Kunnen we verder?
1992-01-03
"De HEERE ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan. Zonder ophouden bleef de wolkkolom des daags en de vuurkolom des nachts aan de spits van het volk."- Jaargang 36
- nummer 1
Terugblik
Wat kan dat onze ervaring zijn: dat je bij de jaaroverzichten in de krant, dan wel bij een terugblik op het afgelopen jaar in eigen vertrouwde kring, opnieuw doordrongen raakt van de gebrokenheid van ons bestaan en het onherroepelijke van het kwaad dat geschied is. En dat je dan troost zoekt.
Wat goed om dan te luisteren naar een bemoedigend woord uit de Schrift.
De eeuwige vijand
In Exodus 13 isde uittocht uit Egypte al een feit; de HEERE hééft Zijn volk al losgemaakt uit de hand van Farao. Dat deed Farao niet van harte: het vrijlaten van het volk. Als hij kans ziet om ze alsnog weer terug te brengen onder zijn heerschappij. dan zal hij die gelegenheid niet voorbij laten gaan. In hfdst. 14 blijkt dat die gelegenheid zich inderdaad aandient.
De omweg...
De HEERE laat het volk niet over de 'zeeweg' gaan; dat was de gebruikelijke route voor militaire expedities naar Kanaän en vooral naar Syrië en Assur. Egypte had die toegangsroute dan ook afgegrendeld door versterkte verdedigingswerken bij de grenspost.
De legers van Assur mochten niet zo maar binnen kunnen komen. 't Is duidelijk: Israël zou langs die weg geen schijn van kans hebben om het land te verlaten. De weg die ze in opdracht van de HEERE wel moeten gaan heeft bij lange na niet zo'n militair karakter.
Het gevaar loert daar niet van alle kanten. Het volk raakt dan ook pas in paniek als het al aardig op weg is. De grote moeite waarin ze terechtkomen is onverwachts.
... gegarandeerd ...
In eerste instantie zijn ze wel vol goede moed. Het gebeente van Jozef is voldoende bewijs dat ze de tocht niet voor niets maken: ze zullen zeker het einddoel, het beloofde land bereiken.
Bovendien, naast dat tastbaar bewijs van Gods belofte geeft de HEERE nog een extra steun: de wolkkolom die met hen zal meetrekken.
Dag en nacht zal de wolkkolom hen leiden en beschermen.
Opmerkelijk is dat verderop in de Bijbel de wolkkolom wordt getypeerd als de heerlijkheid van de HEERE, verwijzend naar de HEERE Zelf. In Exodus 14 wordt een parallel getrokken tussen de wolkkolom en de Engel van de HEERE: onmiskenbaar is de boodschap: de HEERE Zelf trekt met Zijn volk mee.
De HEERE leidt hen.
... in de moeite!
De HEERE leidt hen hier ook in de moeite...
Gehoorzaamheid aan de HEERE is geen garantie voor een stil en gerust leven!
We trekken (in het spoor van de Bijbel zelf) de lijnen nu door naar het NT.
Daar lezen we immers het woord van de Here Jezus: Ik ben het licht der wereld, wie Mij volgt zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben, Joh. 8 vs 12.
Dat sluit duidelijk aan bij wat er over de wolkkolom gezegd was.
Nog niet volkomen!
De verlossing door Jezus Christus op Golgotha is niet het eindstation; net als de verlossing uit de macht van Farao ook niet het einde maar juist het begin was. Vgl. Dordtse Leerregels, begin van het vijfde hoofdstuk: "Hen, die God naar Zijn voornemen tot de gemeenschap van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, roept en door de Heilige Geest vernieuwt, verlost Hij wel van de heerschappij en slavernij der zonde, doch Hij verlost hen in dit leven niet volkomen van het vlees en het lichaam der zonde."
Zoals Farao het probeerde, om weer heerschappij te voeren over het volk Israël, zo probeert de zonde ons telkens opnieuw weer onder haar heerschappij te krijgen. Ook in het leven van werkelijk verloste mensen probeert de zonde de baas te spelen. De weg die we gaan, achter de wolkkolom, achter Jezus Christus aan, is een weg die we dikwijls zullen ervaren als een omweg waardoor we steeds meer afraken van het doel...
Het is een weg, waar de moeiten ons niet bespaard blijven...
Wat bedoelt God?
Hier in het gedeelte van Exodus worden daarvoor (zonder volledig te willen zijn) twee redenen genoemd: opdat het volk zich steeds weer volkomen afhankelijk zal weten van de HEERE Die door de wolkkolom met Zijn volk meetrekt, en Die hen zo ook beschermt.
De tweede reden is deze: dat in die moeiten, in de overwinning van die moeiten Gods majesteit en macht zoveel te meer kan blijken (vgl. Exodus 14 vs 17,18).
Met onze neus weer gedrukt op veel en diepe narigheid in ons leven, horen we dat de tocht door de woestijn een reis is met de belofte (Jozefs gebeente) en de wolkkolom, dag en nacht; en dat alles tot heerlijkheid en lof voor de HEERE God.