Een steen in de vijver
1992-01-31
Rondom de vijftig gebeurt het meestal.- Jaargang 36
- nummer 3
Je ontmoet mensen uit vroegere levensfasen.
Op recepties, bij jubilea of anderszins.
De ene keer blijft het bij een blije herkenning en een luchtig praatje, een andere keer heb je een gevoel van spijt dat je elkaar uit het oog verloren hebt. Het klikte vroeger toch zo goed.
Gelukkig blijkt dat na jaren meestal meteen weer het geval te zijn.
Zo ook deze keer.
We waren met een.eentel vrouwen op stap.
Zodra we elkaar ontmoetten braken de tongen los.
We vroegen naar elkaars kinderen.
Altijd raak.
De verhalen komen los over de zorgen, die we vroeger om hen maakten en hoe het uiteindelijk toch weer allemaal goed kwam. Ze redden zich wel.
We hebben hun tenslotte ook alle kansen gegeven.
Dan gaan we wandelen.
Er vormen zich groepjes die met elkaar oplopen. Al pratend lopen wij samen verder. En opeens zegt zij: "Heb jij dat gevoel nou ook, dat gevoel van kroos op de vijver?"
Ik begrijp meteen dat het op het gesprek van zo even doelt.
"Wat bedoel je precies?"
"Als je een steen in het water zou gooien, zou er heel wat anders naar boven zijn gekomen... Er wordt in zo'n gesprek heel wat afgedekt en dat begrijp ik wel: je gaat niet meteen de vuile was buiten hangen. Toch zou ik er behoefte aan hebben met sommigen van jullie dieper te praten. We hadden het vroeger zo vaak over de normen en waarden, die we onze kinderen wilden meegeven. Over de geloofsopvoeding ook. Nu zien we elkaar weer en praten alleen over hoe ze het maatschappelijk doen. Op een enkele na dan, die trots vertelt dat haar zoon theologie studeert of ouderling is.
Misschien ben ik er wat overgevoelig voor, maar wat weerhoudt ons om te praten over onze kinderen die andere keuzes maken dan wij?
Ja, er wordt veel geschreven over kerk verlating en over het feit dat er zoveel relatievormen zijn. Samenwonen is ook zo'n hot item. Weet je dat ik er niets aan heb, aan al die argumenten uit de bijbel dat het niet mag en zo.
Als ik je vertel dat ik nu vijf jaar weduwe ben; van mijn vier kinderen is er één gescheiden en mijn jongste zoon is homofiel. Door de scheiding van onze oudste zijn de anderen zo afgeschrikt van het huwelijk dat ze eerst maar zijn gaan samenwonen. Gereformeerd gezien een puinhoop dus. En daar sta ik dan alleen bij. Niet meer de arm van Henk om me heen, die alles soms met een enkel zinnetje kon relativeren en wijzen op het feit dat het zulke fijne mensen zijn, onze kinderen - want dat zijn ze. En ook lieve kinderen van God, die de weg met Hem op hun wijze gaan. Zo voelde Henk het aan. En ik ook wel.
Maar zo mogen we zeker niet denken van ons geloof of onze kerk.
Of vind jij van wel?"
Even ben ik stil. Wat herken ik veel!
Ik voel dat ik nu weinig zeggen moet.
"Zullen we samen eens even heel hard gillen in het bos, net als we vroeger deden?", stel ik voor. "En dan gooien we straks bij de vijver een grote steen in het water. "