Een koninklijk woord
1992-01-31
Ds. P. Groenenberg: 'Een koninklijk woord' - Bijbels Dagboek - Uitgeverij van den Berg - Kampen - 384 pag. - f 27,50.- Jaargang 36
- nummer 3
Drs. Groenenberg is geref. predikant (vrijgemaakt) te Amersfoort-West.
Hij had al enkele boeken op zijn naam staan toen de Uitgever hem vroeg dit Bijbelse dagboek te schrijven. Dat is geen sinecure. Er moeten minstens 365 meditaties worden geproduceerd.
Maar de auteur heeft het tot een goed einde mogen brengen. Elke maand heeft een thema. Heel wat teksten komen in dat kader aan de orde.
Aparte meditaties o.a. over de christelijke heilsfeiten zijn opgenomen. Na elke overweging wordt een lied genoemd, dat gezongen kan worden. Wij vinden, dat de auteur, globaal genomen, in zijn opzet is geslaagd. Hij doet aan de tekst recht. In een eenvoudige stijl met korte zinnen verwoordt hij zijn exegetische visie. Hij verbindt daaraan vertroostende en bemoedigende woorden terwijl tevens het vermanende element niet ontbreekt. Wij kwamen enkele uitlegkundige vondsten tegen, die prikkelen tot nadere bezinning op het gebed n.a.v. Jakobus 5 en op de konfrontatie tussen Jezus en Pilatus n.a.v. Matth. 27. De positie van de discipelen wordt scherp getekend. Zij lieten hun kollega Judas aan zijn lot over terwijl hij omkwam in de vertwijfeling (p.77). Het gevaar van hypokrisie wordt aangewezen (p.65). Over de lastering van de Geest worden goede opmerkingen gemaakt (p.156). We zouden nog meer kunnen noemen, maar willen het hierbij laten. Natuurlijk spreekt de ene overdenking meer aan dan de andere, maar dat valt te verwachten.
Enkele kritische kanttekeningen: In de overdenking n.a.v, Psalm 130:1,2 (p.9) wordt niet gehonoreerd, dat er staat: HERE, Here. De eerste Naam ziet op de Verbondsrelatie.
Als het gaat over de soberheid in ons bidden (p.12) wordt nagelaten opening te geven aan een welgemeend lang gebed waarin de bidder zoveel aan zijn hemelse Vader heeft voor te leggen.
Als gehandeld wordt over Gods Vadernaam wordt verzuimd te poneren, dat in die betiteling alle deugden van God vertegenwoordigd zijn (p.13).
N.a.v. de vierde bede van het volmaakte gebedsmodel wordt niet naar voren gebracht wat het betekent, dat er staat: ONS brood. (zie hiervoor Spreuken 30:8c). (p.18,19). Groenenberg kritiseert op pag. 40 de uitdrukking van de kerkganger: "Ik heb niets aan de preek gehad". Ik zou toch wel voorzichtig willen zijn met deze veroordeling.
Het mes snijdt immers naar twee kanten.
Ook de prediker heeft zijn eigen verantwoordelijkheid!
Enige nuancering is dus wel geboden, dacht ik zo. Tot slot: Ik vind het jammer, dat in vergelijking met het Nieuwe Testament het Oude Testament maar via enkele Bijbelboeken aandacht krijgt. Maar dit alles neemt niet weg, dat ik de nodige waardering heb voor de prestatie van mijn Amersfoortse kollega. Het boek, dat in een royaal formaat en via een keurige uitgave door Van den Berg te Kampen op de markt is gebracht, zal ongetwijfeld zijn weg vinden in vrijgemaakte kring, maar ook buiten die kring zeker belangstelling ontmoeten. Neem en lees!