Vertellen of leren omgaan met teksten?

1993-06-18
  • Jaargang 37
  • nummer 13
Een aantal maanden geleden hield de VCPB(1) een kongres met als titel: 'Over de wortel en de boom'. Eén van de inleiders was drs. W. de Haas, die sprak over de rol van de vertelling en de betekenis van teksten in de (geloofs)-opvoeding. Hoewel het geen recente bijdrage is, leek het me toch goed om (alsnog) een aantal opmerkingen van de inleider ter overweging door te geven.

Geïnterpreteerde teksten
Drs. de Haas vindt dat het verhaal een belangrijke rol speelt in de opvoeding.
De waarde van het verhalend vertellen wil hij zeker niet ontkennen. Toch plaatst hij bij dat vertellen ook kanttekeningen.
Kijk eens naar de vertelling uit de Bijbel: wat gebeurt daarmee? De inleider: "De opvoeder wil twee moeilijk te verenigigen doelen nastreven.
Hij wil het kind in kontakt brengen met de bijbeltekst, maar hij doet dat in de vorm van een geïnterpreteerde tekst.
Het is een vorm die duidelijk de sporen van pedagogische bewerking vertoont.
Dat komt omdat de opvoeder rekening wil houden met de ontwikkelingsfase waarin het kind verkeert".

Orthodoxe joden
Hoe gaat dat bij andere godsdiensten?
Het valt de heer De Haas op dat men bij het orthodoxe jodendom ook nu nog deze weg niet wil gaan. Joodse kinderen worden nog altijd uitgenodigd om vanaf jonge leeftijd teksten letterlijk uit hun hoofd te leren. Het orthodoxe jodendom eerbiedigt de tekst als tekst.
Pas later volgt een fase waarop kinderen de teksten gaan interpreteren. Dat is overigens wel een heel belangrijk leerproces, men blijft dus niet bij het leren van teksten steken. Het nadenken over de tekst gebeurt bijvoorbeeld door een diskussie met de rabbijn, waarbij de kinderen hem ondervragen alsof hij (bijv.) Mozes zélf was. Opvallend is dat orthodoxe Joden hun leven lang tijd inruimen om op deze manier met de oorspronkelijke teksten in diskussie te blijven.
Wij zijn geneigd om deze vorm van bijbelvertelling kind-onvriendelijk te noemen. De Haas sprak echter met warmte over de manier waarop orthodox-joodse kinderen vertrouwd worden gemaakt met bijbelteksten.
Zo'n manier van benadering is niet kind-onvriendelijk, wanneer ze is ingebed in een hechte gemeenschap, waar het kind zich veilig kan voelen.

Rousseau en W.G. van der Hulst
Terug naar onze vertelkultuur. Wanneer is deze onstaan? We denken vaak dat deze er is geweest sinds de eerste christelijke gemeente ontstond. Dit blijkt een misvatting: ze is nog betrekkelijk nieuw. Jean Jacques Rousseau (1712-1778) was van mening dat het kind onbedorven geboren werd en door de opvoeding bedorven werd.
Daarom moeten we het kind niet belasten met alle ellende die de mensen elkaar in het verleden (sinds Kaïn en Abel) aangedaan hebben. Hoe je ook tegen Rousseau aankijkt, zijn invloed op de westerse opvoeding is enorm geweest. Vanaf die tijd begon men ook te denken aan een eigen kinderwereld.
De Haas plaatste de "W.G. van der Hulstkultuur" daarbij ergens in het midden tussen de orthodox-joodse visie en de manier van denken die sinds Rousseau is ontstaan: het resultaat van onvoorwaardelijke trouw aan de bijbeltekst én de gevoeligheid voor tweehonderd jaar prediking van een eigen kinderwereld door Rousseau en zijn navolgers.

Vertellen of teksten?
De werkwijze van Van der Hulst en anderen vraagt om een tolk-vertaler, die op een kinderlijke manier de teksten vertolkt. Hoewel hij met waardering sprak over de inzet van deze vertolkers, plaatste De Haas er ook vraagtekens bij. Hij noemt het op zijn minst merkwaardig dat christen-opvoeders zoveel belang lijken te hechten aan het gesproken woord (= de vertelling), terwijl christenen in een traditie staan waarbij de teksten juist de boodschap doorgeven. In zijn lezing plaatste De Haas vervolgens een aantal opmerkingen vanuit theoretisch-pedagogisch kader op deze ontwikkeling.

Verschuivende verhalen
Later in de lezing kwam nog eens duidelijk naar voren, waar kritische kanttekeningen geplaatst kunnen worden bij de vertel-kultuur. In die kultuur speelt (vooral tegenwoordig) het levensverhaal een belangrijke rol: je interpreteert als verteller vanuit je eigen levensgeschiedenis. De verteller plaatst dus het verhaal in het kader van wat hij zelf heeft meegemaakt.
Welke gevolgen heeft dat voor datgene wat het kind hoort? Komt hij er ooit nog achter wat er werkelijk in de Bijbel staat?
Om een voorbeeld te noemen: het onderwijs. Vanuit een Hebreeuwse of Griekse grondtekst werd de Bijbel vertaald in het Nederlands. Vervolgens schreef iemand (die meestal geen theoloog of taalkundige was) een kinderbijbel. Daarna gebruikt de juf op school (met haar eigen levensgeschieden is) die kinderbijbel als basis voor háár vertelling. Je merkt dus, aldus De Haas, een geleidelijke verschuiving.
Niet de Bijbel is meer uitgangspunt; de situatie waarin je je bevindt bepaalt je keuzen en begint zo langzamerhand het bijbelverhaal te duiden. De Haas toonde zich bezorgd over deze ontwikkeling.
"Onze christelijke traditie is zo verzwakt, dat er na de basisschool nauwelijks nog vormen zijn voor verdere uitgroei en korrektie. Je zult de mensen de kost moeten geven die een leven lang teren op de interpretatie van een bijbelse geschiedenis die de kleuterleidster ooit aanbood".

Zelfstandige omgang met een tekst
De inleider had ruim voldoende stof tot nadenken gegeven. In de middagdiskussie kon dan ook uitgebreid met hem van gedachten worden gewisseld.
In onze samenleving zijn we niet meer gewend om met feiten om te gaan. We krijgen alles opgediend via opinies en verfilmde boeken. We leven in de wereld van het gemanipuleerde verhaal, zoals dat geïnterpreteerd wordt door regisseurs. Dat verzwakt de kracht van de bijbelvertelling enorm: is dat ook niet een opinie? Eén van de opmerkingen van De Haas was dat het christelijk onderwijs er niet aan ontkomt om teksten aan het kind voor te leggen.
Dat zijn we lang niet altijd meer gewend.
In sommige kerken lijkt men dat al lang ontwend: je moet als gewoon gemeentelid de tekst ook maar niet meer lezen: dat is voer voor theologen en dus veel te ingewikkeld voor de gemeente. Daarmee zijn we dan weer terug in de tijd van voor de Reformatie: de leken hebben maar te luisteren.
Zou het niet een uitdaging zijn om weer van jongsaf aan aktief te leren omgaan met Bijbelteksten, zodat ze werkelijk verstaan worden? Wanneer je aktief met die teksten omgaat, kun je ze je ook tijdens een crisis in je leven herinneren en ze in je leven een plaats geven.

Noten
1 VCPB= Vereniging van Christenpedagogen en Beroepsopvoeders, p/a Christelijk Studiecentrum ICS, N.Z. Voorburgwal 96-1. 1012 SG AMSTERDAM. (020)-6257141 / (020)-6237076

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief