Toekomst?
1992-01-17
In één van de steden bij ons in de omgeving is aan de leerlingen van het voortgezet onderwijs een aantal vragen voorgelegd. Er is getracht in hun leef- en denkwereld binnen te komen op een volstrekt legitieme wijze. Iedere leerling was volkomen vrij in het wel of niet antwoord geven. Men moest niets. De opzet was een zo eerlijk mogelijk beeld te krijgen van de alledaagse werkelijkheid van vijftienjarigen.- Jaargang 36
- nummer 2
Ondermeer is gevraagd naar rookgedrag, het gebruik van alcohol en drugs, de besteding van de vrijetijd, lichamelijke klachten en eventuele relatieproblemen.
Natuurlijk zijn er veel jongens en meisjes die op een positieve manier met elkaar omgaan. Gewoon heerlijk jong zijn en daar met volle teugen van genieten. Normaal gesproken hoeven we ons over hen geen zorgen te maken.
Voor de overigen ligt dat echter wel even iets anders. Ongeveer 30% van hen rookt. Van de jongens drinkt de helft geregeld alcohol. Bij de meisjes is het percentage aanmerkelijk kleiner, maar toch. De vrije tijd wordt grotendeels met sport en muziek gevuld.
En niet te vergeten t.v.-kijken.
Opmerkelijk is dat ruim 35% veelvuldig last heeft van hoofdpijn. Een even groot percentage is vrijwel voortdurend doodmoe. Zelfs blijkt een niet gering aantal van hen grote moeite te hebben in het omgaan met anderen.
Heel schrijnend heeft één van de jongens dat verwoord.
Ik heb een heleboel te zeggen, maar niemand luistert. Ik zou veel willen doen, maar het mag niet.
Ik zou overal heen willen gaan, maar niemand neemt me mee.
En wat ik opschrijf wordt wel verbeterd, maar niet echt gelezen.
In de hele geschiedenis is er nooit eerder een tijdperk geweest waarin onze jeugd het materieel zo goed heeft gehad. Geef op een winkelavond je ogen maar eens de kost. Kom maar eens op hun kamer en kijk wat er staat aan apparatuur. Luister eens naar hun vakantieverhalen. Ze zijn in landen geweest, waarvan wij vroeger nauwelijks wisten waar ze lagen. Ze hebben baantjes om hun tekort aan zakgeld aan te vullen. Want vaak hebben ze niet genoeg. Uitgaan kost geld. En de meesten willen dat toch wel heel graag iedere zaterdagavond. Dit door mij geschetste beeld is echt niet uitzonderlijk.
Voor veel jongens en meisjes is het een zeer vertrouwde wereld.
Elke maandagmorgen hoor ik de verhalen.
Al jarenlang.
Maar wat blijkt nu? Ondanks alle bezit en,vertier zijn velen niet gelukkig. Ze missen nu net datgene waar het wezenlijk om gaat. Echt contact met anderen.
Mee te mogen tellen. Op prijs gesteld te worden. In de ogen van de ander meer te zijn dan een nul.
Nog schrijnender wordt dat ook volwassenen veel kinderen niet serieus nemen. Geen of slechts weinig belangstelling voor ze op kunnen brengen.
Werk van leerlingen wordt door hen gezien als een al dan niet goede prestatie.
Maar de mens achter dat proefwerk of opstel, kent men nauwelijks.
Zouden wij wel beseffen wat we elkaar, zodoende, aandoen? Ik twijfel daar sterk aan. Velen van ons hebben het zo druk, dat ze nauwelijks voldoende tijd voor zichzelf hebben. Laat staan voor een ander. We hebben een samenleving gecreëerd, die vol is van egocentristen. Wat dit met zich meebrengt, wordt op een intrieste manier duidelijk gemaakt door die onbekende jongen bij ons uit de buurt.
Men zegt dat de jeugd de toekomst heeft. De grote vraag is evenwel wat die toekomende tijd onze jongeren nog te bieden zal hebben. Als ik niet beter wist zou ik mijn hart vasthouden.
P. Janse
De schrijver van dit boeiende artikel, dat wij knipten uit het 'HERVORMD WEEKBLAD', belicht een aspekt van onze huidige samenleving, dat onze volle aandacht verdient!