Bijbelkritische gids van het NBG

1992-01-31
  • Jaargang 36
  • nummer 3
Het Nederlands Bijbelgenootschap gaf vorig jaar een herziene druk uit van het boek 'Help! Ik lees de Bijbel'. De bedoeling van dit boek is beknopte informatie te geven over de Bijbel op een manier die vooral op jongeren is afgestemd.
Vele begrippen uit en achtergronden van de Bijbel worden verklaard om het lezen ervan te stimuleren.
De vraag is vanuit welke visie de samenstellers schrijven over de Bijbel en haar ontstaan. In hoofdstuk 2 wordt al duidelijk dat men zich laat leiden door een bijbelkritische visie. Beweerd wordt dat de eerste boeken van het Oude Testament pas honderden jaren na de gebeurtenissen geschreven zijn nadat ze eeuwen lang van vader op zoon doorverteld waren.
Zulke verhalen worden dan hoogst onbetrouwbaar. "Opgeschreven verhalen werden vaak 'aan elkaar geplakt' en 'bijgeschaafd' door zogenaamde redacteuren, die soms hun mening eraan toevoegden" (pag. 14). De Bijbel is volgens de schrijvers niet het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord van God maar redacteuren hebben aan oude doorvertelde verhalen hun eigen mening toegevoegd!
In Exodus en Deuteronomium wordt herhaaldelijk vermeld dat God aan Mozes opdroeg om wetten en inzettingen schriftelijk vast te leggen, maar volgens de samenstellers van dit boek zijn die wetten pas veel later opgesteld.
"Toen het in Israël kwam tot een min of meer vaste vorm van samenleven, kreeg men behoefte aan geschreven wetten. Wanneer je regels opschrijft, kan iedereen ze lezen en weten waaraan hij zich te houden heeft.
Zij vormen een duidelijker richtsnoer dan mondeling gemaakte afspraken die men kan vergeten of ombuigen naar eigen smaak. Zo is een vroege versie van de tien geboden waarschijnlijk een van de eerste geschriften van Israël" (pag. 14).
Men noemt het lied van Debora (Richteren 5) het oudste gedeelte van de Bijbel en dateert het ontstaan ervan rond 1100 v.C. Het schriftelijk vastleggen van de Tien Geboden heeft dus volgens de auteurs nog later plaatsgevonden, dus lang na de tijd van Mozes.
Men houdt er geen rekening mee dat in Exodus 34:1 staat dat Israël al bij het sluiten van het verbond bij de Sinaï, na de Uittocht uit Egypte, de Tien Geboden in geschreven vorm kreeg op twee stenen tafelen.
God gaf op de Sinaï ook verordeningen voor het dagelijks leven die we vinden in Exodus 21-23. In Ex. 24:4 lezen we: "En Mozes schreef al de woorden des Heren op". Vele hoofdstukken van Leviticus over reinigingsen offervoorschriften beginnen met de woorden: "De Here sprak tot Mozes".
Daarna volgt dan telkens de tekst van de voorschriften. In Deuteronomium 12-26 heeft Mozes andere inzettingen voor de eredienst en het dagelijks leven vastgelegd, na het sluiten van een nieuw verbond. met Israël, kort voor de Intocht in Kanaän.
Mozes doet dat in opdracht van God: "Dit zijn de woorden van het verbond dat de Here Mozes geboden heeft met de Israëlieten te sluiten in het land Moab, naast het verbond dat Hij met hen in Horeb gesloten had." (Deut. 29:1). In Deut. 31:24-26 lezen we: "Toen Mozes gereed was met de woorden dezer wet volledig in een boek op te schrijven, gebood hij de Levieten, die de ark van het verbond des Heren droegen: Neemt dit wetboek en legt het naast de ark van het verbond van de Here, uw God, opdat het daar tot getuige tegen u zij."

Die geschreven wetten en inzettingen moesten iedere zeven jaar aan heel Israël voorgelezen worden (Deut. 31:11). Met de bewering dat Israël pas later, toen men er behoefte aan kreeg, gesehreven wetten ging opstellen, worden al deze plaatsen in de Heilige Schrift van tafel geveegd als onjuiste mededelingen. Van goddelijke instellingen worden wetten naar eigen behoefte gemaakt.
Beweerd wordt dat priesters die na de Intocht van Israël in Kanaän verbonden waren aan cultusplaatsen waar vroeger afgoden werden vereerd, maar die omgezet werden tot heiligdommen van Israël, ertoe bijgedragen hebben dat allerlei regels voor de praktijk van de godsdienst werden opgeschreven (pag. 14). Dat is in strijd met wat op vele plaatsen in de Bijbel staat over het opstellen van de religieuze voorschriften door Mozes voor de Intocht in Kanaän.

Tijdens de Babylonische ballingschap?
Verder wordt gesteld: "Maar de belangrijkste stoot tot het op schrift stellen van de overlevering werd toch gegeven in de tijd van de Babylonische ballingschap. Het gevaar bestond dat het volk zou vergeten hoe het was ontstaan en welke roeping het had" (pag. 14-15).

Dat is de opvatting van bijbelkritische geleerden die het ontstaan van de eerste bijbelboeken dateren tijdens de Babylonische ballingschap, dus na ca. 600 v.C. Vele plaatsen in de Bijbel getuigen er echter van dat Mozes de eerste vijf boeken van het Oude Testament grotendeels geschreven heeft.
We wijzen behalve op de al genoemde teksten op Marc. 7:10, Luc. 16:29 en Luc. 24:27 en 44. Zeer duidelijk is Joh. 5:46-47 waar Jezus zegt: "Want indien gij Mozes zou geloven, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. Maar indien gij zijn ge schriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?"
In deze NBG-gids wordt in een overzicht aangesloten bij de opvatting van bijbelkritici die de definitieve redactie van de boeken Genesis tot en met Deuteronomium zelfs nog twee eeuwen later dateren, namelijk na 400 v.C. (pag. 16 en 17). Dit overzicht is overgenomen uit het boek van drs. J.H. Negenman: 'De bakermat van de Bijbel'.
Het Oudtestamentisch gedeelte van dit overzicht vinden we ook in het bijbelkritische boek 'Het ontstaan van de Bijbel', eveneenseen uitgave van het NBG.

Profetieën
De boeken Jesaja, Jeremia en Ezechiël die vele profetieën over toekomstige gebeurtenissen bevatten, worden gedateerd na 350 v.C., nadat de geprofeteerde feiten plaatsgevonden hadden.
Over Jesaja lezen we: "Het gedeelte dat de hoofdstukken 40-66 omvat, moet echter van een andere profeet geweest zijn dan Jesaja. Men noemt deze profeet dan ook wel de 'tweede Jesaja' (deutero-Jesaja)" (pag. 41). Men gelooft niet dat Jesaja over gebeurtenissen van.bijna twee honderd jaar later profeteerde. Toen echter in 1947 in de grotten van Qumran bij de Dode Zee een rol van het boek Jesaja gevonden werd, bleek dat de tekst van hoofdstuk 40 zonder onderbreking doorliep na die van hoofdstuk 39.
Het boek Daniël wordt door de schrijvers gedateerd na ca. 200 v.C. en vermoedelijk "het laatst geschreven boek van het oude testament" genoemd (pag. 43). Daaruit blijkt dat ook het profetisch karakter van dit bijbelboek waarin over toekomstige gebeurtenissen geprofeteerd wordt, niet aanvaard wordt.
In het overzicht op pag. 16 en 17 treffen we de termen Jahwist, Elohist en Deuteronomist aan die verbonden zijn met de opvatting van de zogenaamde bronnensplitsingstheorie. Volgens deze bijbelkritische opvatting zijn de eerste bijbelboeken verzamelingen van teksten die uit diverse bronnen afkomstig zijn en die pas veel later ineengevoegd werden.

In het boek wordt gesteld dat de evangeliën geen ooggetuigeverslag geven van de gebeurtenissen rond Jezus, maar dat de schrijvers er iets mee wilden verkondigen. "Het is het verhaal van de Messias, die gekomen is in de persoon van Jezus van Nazaret.
Ze geloven dat God door hem de wereld wil laten weten dat hij nabij is en zijn rijk nog steeds wil laten komen" (pag. 44). Dit is een versmalling van de werkelijke betekenis van de komst van Gods Zoon op aarde als de verlosser uit de macht van de zonde. De bijbelkritische visie van de schrijvers van deze NBG-gids blijkt ook op diverse andere plaatsen. De schrijvers vragen zich af wat de historische waarde is van de verhalen over Abraham, Isaäk en Jakob (pag. 96).
Men sluit zich aan bij de bijbelkritische geleerden die stellen dat de Uittocht van Israël plaatsvond ca. 1200 v.C. (pag. 97). Daarmee worden de gegevens uit o.a. Richt. 11:26 en 1 Kon. 6:1 ter zijde geschoven.

Conclusie
Duidelijk is dat dit boek niet aanbevolen kan worden. Ook een ander boek dat het NBG uitgaf: 'Het ontstaan van de Bijbel', is geschreven vanuit een bijbelkritische visie. Een beoordeling van dat boek kunt u van mij krijgen evenals verdere informatie over de sterke invloed van de bijbelkritiek binnen het NBG (Postbus 1143 3800 BC Amersfoort).
Het zou goed zijn als men zich binnen onze kerken bezint over de koers van het NBG nu de leiding duidelijk ruimte wil bieden aan bijbelkritische visies. Gezien het feit dat het NBG voorbereldinqen treft voor het tot stand brengen van een nieuwe vertaling van de Bijbel, de 'Vertaling 2.000'.
is dergelijke bezinning gewenst. De visie van de bijbelvertaler op de Heilige Schrift werkt ook door in de vertaling.
Uiteraard is het verspreiden van bijbels door het NBG een goede zaak, maar het is te hopen dat er een eind komt aan het uitgeven van bijbelkritische lectuur door het NBG Kerkeraden zouden er goed aan doen het bestuur van het NBG daarop te wijzen.

Naar aanleiding van: HELP! IK LEES DE BIJBEL Uitgave van het Ned. Bijbel Genootschap, 4e herziene en aangevulde druk, Haarlem 1990.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief