Serajewo
1993-06-18
Iedere keer als ik naar de TV kijk en beelden zie uit het voormalige Joegoslavië - Serajewo - moet ik denken aan Budapest.- Jaargang 37
- nummer 13
Budapest, een prachtige stad.
Met onze Hongaarse vrienden hebben we de stad vaak genoeg doorkruist.
Maar nooit zal ik die keer vergeten dat Sándor meeging.
Sinds kort mocht hij Hongarije weer in.
Jarenlang - sedert de Hongaarse opstand in 1956 -woonde hij als balling in Zwitserland. Als student had hij actief deelgenomen aan de opstand.
Ternauwernood was hij aan zijn vervolgers ontkomen en had hij zijn land moeten ontvluchten.
Maar nu was hij terug. Hij wees ons de plaatsen aan waar bloedig was gevochten.
Hij vertelde over de vele doden die voor het parlementsgebouw hadden gelegen. De rokende puinhopen en de wegvluchtende mensen.
Boven de massagraven van toen spelen nu de kinderen.
Na die keer met Sándor bekijk ik Budapest met andere ogen.
Deze stad grijpt me steeds weer aan.
Ook al kun je de wonden van Budapest niet meer zien. Alleen zij die het hebben meegemaakt, weten het. En in hun hart blijven de littekens trekken. "Hier was het, en daar, en daar."
Niet voor niets staat er ergens in de stad een gedenksteen: "Voor allen die hun leven hebben gelaten voor Budapest".
Nu kijkend naar Joegoslavië, naar Serajewo, denk ik: zal het daar ooit ook zo zijn? Over tientallen jaren misschien?
Dat Serajewo weer een stad is waar mensen gewoon kunnen wonen en werken. Waar je zonder gevaar op straat kunt lopen.
Waar mensen die het meegemaakt hebben, hun gasten de plaatsen aanwijzen waar vreselijke dingen zijn gebeurd. "Hier, en daar, en daar."
Maar ook een prachtige stad, waarvan je evenals van Budapest kunt zeggen: "Een prachtige stad".
Ooit zal Serajewo zich ogenschijnlijk herstellen van deze krankzinnige oorlog.
Maar de mensen die er wonen zullen nog steeds kapotgaan aan hun herinneringen.
En geen herstelwerkzaamheden wissen deze herinnering uit.
Die wordt pas uitgewist in Nieuw Jeruzalem, waarvan gezegd is: aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen, maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap.