Bavianen en Slijkgeuzen
1992-01-03
Kerk en kerkvolk ten tijde van Maurits en Oldebarnevelt.- Jaargang 36
- nummer 1
prof. A.Th. van Deursen.
Uitg. Van Wijnen, Franeker.
484 blz. gebonden, prijs f 69,50.
In 1974 verscheen van Deursens 'Bavianen en Slijkgeuzen' . De 1e druk was al spoedig uitverkocht. De vraag naar dit boek bleef bestaan. Nu is er, na 17 jaar, een ongewijzigde druk verschenen.
In 1975 gaf ds. H. v.d. Kwast in Opbouw een lovende bespreking over dit boek. Deze lof kan ik geheel onderschrijven.
Bijna was ik in de verleiding gekomen zijn bespreking ongewijzigd over te nemen.
De titel van het boek 'Bavianen en Slijkgeuzen' is op het eerste gezicht niet erg duidelijk. De schrijver licht deze in zijn boek dan ook toe.
Bavianen is de spotnaam voor de remonstranten.
Men zegt, dat deze naam het eerst werd gebruikt bij de bestorming van een huis in Amsterdam (zo ging het in die tijd toe bij kerkelijke onenigheden).
Een van de aanwezigen, een remonstrantse voorman, had zulk een eigenaardig uiterlijk, lange gestalte, kromme benen en een gerimpeld hoofd zonder baard, dat het grauw hem voor een baviaans jong uitkreet.
Anderen beweren, dat baviaan slechts een klankvariatie op arminiaan is geweest.
Dat laatste lijkt mij waarschijnlijker.
Het woord slijkgeus werd al in 1612 gebruikt voor de contra-remonstrantse partijgangers, die door weer en wind over de beslijkte wegen de gastvrijheid van de dorpskerken verkozen boven de remonstrantse predikaties in eigen woonplaats.
Deze verklaring van de titel is kenmerkend voor de wijze, waarop geschreven is.
Dit boek gaat over kerk en kerkvolk ten tijde van Maurits en Oldebarnevelt. De schrijver gaat daarbij nauwkeurig na hoe het kerkelijk en christelijk leven was van de gewone man.
Van Deursen heeft ongetwijfeld veel werk gehad bij de nasporingen in de archieven en hij heeft daarmee ook veel interessant materiaal naar boven gebracht.
Het eerste deel beschrijft de hervormde (gereformeerde?) kerk uit die tijd, zoals ze was en zoals ze wilde zijn onder invloed van de calvinisering.
Het tweede deel tracht duidelijk te maken hoe en waarom de remonstrantse acties mislukten. In beide boeken staat de gemeente, het kerkvolk centraal.
Het is niet slechts een boek voor vakmensen, maar ieder belangstellend kerklid heeft hierin een leerzaam geschrift te zijner beschikking.
Zijn toch al uitgebreide studie heeft van Deursen beperkt tot de provincie Holland, omdat deze het best kenbaar is, de meeste algemene betekenis heeft en het meest in beroering is gebracht door bestandstwisten: Zijn in 1979 vierdelig 'Het kopergeld van de Gouden Eeuw' is wel wat populairder geschreven, maar ook dit boek heeft een stijl, die velen zal aanspreken.
Dit keurig uitgevoerd boek van prof. Van Deursen geeft een veel interessanter kijk op de geschiedenis, dan de met veel jaartallen doorspekte leerboeken, die vaak bij het onderwijs gebruikt worden.
Ik kan dit boek, vooral aan geschiedenisliefhebbers, zeer ter lezing aanbevelen.