil zeggen: "Koos is er niet", maar houd het nog bijtijds in.
Hij zit in de voorkamer bij de kachel.
Het hoofd in de handen.
Ik zit tegenover hem en begrijp. "Het is niet goed gegaan, Johan?" Hij schudt z'n hoofd. Steeds weer schudt hij z'n hoofd.
"Nee, nee, nee - en ik kan het niet begrijpen. Niemand begrijpt het. De dokter niet, de specialist niet. Alles was zo goed. Niets wees erop dat het weer mis zou gaan. Maar toch is het kindje tijdens de geboorte overleden."
"En Francien...?"
"Ze is zo flink. Was ze maar niet zo flink. Dit is de derde keer, Ytje, de derde keer."
Verslagen kijk ik hem aan. Ik kan geen woorden vinden.
Tot mijn verbijstering zie ik, dat die grote man daar tegenover me begint te huilen. Nee huilen is het goede woord niet. Dit is wenen. Een man weent - diep, ingehouden.
Doodstil wacht ik tot hij wat rustiger wordt. Hij zegt niets, staart naar het vuur in de kachel.
Na een poosje, als ik al mijn moed verzameld heb, pak in zijn hand en zeg zachtjes: "Jezus Christus Johan!"
Zijn ogen komen van heel ver. Alsof ik een vreemde ben - zo kijkt hij mij aan.
En nog eens zeg ik - bevend - "Jezus Christus". Dan breekt de herkenning door in zijn blik. Hij knikt. "Ja", fluistert hij schor, "goed dat je me daaraan herinnert".
We zitten nog een tijd stil tegenover elkaar. Hij zucht zo nu en dan diep. En ik, ik durf niets meer te zeggen. Ik hoop vurig dat Koos gauw thuiskomt.
Eindelijk hoor ik de voordeur.
Koos heeft Johans auto zien staan en één blik op onze gezichten zegt hem genoeg. Zwijgend staan ze tegenover elkaar.
Ik vlucht naar de keuken. Soep. Vanmiddag gekookt. Als ik die heb opgewarmd en er de kamer mee binnenkom, is de ban gebroken.
We eten zwijgend en dan begint Johan te praten. Maar hij is rustiger nu en evenwichtiger.
Heel laat die avond gaat hij bij ons weg. We bespeuren weer iets van zijn oude veerkracht. Jezus Christus, een andere naam is er niet in zijn leven.
Een andere naam is er niet in zijn sterven. Anderhalf jaar later het auto ongeluk. Wij brengen hem naar zijn laatste rustplaats. De naam van de Here Jezus is een machtige schuilplaats.
Johan - voor altijd geborgen in Hem.