Het zonntje van de afdeling
1992-02-14
"Ik wilde graag met mensen omgaan", antwoordde ze op mijn vraag waarom ze nou eigenlijk ooit de verpleging in wilde. "Ik had toch een soort beeld voor ogen van de verpleegster die lief is voor de patiënten, ze goed verzorgt en die ze vrolijk uitzwaait, als ze weer naar huis gaan."- Jaargang 36
- nummer 4
"Nou, dat ideaalbeeld lag al heel snel aan diggelen. Ten eerste gáán een heleboel mensen niet meer naar huis.
Zeker niet op de afdeling waar ik terecht kwam. En ten tweede ben jezeker in het begin - toch een soort manusje-van-alles. Je taak bestaat uit poep opruimen, dweilen, afwassen, koffie rondbrengen en temperaturen.
Je doet gewoon de rotklusjes. Ik vond het een uitputtingsslag. Vooral, omdat je óók nog zoveel erge dingen om je heen ziet. Je schrikt voortdurend. Ik weet nog dat ik een boom van een vent aan mijn arm naar binnen bracht. Drie weken lang heb ik hem gewassen en verzorgd. Toen lag hij op sterven. De familie was er, en ik moest vragen wat ze wilden drinken. Die man zag er toen zo eng uit, dat ik meteen de deur weer snel heb dichtgedaan en hard ben weggerend. Ik heb nooit begrepen dat z'n vrouw me later het 'zonnetje van de afdeling' noemde. Van binnen voelde ik me vaak zo ontredderd.
Later werkte ik op een afdeling waar vrij veel jongeren met kanker lagen.
Het is heel moeilijk om iemand van je eigen leeftijd te verplegen: terwijl je weet dat hij niet lang meer te leven heeft. Vooral jongens kunnen moeilijk accepteren dat ze afhankelijk van je zijn. Als je ze dan moet wassen, voel je een soort plaatsvervangende schaamte. Bij zulke patiënten moet alles van jóu uitgaan. Uit zichzelf zullen ze nooit een gesprek met je beginnen, terwijl ze nou juist zo hunkeren naar contact.
Nee, het was absoluut niet makkelijk in het begin. Tijdens één van mijn eerste stages vroeg ik eens aan een meisje: "Wat wil je later worden?" Gewoon zo'n vraag om contact te leggen, weet je wel? Ze zei toen: "Als ik niet dood zou gaan, had ik wel juf willen worden."
"Op dat moment voelde ik de grond onder m'n voeten vandaan zakken.
Ik kwam net van school en was nog nooit met de dood geconfronteerd.
Daar was ik nog helemaal niet tegen opgewassen. Al snel was ik ervan overtuigd dat ik nóóit de verpleging in had moeten gaan. Maar ja, dat hield ik maar voor me. Tenslotte begon ik nét en je moet toch ook een beetje doorzetten.
Wel was ik jaloers op mijn oude schoolvriendinnen. Aan de ene kant vond ik ze verschrikkelijk onnozel met al hun praatjes over make-up en zo; aan de andere kant had ik óók nog wel zo onbezorgd willen giebelen en genieten. Ik was in korte tijd heel erg veranderd. Misschien wel te snel."
"Ik doe dit werk nou al weer een jaar of tien. Nog steeds vind ik het een zwaar beroep. Zowel psychisch als lichamelijk. Toch heb ik nooit meer spijt dat ik er toen voor gekozen heb.
Ik heb geleerd hoe bevoorrecht ik ben met m'n gezonde lichaam. Het geeft wel voldoening als je mensen die het minder getroffen hebben zoveel mogelijk probeert te helpen. Ik ben nu gewoon gelukkig met m'n werk."
Ik was nogal onder de indruk van dit verhaal. Notabene van m'n eigen zusje. Nooit heb ik er zo bij stil gestaan wat verpleegkundigen allemaal op zich af zien komen. Het verbaast me dan ook niets dat er zo ontzettend veel leerling-verpleegkundigen met de opleiding stoppen. En voor degenen die er wél mee doorgaan - ondanks het chronische personeelstekort in de ziekenhuizen, heb ik veel respect.
Daar moeten we maar zuinig op zijn.
Marianne Busser
Dit verhaal troffen wij aan in de rubriek: Treffend in het 'Centraal Weekblad'.
Al is het al weer een tijd geleden, dat het geschreven en gepubliceerd werd, het heeft aan aktualiteit totaal niets verloren. Men stote zich niet aan een bepaalde term, die door Marianne gebruikt wordt. Het gaat erom, dat de indrukwekkende inhoud van dit artikel bij de lezers metterdaad overkomt. Laten we vooral het gebed in de kerk en in ons persoonlijke leven niet vergeten! Het gebed voor de zieken en stervenden. Maar daarbij inbegrepen ook de bede of God medici en verpleegkundigen de kracht wil geven hun moeilijke en verantwoordelijke werk voort te zetten. De Here geve bovenal, dat zij hun arbeid voor het eerst of opnieuw mogen verrichten in de sfeer van de Verrijzenis van Christus.
Dan zal Gods Naam daardoor geprezen worden!