Boos worden
1992-02-14
Zondagmorgen in het Militair Penitentiair Centrum te Nieuwersluis, de militaire gevangenis waaraan ik tegenwoordig als geestelijk verzorger verbonden ben.- Jaargang 36
- nummer 4
Er is als gewoonlijk eerst koffie met gebak, ook voor de gedetineerden.
Dan, om tien uur, is er de bijeenkomst van de geestelijke verzorging. Geen kerkdienst - daarvoor is de graad van onkerkelijkheid veel te hoog -, maar een gesprek in de kring.
Om dat gesprek te starten vraag ik hun wat ze, voorzover ze iets van de Bijbel afweten, daarin het meest opvallende en treffende vinden.
Ik begin bij de jongen aan m'n linkerhand.
Hij wordt verdacht van wapenen drugshandel. Komt uit een crimineel milieu: ook zijn moeder, stiefvader, zus, vriendin zitten vast. Een poosje geleden kreeg hij op zondag een 'Groot Nieuws' van mij, en hij blijkt erin gelezen te hebben: "Nou, dat die Jezus zo kwaad kan worden en mensen verrot kan schelden, dat had ik niet van hem gedacht, geweldig!"
En zo zitten we opeens midden in een gesprek en krijgen we het over boosheid.
Die van de Heer. En die van ons.
Hoeft boos worden dan niet verkeerd te zijn? Màg het? Ook als je gelovig bent? Mag het van God? Je kunt er toch best goede reden voor hebben?
Enkelen vertellen, dat ze, toen ze laatst naar de sport werden afgemarcheerd, een van de begeleidende gestraftenbewaarders via de walkietalkie tegen een kollega hoorden zeggen: "Wij zijn nu op weg met zo en zo veel mensen naar..." en dat ze toen als reaktie hoorden: "Sinds wanneer zijn gedetineerden ook mensen?" Op die opmerking knapten ze af. Zoiets zeg je toch niet? Wat kunnen die zogenaamde grapjes toch veel kapot maken.
Zijn die gevangenen dan zo gevoelig?
zou je kunnen denken. Realiseren ze zich wel dat ze met wat ze gedaan hebben ook vaak mensen schade en leed hebben berokkend?
Meestal wel. Maar ondanks dat ze in de fout zijn gegaan, zijn en blijven ze mensen. En het komt hier juist zo op aan ze dat te laten voelen en hun echt een kans te geven om weer meer mens te worden.
Daarom kan ik net als zij boos worden wanneer er zulke dingen worden gezegd.
Dat mag je niet zomaar laten passeren, vond ik. Boos worden om wat onrechtvaardig en mensonwaardig is, is toch zeker terecht?
Wij kunnen met onze gevoelens van boosheid vaak niet zo goed overweg, denk ik. We vinden algauw dat het zondig is en zo. Natuurlijk kunnen we met ons kwaad worden gemakkelijk verkeerd zitten. Er kunnen onzuivere motieven achter zitten. Of we uiten het op een onjuiste manier en maken brokken.
Maar boosheid is wel een emotie die bij ons mens-zijn hoort. De boosheid van de Here Jezus maakt ons dat wel duidelijk.
Ook daarin mogen we het beeld van God vertonen: dat we er, evenals Hij, niet tegen kunnen wanneer mensen onrecht wordt gedaan en daar tegeningaan.
Tot m'n eerste gemeente behoorden mensen, die uit een andere kerk waren overgekomen. Uit verontrusting over de gang van zaken daar. Ze hadden er met hun dominee meermalen over gepraat, maar die werd dan kwaad - vertelden ze me.
Een paar jaar later waren ze bij ons net zo verontrust... Toen ik weer eens over hun kritiek kwam praten, beschuldigden ze de kerkeraad en mij volkomen ten onrechte van zulke verschrikkelijke dingen dat ik werkelijk woedend werd. En dat liet ik ook wel wat blijken. "Doom'nie moe nie kwoad worre..." was hun reaktie. "o", dacht ik, "laat ik maar oppassen en m'n mond houden, want straks praten ze over mij net als over de dominee van die vorige kerk..."
Achteraf denk ik wel eens: misschien toch te bang of te diplomatiek geweest... Màg een mens dan soms niet kwaad worden als hij zulke onrechtvaardige dingen tegenkomt?
Zou het niet eens kunnen zijn dat we in dit opzicht - ook 'in de kerk' - eens wat eerlijker met elkaar èn met onszelf zouden moeten leren omgaan?