Over kerkzilver

1992-02-14
  • Jaargang 36
  • nummer 4
Tijdens een toespraak bij de opening van een expositie kerkzilver in het Zaltbommel se museum stelde de hoogleraar kerkgeschiedenis Dr. O.J. de Jong te Culemborg vorig jaar de vraag, of kerk en zilver wel bij elkaar horen. Als de Here Jezus de twaalf discipelen uitzendt (Matth. 10), zegt Hij o.a. tot hen: "Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels..." Niet minder bekend is het woord van de Heiland uit Matth. 6: "Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot of roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen, maar verzamelt u schatten in de hemel..." En als Petrus een zieke geneest, zegt hij (Hand. 3): "Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u..." Het lijkt wel of de kerken zich aan de goede raadgevingen uit de bijbel niet hebben gehouden. Op veel plaatsen is heel wat prachtig kerkzilver en ook wel kerkgoud te zien. Inbrekers hebben al heel wat weggehaald, maar dank zij goede beveiligingen kan in dit opzicht veel worden voorkomen. Het grootste deel van het kerkzilver heeft te maken met de sacramenten. Er zijn veel zilveren avondmaalbekers en -kannen en zilveren doopbekkens. Maar ook veel oude bijbels zijn voorzien van gouden of zilveren sloten. In het Bijbels Museum te Amsterdam is heel wat te zien. Niet alleen in protestantse kerken is veel aanwezig; ook de roomskatholieke kerken hebben veel 'materiaal' voor de viering van de mis. De voorwerpen verschillen dan duidelijk met die van protestantse kerken. Bij de misviering is de hostie zichtbaar achter glas. Men gelooft, dat dit het echte lichaam van de Heiland is en zo kan het aanbeden worden. De glazen houder is omgeven met een edel metaal, zilver of goud. Je kunt je afvragen, waarom de christelijke kerken gebruik zijn gaan maken van dure voorwerpen voor de beleving van de godsdienst. Waarschijnlijk heeft men die dienst, en met name de sacramenten zó belangrijk gevonden, dat men voor de viering veel geld over had. De kerk heeft de eerbied zichtbaar gemaakt.
In de Middeleeuwen hadden veel kerken een stenen doopvont. Na de Reformatie heeft dit soort doopvont over het algemeen plaats moeten maken voor een koperen of zilveren bekken. Vaak werd zo'n bekken gemaakt door een in de buurt wonende zilversmid.
Aan de zilveren bekers voor de avondmaalsvieringen werd nogal aandacht besteed. Er werden versieringen op aangebracht en ook werden er wel woorden in gegraveerd.
Ik wil enkele voorbeelden noemen.
Een Bommelse zilversmid maakte een beker voor de Hervormde Gemeente te Hurwenen (een dorp in de Bommelerwaard). De volgende tekst is op de beker te zien: "Deze Beker gehoort aan de Diaconij van Hurwene Anno 1718". Deze gemeente heeft ook een beker, die in 1845 geschonken werd door een dochter van een predikant; ze vond deze schenking zó belangrijk, dat ze het uitvoerig op de beker liet vermelden. De Hervormde Gemeente van het eveneens in de Bommelerwaard gelegen Weil heeft twee bekers, die een mooie gegraveerde rand hebben.
De bekers hebben verschillende opschriften:
a. 'Denckt dan dat Christi bloet Van Sond van vloeck en doot vlost uyt uwe noot. 1661'

b. 'Wel dier gecochte kerck Dees bekers tot theyl ich werk Gbruyckt als gij tnachmael doet 1660'

Op de bekers van de Hervormde Gemeente van Ammerzoden is o.a. een medaillon gegraveerd van een pelikaan (symbool van Christus), die zichzelf in de borst pikt om zijn jongen te voeden. De hervormde Gemeente van Kerkdriel heeft twee zg. Bommelse bekers, die in 1723 werden geschonken door Cornelia Ceporinus, een afstammelinge van de Bommelse kapelaan Jan van Venray, die in 1567 uit de stad Bommel moest vluchten vanwege zijn reformatorische opvattingen.
Op de zilveren schaal, die bij de bekers hoort, staat te lezen: "Dees spijs is voor de ziel der vroomen Die hongerig tot Jesus komen En door t Gelove in Zijnen Doot versterking zoeken bij dit broot".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief