Geroepen tot gemeenschap met zijn zoon
1992-02-28
In een lezing over Joods bijbel/ezen heeft ds.- Jaargang 36
- nummer 5
H. de Jong eens gewezen op de milde menselijkheid en wijsheid, die in joodse Schriftgeleerdheid uitkomt. De rabbijnen staan dicht bij het leven en dat merk je in hun woorden: ze houden niet van hoogdravende taal. Tegelijk liet hij daarbij echter zien, dat dit ook een zwakheid is, omdat Gods woord nu eenmeet niet menselijk is, maar goddelijk.
Hieraan moest ik denken bij het lezen van ds. De Jongs artikel: "Een ieder blijve bij de roeping waarin hij was toen hij geroepen werd". Het klinkt zo verademend: geen hoogdravende woorden, prijs elkaar en plaag elkaar, kijk uit voor over-ernst. Zulke woorden vinden weerklank, want eigenlijk voelen we ons best lekker met elkaar.
Inderdaad, als de fusie maar steeds op handen blijft, heb je er alleen de lasten en niet de lusten van. Iemand uit de reclamewereld zei eens tegen me: wij zouden die verdeeldheid juist als een plus zien, als produkt-differentiatie waardoor je meerdere markten kunt bedienen. Elk wat wils, toch?
Goddelijke wijsheid
Allemaal heel wijs en menselijk. Alleen maar, de Bijbel spreekt nu eenmaal niet menselijk-wijs over de kerk.
De Bijbel spreekt goddelijk en vanuit Christus. Bij verdeeldheid binnen de kerk stelt Paulus al de brandende vraag: "Is Christus gedeeld?" (1 Cor. 1:13). En in zijn brief aan de Efeziërs zegt hij, dat de eenheid in Christus' kerk een demonstratie van Gods veelkleurige wijsheid is voor het front van de overheden en machten in de hemelse gewesten (Ef. 3:10). Daarom bidt hij, dat de christenen "samen met alle heiligen" Christus' liefde zullen leren kennen. Dat gebed eindigt frappant: "Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen". Paulus bidt dus of God veel eer mag inleggen met de gemeente en met Christus Jezus. De gemeente en Christus zomaar in één adem genoemd, ongehoord is dat! Dit is toch het enige houdbare motief om je "te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren" (Ef. 4:3). Ja, sorry, dat zijn wel grote woorden en ze zijn ook meer dan menselijk. Ze zijn goddelijk en het gaat meer om de eer van God en Christus dan om ons welbevinden.
Wijsheid en roeping
Nu wil ik niet zeggen dat woorden uit de sfeer van menselijke wijsheid onzin zijn. Ds. De Jong wijst met recht op rare zaken bij de samenspreking. En mijn vrouw zei onlangs: "Kerkstrijd is het ergste. Je hebt kerkstrijd bij scheuring en kerkstrijd bij fusie en dat is allebei even erq". En dat lijkt me een wijsheid die we maar nooit moeten vergeten. Maar het is pas de helft van het verhaal. Het blijft ook waar dat we een hoge roeping hebben en dat we alleen samen met alle heiligen de hoogte en diepte van Christus' liefde kunnen verstaan.
Om het concreet te maken: de Chr. Geref. en wij hebben elkaar nodig.
Onze studenten (waaronder ik) hebben uit Apeldoorn heus niet de starre kenmerken-prediking meegenomen, maar wel een noodzakelijke aanvulling op het punt van de persoonlijke toespitsing van preken. Ik meen dat Chr. Geref. studenten ook wat van ons en de T.S.B. mee genomen hebben, in de vorm van de ontdekking dat je voor levensechte antwoorden op eigentijdse vragen in de Schrift zèlf terecht kunt.
Ik voeg eraan toe: de Vrijgemaakten en wij hebben elkaar ook nodig. Zij dreigen zonder ons te star en te onpersoonlijk te worden. Wij dreigen zonder hen te veel een groep losse individuen te worden die slechts door een bepaalde (overigens aangename!) kerkelijke cultuur bij elkaar blijven. De verhouding met die laatsten, de Vrijgemaakten, vind ik trouwens heel belangrijk.
Ik hoor tot de generatie die de breuk geërfd heeft en ik ben daar niet blij mee, hoeveel begrip ik ook heb voor de achtergrond. Onze kinderen zitten op een Vrijgemaakte school; dat moest wel zo in onze situatie. Onlangs maakte ik een schoolavond mee en het deed me lijfelijk pijn dat zij en wij niet bij elkaar horen. Het gaat niet altijd over kerk en confessie en trouwens, als je daar wat doorheen kijkt, dan is onze verwantschap voor ieder duidelijk.
Zoeken naar herstel
Als aanvulling op ds. De Jongs artikel zou ik dan ook willen zeggen: laten we niet in de situatie berusten. Laten we integendeel zo wijs en nuchter mogelijk zoeken naar herstel van breuken die er niet horen te zijn. Daarbij zullen we zoveel mogelijk de gevoeligheden van de oudere generatie moeten ontzien, want die gevoelens zijn reëel. En we moeten ook maar bescheiden blijven en geen grote woorden gebruiken.
Maar we mogen er onze roeping tot eenheid niet door verzaken. Ik voel me tenslotte niet geroepen tot de status quo, maar tot de eenheid in Christus.
"God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here", zoals Paulus juist tegenover de verdeeldheid schrijft (I Cor. 1:9).
Naschrift
Ik denk dat ds Smouter en ik niet in doel, alleen maar in methode van elkaar verschillen. In eenheidsgezindheid zullen hij en ik wel niet voor elkander onderdoen, maar bij de vraag 'hoe bereik je dat?' treedt tussen ons verschil aan de dag. Mijn gedachte is dat we ons voor die fel begeerde eenheid geweldig inspannen en toch weinig bereiken (en soms zelfs het omgekeerde van wat we bedoelen). Zou het niet kunnen zijn dat God zijn zegen aan onze 'bestdoeningen' onthoudt omdat onze mentaliteit niet deugt, te weinig bescheiden is? Ik proef hier en daar wel eens de zelfoverschatting: 'Wij zullen aan die dwaasheden van de vorige generaties wel eens even gauw een einde maken'. Os Smouter zegt dat zeker niet. Wel schrijft hij: "Ik hoor tot de generatie die de breuk heeft geërfd en ik ben daar niet blij mee, hoeveel begrip ik ook heb voor de achtergrond'. En daar heb ik toch ook een vraag bij. Kun je dat zo zeggen?
Zijn wij enkel erfgenamen of zetten we de zaak van het scheuren en breken zelf nog voort? Zelf heb ik met het ketterjacht-instinkt op precies gelijke wijze nà als vóór 1967 kennis gemaakt.
De gevolgen waren weliswaar anders maar de mentaliteit verschilde niet.
Anderen zullen van mij weer zeggen dat ik vóór en nà een even grote vrijbuiter ben geweest. Ik zeg dit laatste omdat ik niet naar één kant wil kijken.
En als iemand liever aan andere voorbeelden wil denken - een kind kan hem eraan helpen. Zijn de scheidingmakende faktoren (zo wil ik vragen) werkelijk dood, zodat we ons als slachtoffers van het verleden kunnen opstellen, of moeten we van een groot wonder spreken dat we als gereformeerde gezindte niet in nog veel meer stukken uiteengespat zijn? Bij elk konflikt dat tot kerksplitsing geleid heeft is het scheuren (niet het verwerken ervan!) makkelijker geworden en dat betekent dat we zo langzamerhand met een zeer ellendige en hardnekkige schismatitis behept zijn geraakt.
Welnu, wij zullen alleen aan de manier waarop we in eigen kerk met elkaar omgaan kunnen laten zien dat we hiervan genezen zijn of bezig zijn genezing te vinden. Andere kerken kunnen we mijns inziens in deze noodzakelijke terapie niet betrekken. In fusie als remedie geloof ik niet. Zoals je na echtscheiding te vlug kunt trouwen (waarmee je dan in de ragel nieuwe ongelukken oproept) zo kun je na een periode van kerkscheidingen te snel met wie ook maar verenigen. Eigenlijk wals je dan over je nederlagen heen in plaats van ze echt te verwerken. Natuurlijk heeft ds Smouter gelijk als hij zegt dat dit standpunt van mij misbruikt kan worden door de geestelijke luiaards die de status quo willen bevestigen: hiep hoi, we hoeven dus lekker niets te doen! Maar wie dat doet en zo spreekt ziet wel over het hoofd dat ik onze mensen echt aan het werk zet. Zij het ook voorlopig alleen in eigen kerk. Laten we maar eens zoeken naar oorzaken en nagaan hoe dat toch komt dat christenen elkaar betrekkelijk gemakkelijk loslaten als ze samen problemen hebben. Je zou toch mogen verwachten dat juist dan de broederband iets zegt en over het probleemgebied heen een brug van verstandhouding slaat. Vanwaar toch dit euvel? Met die vraag moeten we maar eens tot onszelf inkeren. Er is vóór alles huis-werk te doen.
En ach, als we dan zo nuchtertjes van de werkelijkheid van de scheidingen uitgaan, misschien dat God dan voor de kerken wel hetzelfde wil doen als wat Hij voor de beide Duitslanden gedaan heeft. Want hoe verdween de Muur ook al weer? Zonder toedoen van mensenhanden en opmerkelijk genoeg niet lang nadat men zich bij de realiteit ervan had neergelegd. Het was of God op die te trage doorbraak van nuchterheid en bescheidenheid gewacht had.