Evangelischen en gereformeerden kunnen van elkaar leren
1993-05-21
Buiten scheen de lentezon overvloedig. Binnen - in een goedgevulde Utrechtse Jeruzalemkerk - zaten leden van de gereformeerde persvereniging 'Opbouw' en belangstellenden.- Jaargang 37
- nummer 11
Ze luisterden 's morgens naar een lezing en konden vragen stellen over de inhoud van dat referaat. Ze zongen psalmen en gezangen.
In de lunchpauze konden ze oude en nieuwe bekenden ontmoeten. 's Middags hield één van de redskieteden een korte inleiding over het redaktiebeleid en kregen de aanwezigen de gelegenheid om vragen te stellen over de inhoud van 'Opbouw'.
De spreker op deze jaarvergadering was dr. A. van der Dussen uit Eindhoven.
Naar aanleiding van zijn proefschrift over de amerikaanse evangelical Charles Grandison Finney (zie 'Opbouw', 37/6) lag het voor de hand dat hij iets zou vertellen over de evangelische beweging. En dat gebeurde ook. In zijn referaat ging ds. van der Dussen in op overeenkomsten en (vooral) verschillen tussen gereformeerden en evangelischen. Het was een compacte lezing waarin toch zeer veel aspekten van de evangelische beweging genoemd werden. Om het luisteren te ondersteunen werd gebruik gemaakt van een overheadprojektor met goedverzorgde sheets.
Op die manier kon het aandachtig luisterend gehoor maximaal kennis nemen van alles wat ds. Van der Dussen deze ochtend door wilde geven.
Ditverslag is niet de plaats waar de gehele lezing weergegeven kan worden; we moeten ons beperken tot enkele hoofdlijnen.
Geloofsbeleving
Ds. van der Dussen begon zijn inleiding met een ontmoeting op een verjaardag waarbij een dochter de felicitatie aan het adres van haar moeder aanvulde met een zegenwens. Dat had hem getroffen. Gereformeerden zijn op zo'n moment vaak toch wat geremd in de uiting van hun geloof. Evangelischen hebben iets van een 'ongeremde expressie': geloof en dagelijks leven zijn haast vanzelfsprekend geïntegreerd; het geloof hoort er gewoon bij, ook bij een gelukwens. Ze lijken ook veel minder onder de indruk van de secularisatie: ook met hun ongelovige buurman durven ze zomaar te praten over God.
Ook in de kerkdiensten van evangelischen treft ons vaak de 'ongeremde expressie'. In vergelijking tot de (doorsnee) kerkdienst in een Gereformeerde kerk is de liturgie bij evangelischen losser, de muziek is anders. De kerkdiensten zijn minder strak georganiseerd, men lijkt meer open te staan voor vernieuwing, voor nieuwe vormen.
Daar komt bij dat evangelisèhen de bijzondere ambten minder benadrukken en meer de nadruk leggen op het 'ambt aller gelovigen'. Zodra je je bij een gemeente aansluit word je voor vol aangezien en word je daadwerkelijk ingezet.
Evangelischen leggen een grote nadruk op het gebedsleven. Dat geldt zowel de binnenkamer als de ontmoetingen met anderen en de kerkdiensten, waarbij voorbede en lofprijzing een ruime plaats innemen. Ze staan open voor spirituele zaken en zoeken voortdurend de ontmoeting met God en naar Gods leiding in hun leven (overigens: ook een gereformeerd voorman als Abraham Kuyper had een eigen gebedskamer!).
Verder kenmerken de evangelischen zich vaak door een radikale ethiek (politiek, sociaal, maar ook persoonlijk: hoe geef je je geld uit?).
Theologie
Er zijn mensen vqor wie de geloofsbeleving van evangelischen weldadig aan doet. Zouden wij ons als gereformeerden zich niet door hen moeten laten korrigeren? Ds. van der Dussen vond van wel. Tooh meende hij vooral op het theologische vlak ook bezwaren tegen de evangelische beweging in te moeten brengen. Er is nogal eens sprake van 'fundamentalisme'; men gebruikt niet zeldèn losse teksten die dan buiten hun verband komen te staan. Baptisme Etnchiliasme (vol wassendoop en duizendjarig rijk) zijn accenten in de leer die gereformeerden vreemd zijn. Een groot bezwaar tegen de 'evangelische theologie' was voor dr. van der Dussen echter het dualisme tussen God en de duivel, d.w.z.: iets moet van God komen óf van de duivel. Dit kan in het pastoraat tot grote schade leiden. Je bent depressief, de depressie verdwijnt niet en dan krijg je ook nog te horen dat dat van de duivel komt en te maken heeft met een gebrek aan geloof. Ook in ander verband komt dit dualisme naar voren, zoals in de manier van denken over 'alternatieve geneeswijzen' (bijvoorbeeld in het idee dat ieder 'alternatief' middel van de duivel afkomstig is).
Aansluitend op het proefschrift van dr. van der Dussen kan ook als bezwaar tegen de evangelischen de neiging tot perfectionisme genoemd worden. God verandert mensen, maar de visie op heiliging en groei kan zó ver gaan dat het (bijna) leidt tot het idee dat de mens zonder zonde kan leven.
Voor alle duidelijkheid: bij herhaling stelde ds. van der Dussen dat je niet kunt spreken van de evangelischen. Er is bij hen (net als bij de gereformeerden) sprake van allerlei richtingen.
Vooral in Groot-Brittannië zie je evangelische auteurs die in een aantal opzichten veel verwantschap vertonen met gereformeerde theologen.
Wat kunnen we van elkaar leren?
Wat kunnen we als gereformeerden -in zijn algemeenheid- van de evangelischen leren? Dr. van der Dussen had zijn referaat als titel mee gegeven: 'Gereformeerd of Evangelisch? Kiezen of delen?' Hij zei niet alleen te willen kiezen, maar ook graag zaken met de evangelischen te willen delen. Bijvoorbeeld: de relatie tussen geloof en dagelijks leven, de expressie van het geloof, de openheid, het feit dat je je niet lam moet laten slaan door de secularisatie en daarom maar zwijgt over je geloof. Dat jongeren gecharmeerd raken van evangelischen heeft ook te maken met kwaliteiten die binnen de evangelische beweging aanwijsbaar zijn....
Maar: evangelischen kunnen ook van gereformeerden leren. In onze gereformeerde traditie zit veel dat als waardevol gezien mag worden. Bijvoorbeeld in de stijl, waar de gereformeerden vooral ook oog hebben voor de geschiedenis. Evangelischen leggen graag de nadruk op de kerk van alle plaatsen (het missionair motief); gereformeerden hebben oog voor de kerk van alle tijden. Je ziet dit historische perspektief bijvoorbeeld in de plaats die oude belijdenisgeschriften bij de gereformeerden innemen. Het oog hebben voor de geschiedenis, voor de kerk van alle tijden, komt ook tot uiting in de keuze van het kerklied; het Liedboek voor de Kerken (met zijn vaak heel oude liederen en melodieën) zou je meer reformatorisch kunnen noemen. Allerlei opwekkingsbundels zijn daarentegen evangelisch getint, een soort 'allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie van de allerindividueelste mens'.
Pastoraat
Hoe we van de kerk van alle tijden kunnen leren illustreerde ds. van der Dussen aan de hand van de Dordtse Leerregels (1,16; V, 11). Er kunnen zich in ons leven tijden voordoen waarin we weinig van het geloof 'voelen', de 'dorre seizoenen' in het geloofsleven.
In evangelische kring is dat al gauw verdacht en kom je dan ook als gemeentelid onder forse druk te staan. Je moet steeds op de toppen van je geloofsleven funktioneren. Die manier van denken kan heel bedreigend zijn. De kerk van de Reformatie heeft die dorre tijden in een mensenleven (h)erkend en zegt: wacht dan op en bidt voor betere tijden. Het kan een belangrijk pastoraal motief zijn om soms te (kunnen en mogen) erkennen dat je in je geloof minder 'op de top' funktioneert (zie bijv. Jesaja 45 : 15; God is verborgen en toch is er verlossing).
Ds. van der Dussen verwees hierbij met name naar de grote reformator Luther: alle gelovigen zijn tegelijk rechtvaardig en zondig. Op dit punt kunnen evangelischen (zeker in pastoraal opzicht) van gereformeerden leren: de zonde wordt niet weggestopt; juist als goddeloze, als zondaar word je vrijgesproken.
Het pastorale motief brengt ons ook nog even naar het dualisme: God of duivel; goed of kwaad. Er zijn evangelischen die het consulteren van een psychiater radikaal verwerpen. Ben je depressief, dan is dat het werk van de duivel; je hebt dan geen psychiater, maar bekering nodig. De kerken van de Reformatie hebben echter altijd benadrukt dat God in de geschapen wereld aktief bezig is en dat je daarom ook als christen een goede psychiater mag raadplegen. De wereld zit niet zo rationeel en doelmatig in elkaar dat je alles direkt in goed of fout kunt indelen.
Diskussie
In totaal 12 aanwezigen deden een duit in het zakje van de diskussie.
Daarbij gingen de vragenstellers niet alleen in op het referaat van dr. van der Dussen; ze konden vaak ook putten uit eigen ervaringen met gereformeerden of evangelischen. Een vragenstelster dacht met dankbaarheid terug aan bemoedigende kontakten met evangelischen in Afrika, een andere vragensteller voelde zich juist opgejaagd door het wetticisme van sommige evangelischen die hij in Nederland had ontmoet.
In de diskussie werd uitgebreid stil gestaan bij Gods voorzienigheid, de uitverkiezing, de menselijke vrije wil en de vraag hoe wij hier als gelovigen uit verschillende kerken naar kijken (een voorbeeld dat o.a. door Corrie ten Boom werd gebruikt: wij zien de achterkant van het borduurkleed en weten niet hoe de voorkant eruit ziet.... In de diskussie kwam echter naar voren dat -66k als we de voorkant van het borduurwerk zien- de werkelijkheid er toch voor ons nog verbijsterend uit kan zien, omdat de weg van de verlossing niet volgens ons menselijk verstand -rationeel- verloopt; Luther). Ook speelde de vraag hoe de theologische visie doorwerkt in de geloofsbeleving (welk effect heeft een bepaalde manier van theologisch denken op den duur op je geloofsbeleving?). En: in hoeverre belemmert de evangelische theologie samenwerking met gereformeerden?
(Van der Dussen: "Als je niet in het duizendjarig rijk gelooft, kun je toch prima met evangelischen samenwerken in de strijd tegen de secularisatie.
Als je echter iemand ontmoet die heel dualistisch denkt en die achter veel zaken direkt het werk van de duivel ziet, wordt dat in de praktijk veel moeilijker"). Is het waar dat hét kenmerk van de Gereformeerde theologie de uitverkiezing is (zoals sommige evangelischen beweren) en zo ja: wat doen we daar dan mee? (Ds. van der Dussen: "De leer van de verkiezing is belast met misverstanden. Hoe kunnen we in deze tijd - met de sterke nadruk op de vrije wil van de mens - het verkiezingsgeloof toch weer vruchtbaar maken?").
Ook de verschillende accenten van de evangelische beweging in allerlei landen en werelddelen kwamen ter sprake. Zo is er binnen de Anglicaanse kerk sprake van een sterke evangelische vleugel. Er is sprake van invloeden van de charismatische beweging binnen de kerken, daarnaast bestaat er een grote variëteit aan evangelische kerken en groepen. In allerlei landen kan de kleur van een evangelische gemeente daardoor weer verschillend zijn.
Tenslotte merkte ds. van der Dussen nog een keer op dat we dus niet alle evangelischen over één kam moeten scheren: de evangelische beweging bestaat niet. In zijn algemeenheid meende hij te kunnen stellen dat er duidelijke bezwaren kleven aan de theologische uitgangspunten van de evangelische beweging. Dat geldt zeker ook ten aanzien van de consequenties die deze visie heeft voor het pastoraat. Ten aanzien van de geloofsbeleving was ds. van der Dussen veel positiever. De Gereformeerde kerken doen zichzelf tekort als ze wat dat betreft de pluspunten van de evangelische beweging niet willen erkennen en ervan willen leren.