"Niet klagen maar dragen...?"

1992-01-17
  • Jaargang 36
  • nummer 2
Het gebeurde tijdens een uur 'geestelijke verzorging' voor een groep dienstplichtige militairen. We kregen het over geloven en over God.
Op zichzelf al iets bizonders, want dat doen jonge, gezonde kerels niet gauw.
Daar ligt een groter taboe op dan op praten over seks en zo.
Maar op de een of andere manier kwam het gesprek op het geloof in God.
En toen schoot één opeens naar voren en zei: "Nou dominee, zou u God willen zijn en altijd maar door de mensen aanbeden willen worden? Daar walg ik van!"
Wel een beetje vreemde reactie. Wat bedoelde hij?
Ik dacht te begrijpen, waartegen hij zich zo heftig verzette: een God, tot wie de mensen almaar braaf mooie, vrome, verheven woorden spreken... ook al gebeuren er intussen de meest verschrikkelijke dingen... dat vond hij onwerkelijk en walgelijk!
Zo'n opmerking zet je wel even aan het denken.
Daar moet ik toch eigenlijk ook niet aan denken: dat je kinderen zouden vinden, dat ze het altijd onverbiddelijk met je eens moeten zijn...
Dat ze nooit eens durven zeggen: "Pa, hoe kunt u dat doen? Dat begrijp ik niet! Waarom?"
In een open, levende relatie moet zoiets toch kunnen?
Een kind kan toch wel eens het gevoel hebben, dat vader en moeder hem onvoldoende aandacht en hulp geven?
Zou het dan niet mogen gebeuren, dat zo'n kind een keer losbarst: "Merkt u dan niet hoe moeilijk ik het heb? Ziet u me eigenlijk nog wel? Kijk eens naar me! Zeg eens wat tegen mei:' Hè, hè, dat lucht op. En als je dan ook nog eens flink uitgehuild hebt, zeg je misschien zoiets als: "Maar jullie houden toch van me, jullie zijn en blijven toch mijn vader en moeder!"

Zulke dingen gebeuren ook in de verhouding tussen God en ons.
Dat kom je vooral in de Psalmen zovaak tegen.
Psalm 13 bijvoorbeeld begint met zulke vragen: "Hoelang nog zult U mij vergeten?
Hoelang nog houdt U zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik angstig naar een uitweg zoeken?
Hoelang nog zullen mijn vijanden sterker zijn?"
Is dat taal tegen God?
Is dat niet veel te brutaal?
Je moet toch geduld en vertrouwen hebben?
"Niet klagen maar dragen en bidden om kracht!"
Inslikken die schreeuw! Je beheersen!
Berusten...
Zou je wanneer er zulke dingen tegen je gezegd worden niet zin krijgen om te gaan gillen: "Nee ik houd m'n mond niet, ik kan het niet langer uithouden.
God, hoelang nog? Hoe lang??"
Wij duwen onze kritische vragen aan het adres van God wel eens teveel weg, denk ik.
We denken teveel, dat we enkel vriendelijke, instemmende, dankbare dingen tegen Hem mogen zeggen.
Een Psalm als de genoemde kan ons leren, dat de Here God ons heus niet het zwijgen oplegt wanneer we onze klachten voor Zijn oren uitschreeuwen.
Hij hoeft niet zo nodig alleen maar 'aanbeden' te worden.
Als er EEN is die begrijpt dat we daar soms helemaal niet aan toe zijn, dan is HIJ het wel.

Ik herinner me een vrouw, die bij ons in het ziekenhuis lag en aan een zware vorm van reuma leed. Ze lag maanden lang in een groot cirkelbed om van tijd tot tijd gedraaid te kunnen worden. Ze kon nauwelijks meer dan haar hoofd een beetje draaien.
Elke keer dat ik bij haar kwam, vond ik het moeilijk: je voelt je zo volstrekt machteloos.
Wanneer artsen nauwelijks meer iets voor haar konden doen, wat moet je als pastor dan? Je kunt niets d6en. Alleen maar bij haar zijn. Luisteren. Stil zijn.
En vooral niet te gauw je bijbeltje pakken en 'een stukje lezen' omdat je toch zo graag wat wilt dóen.
Deze vrouw was een gelovige.
Maar ze had het verschrikkelijk moeilijk: "Waar blijft God?
Hoelang nog?!"
Op een keer, toen ik merkte dat ze er open voor stond, heb ik haar van die dertiende Psalm verteld. Ja, dat sprak haar aan: dat je al zulke vragen niet voor God hoeft te verbergen, maar ze eerlijk en keihard mag uitspreken.
En zij is zeker de enige niet, die het nodig heeft dat te horen. Niet klagen maar dragen?
Dit klagen hoort onze God met liefde aan.
Zou die soldaat met z'n nogal verrassende opmerking een beetje aangevoeld hebben, dat dat niet kén: een God, die enkel 'aanbeden' wil worden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief