Heerlijke gedachtenis...! (2)

1993-05-21
  • Jaargang 37
  • nummer 11
We zagen de vorige keer, dat het van groot belang is, dat de Here juist brood en wijn gekozen heeft als tekenen van zijn lichaam en bloed. Daardoor komt het Avondmaal te staan in het licht van kracht en vreugde!
Vreugde! Nu denk ik aan de kritiek, die zo vaak onze Avondmaalsvieringen treft: Het is eigenlijk een bedrukte aangelegenheid, of - meer rechtuit geformuleerd - het is een sombere boel!
Inderdaad, ik heb het zelf ook vaak zo meegemaakt! Voor jezelf kon je het feestelijke nog wel bewaren. Maar de indruk van een binnenkomende vreemdeling zou niet zijn en niet kunnen zijn, dat daar bij ons een viering, iets feestelijks, plaatsvond. Hij zou denken aan verdriet en grote bedruktheid!
"Het is een sombere boel" - Zo heb ik het ook vaak horen zeggen. Ongezouten kritiek op de 'somberheid'. Nogal kortaangebonden. En wat gebeurde er dan? Heelgauw viel de gemeente uiteen in sombere en bedrukte mensen aan de ene kant en luchthartige en oppervlakkige mensen aan de andere kant. Het wederzijdse oordeel! Kwalijke polarisatie! De satan weet een haastig, bits en onzorgvuldig oordeel uitnemend te gebruiken om 'polarisatie' in de gemeente aan te brengen!
Kracht en vreugde! Daar moeten we niets van afdoen! Maar hoe moeten we dan s aan tegenover wat we als bedruktheid en somberheid ervaren?

Woord van genade
Het kwam wel voor, dat ik tegen één van mijn jongens zei: Je hoeft niet verdrietig en bang te zijn. Je krijgt geen straf! Daarmee zei ik niet, dat verdriet en bangheid misplaatst waren.
Vaak was dat niet het geval. Mijn woord bevatte niet·een kritiek op misplaatste vrees en bedruktheid. Neen, het was een woord van - menselijke! - genade, dat de - veelal terecht!- ingetreden angst en bedruktheid wegnam! Ik denk dat je dat in de bijbel ook vaak tegenkomt. Ik heb nu voor ogen de zo vaak voorkomende uitdrukking "Vrees(t) niet!": De engel tot de herders (Luk. 2:10); de Here Jezus tot de vrouwen (Matth. 28:10); de verheerlijkte Jezus tot Johannes (Openb. 1:17). Er zou nog veel meer te noemen zijn! Moeten we dan altijd maar dat woord beschouwen als een verwijt van ongeloof, van mispláátste vrees? Ik geloof het niet. Al de genoemden werden geconfronteerd met de heerlijkheid van God en van de Zoon van God.
Terwijl zijzelf schepsels en stervelingen en (dus) zondaars waren! Daarom zie ik dat woord "Vrees(t) niet!" liever als een woord van grote genade, waardoor de vrees opgeheven wordt!
Een zeer werkelijke opheffing van vrees en verdriet. Uit genade! Iemand kan bezig zijn met het gericht van de Here. Eenmaal - hoe spoedig misschien! - zal hij voor die grote heilige God moeten verschijnen! Dat boezemt hem vrees in!
Moeten we dan over hem heen vallen in verwijten? Moeten we hem dan op stoere wijze zeggen, dat zijn vrees geheel en al misplaatst is? Waarschijnlijk zouden we hem daarmee erg isoleren van de gelovigenkring zonder dat we hem van zijn angst zouden verlossen. Is het niet beter om tot hem te zeggen: "Broeder, als je jezelf tegenover de heilige God stelt, dan komt die vrees over je, want je bent een zondaar, zoals wij allemaal. Maar je mag niet vergeten, dat God in zijn genade de vrees opheft: de herders, de vrouwen, Johannes. Niemand kan dat dan alleen die heilige God zèlf.
Maar Hij hééft het gedaan en Hij dóét het! Om Christus' wil!"? Geduldig en met helderheid van het één naar het ander voortgaan. Zoals de Here zelf dat zo geduldig gedaan heeft en doet!
Opheffing van de vrees en bedruktheid door het woord van zijn genade! En daardoor alleen!

Genadig bevèl tot vreugde
In Nehemia 8 wordt ons een 'gemeentevergadering' van Israël beschreven, voorafgaande aan de viering van het Loofhuttenfeest (15 en volgende verzen).
Ezra opent het boek der wet van Mozes. Uit dat boek wordt gelezen.
Onderricht in de wet van God wordt gegeven. Dan barst het gehele volk in geween uit (10). Misplaatst?' Kleingelovig?
Somber? Maar het gaat hier om de wet van Mozes. Om het onderricht uit die wet. Wie wordt dan niet herinnerd aan een stroom van zonden in Israël, de eeuwen door? Wie zou niet wenen, als hij de wet hoort en in het licht van de wet de geschiedenis ziet met daarin als dieptepunt de ballingschap en als hij in dat alles de spiegel van Israëls zonden aanschouwt? Was Israël maar altijd met deze ernst vervuld geweest!
En toch wordt de droefheid opgeheven door een bevel van genade! Zeker, hoofdstuk. 9 vermeldt ons een dag van boete en bede. Er blijft plaats voor!
Maar nu, in hoofdstuk 8, wordt de droefheid opgeheven: "Weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de Here, die is uw toevlucht" (11). Wat mooi is dat! Wie kan die droefheid misplaatst noemen? Wie maakt hier een verwijt? Maar de Here heft in de overvloed van zijn genade de droefheid op! Hij kan dat. Hij alleen! In dat genadige bevel(!) dat gehoorzaamheid (!) vraagt!
Vreugde bevélen - neen, dat is geen mensenwerk! Dat is een Goddelijk genadewerk!

De vreugde in de Avondmaalsviering
In het meer genoemde Avondmaalsformulier wordt gezegd, dat ieder zijn zonden en vervloeking moet bedenken en dat het kruis van Christus hem de maat, of liever gezegd: de mateloosheid van zijn zonden voorhoudt. Er moet droefheid over de zonde zijn en een waar berouw!
Is het juist voor een 'ware Israëliet' een wonderlijke zaak, als hij geneigd is in die droefheid te blijven steken en daarover somber en bedrukt te blijven?
Zou je over hem heen moeten vallen met verwijten over een misplaatste somberheid en hem hard moeten vallen om zijn verdriet? Leert de bijbel zelf ons niet een veel meer evangelische aanpak? Een aanpak dus die veel meer de genade van het evangelie tot haar recht doet komen?
"Broeder, het is helemaal niet vreemd of misplaatst, dat Christus' kruis als spiegel van de mateloosheid van je zonden je tot grote droefheid brengt.
Het is ook allerminst verwonderlijk, dat die droefheid ook je gang naar de Tafel begeleidt, al is ze dan verstild tot wat we somberheid of bedruktheid zouden willen noemen.
Maar dan moet je wel naar Christus' luisteren. In brood en wijn zegt Hij tegen ons, tegen jou, dat de bitterheid van zijn offer alleen en uitsluitend voor Hèm is geweest. Wat vanuit dat offer naar ons, naar jou, toekomt is louter kracht en vreugde! Daarom komt er ook een genadig bevel naar je toe: De vreugde in de Here, ook jouw toevlucht!
Sta op tot de vreugde in je Heer! Zonder dat in brood en wijn uitgetekende bevel zou dat onmogelijk zijn. Maar door zijn bevel heft de Here zèlf in wonderlijke genade onze somberheid en bedruktheid op! Een bevel van wonderlijke genade!"
Vreugde in de Here - Voor ons zondaren wonderlijk en verbazingwekkend!
Geen vanzelfsprekendheid. Hij en Hij alléén heft de bedruktheid en de somberheid op! Een 'vrolijk christendom', dat zijn eigen vrolijkheid zèlf wel meebrengt, levert van dit genadewonder alleen maar een caricatuur op! Door zijn bevel verblijden we ons in een grote vreugde! Geen product van ons mensen!

Sámen!
Een vorige maal sprak ik de hoop uit, dat de overdenking van brood en wijn in hun betekenis onze Avondmaalsviering positief zou mogen beïnvloeden.
Nu spreek ik de hoop uit, dat de overdenking van het genadebevel, dat angst en droefheid opheft, ons zal helpen elkaar wat positiever te benaderen en dat zij zo een positieve invloed zal hebben op het sámen-vieren van het Heilig Avondmaal!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief