Nu Christus gekomen is
1992-02-28
Een vraag aan ds. H. de Jong n.a.v. zijn nieuwjaarspreek. De preek had als titel: over 'dood' en 'opstanding' van de sterken en is gepubliceerd in Opbouw dd. 17 januari 1992. In de eerste plaats wil ik zeggen dat ik heel blij ben dat U weer schrijft in Opbouw.- Jaargang 36
- nummer 5
Maar ik heb wel een vraag bij Uw preek.
De vraag is: Is uw suggestie "dat er in de bijbel ten aanzien van de vrouw blijkbaar een beweging zit, een drijfkracht naar grotere eigenheid en zelfstandigheid voor de zusters" ... is die suggestie wel juist?
De suggestie:
U suggereert door het aanhalen van Galaten 3:28 dat er voor de gelovige vrouw door het verlossingswerk van de Here Jezus veel veranderd is. Zij staat niet meer onder de man, maar schuift op en komt naast haar man te staan. Paulus zegt immers in dat bewuste gedeelte van de Galatenbrief: "Wij zijn allemaal zonen van God door het geloof in Jezus Christus. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije van mannelijk en vrouwelijk."
De dochter is in de positie van de zoon gekomen, en de vrouw in die van de man, want wij zijn allemaal zonen van God.
De strekking van uw verhaal is: In de tijd direkt volgend op de hemelvaart van de Here Jezus was er onder christenen feitelijk nog een groot verschil of je slaaf was of heer, Jood of Griek, man of vrouw, maar in wezen was het in Christus al gelijk geschakeld. De geschiedenis behoefde die plaats voor de slaaf en de Jood en de vrouw alleen nog maar op te vullen. Dat is met de slaaf al gebeurd, maar met de vrouw nog niet. Nóg niet. Maar dat komt, in ieder geval dat mág komen.
En daar raakt U vervolgens de sterke en de zwakke.
Begrijp ik U tot dusverre goed?
De Griek. de slaaf en de vrouw
Mag ik U een ander gedeelte uit de Bijbel voorleggen, waar ook deze drie - de Jood, de slaaf en de vrouw - op het toneel verschijnen? Het is 1 Korinthe 7:17-24. In het kader van het spreken over (de man en vrouw in) het huwelijk, komt de apostel ook te spreken over de Jood en de Griek en de slaaf. Paulus maakt met een paar voorbeelden duidelijk wat hij wil zeggen.
Hij zegt: Als je als Griek christen wordt, laat je dan niet besnijden. Werd je als Jood geroepen, (dan was je dus al besneden) laat het niet verhelpen.
Hij bedoelt denk ik: zit er niet over in.
Ben je als slaaf geroepen? Mooi zo laten. Maar als je vrij kunt worden ...
altijd doen natuurlijk! En in het verband van dit hoofdstuk: ben je als gehuwde vrouw geroêpen, verbreek dat huwelijk niet. Ook niet als je man ongelovig is gebleven. Het is duidelijk wat de apostel wil zeggen: Hij vat het nog eens samen in het laatste vers (24) "Broeders, iedereen blijve voor God in dien toestand waarin hij werd geroepen".
Paulus ziet drie mensen in een veel minder vrije positie in de gemeente: de Jood, de slaaf en de gehuwde vrouw. De Jood heeft de littekens van het oude verbond nog in zijn vlees (ik zeg het nu wel wat erg hard, maar ik denk dat Paulus het zo bedoelt). De slaaf is vanwege zijn positie veel minder vrij en dit geldt ook voor de gehuwde vrouw. De Jood is door Christus een vrij man, ook al draagt hij nog het teken van het leven onder de wet.
De slaaf is door Christus een vrij man.
De vrouw is door Christus vrij, ook al is ze door haar huwelijk gebonden aan haar ongelovige man. Beide laatsten, indien zij vrij kunnen worden (de vrouw omdat de man haar verlaat) laten zij het doen: want tot vrijheid heeft God U geroepen.
Het huwelijk is en blijft bindend
Paulus zegt tegen man en vrouw in 1 Korinthe 7: Weet waaraan je begint als je wilt trouwen. En de reden is duidelijk.
Zij kiezen voor gebondenheid. Dat brengt de huwelijkse relatie met zich mee. Indien zij trouwen, kiezen man en vrouw daarvoor. Hierin is er toch een blijvend verschil tussen die drie . relaties: Jood/Griek en slaaf/heer en man/vrouw. Het verschil tussen Jood en Griek verdwijnt in de generaties en ook die tussen slaaf en heer is verdwenen tn de eeuwen, maar de .positie man vrouw in het huwelijk is en blijft er een van gebondenheid, want het gaat hier om het huwelijk dat door de eeuwen heen blijft bestaan. Indien er sprake is van vrijheid in het huwelijk, dan is het vrijheid in gebondenheid. Ik denk bij gebondenheid bijv. aan de zorgplicht, het verbod te gaan scheiden, enz. Daar komt nog iets bij.
De gebondenheid in het huwelijk is en blijft voor de vrouw sterker dan voor de man. Als ik mij niét vergis, zegt Paulus tegen beide: weet waar je aan begint als je wilt trouwen. Maar hij zegt het in het bijzonder tegen de (vaders van) de jonge dochters.
De mens en het mens
Waarom staat de apostel niet te juichen als een meisje gaat trouwen. De achtergrond hiervan is m.i. het volgende: De positie van de vrouw is veranderd door het verlossingswerk van de Here Jezus. Zij is met de man geschapen naar het beeld van God.
Maar 'geschapen naar het beeld van God'. Dat is iets wat van Adam alléén of van Adam en Eva samen gezegd wordt, maar niet van Eva alleen. De vrouw ging schuil achter de man. De vrouw is aanvankelijk a.h.w. op de man aangewezen om mens te zijn.
Maar door het verlossingswerk van Jezus Christus verandert dat ingrijpend.
Hij schenkt zijn Geest aan jongens en meisjes, mannen en vrouwen, slaven en heren enz. Door die Geest.
worden wij - mannen én vrouwenopnieuw geschapen tot het beeld van God. Dat betekent voor de toekomst een grote verandering. In het Koninkrijk van God zal er ook geen huwelijk meer zijn. D.w.z. dan zal de vrouw mens zijn, zoals de man mens is. Dan zal er in Uw termen niet langer sprake zijn van de mens en het mens, maar van de mens, als man en als vrouw.
Paulus pleit voor de ongehuwde vrouw omdat zij a.h.W. nu al zonder tussenpersoon in direkte relatie staat tot Christus 1 Kor. 7:34. De Here Jezus onderscheidt in Matth. 19:12 drie motieven om ongehuwd te blijven. Tenminste één ervan is ter wille van het Koninkrijk der hemelen. D.w.z. dat zij nu al sterker dan de gehuwde vrouwen iets van de toekomst van het Koninkrijk ervaren. Versta mij goed: ik wil hiermee niet suggereren dat voor de ongehuwde elk onderscheid tussen man en vrouw is weggevallen. Ik bedoel alleen te zeggen dat de ongehuwde vrouw in dit leven al meer opschuift tot een positie naast de man; een positie welke in het Koninkrijk volledig haar deel zal zijn.
Spanningsveld binnen bet huwelijk
Door het huwelijk kiest de vrouw voor een relatiepatroon welke haar toch onderschikkend en niet nevenschikkend naast de man stelt. Dit betekent a.h.W. voor haar een zekere stap terug.
Voor de man is er in die zin minder veranderd. De keuze voor het huwelijk houdt nog al wat in jongen, moet een vader tegen zijn zoon zeggen.
Maar als het een dochter is mag hij het wel tweemaal zeggen. Door het verlossingswerk van de Here Jezus is het huwelijk er niet gemakkelijker op geworden. Want "in Christus is er noch mannelijk noch vrouwelijk", terwijl er in het huwelijk wel degelijk verschil is. Het geeft een spanningsveld binnen het huwelijk.
Ik merk dit spanningsveld binnen het huwelijk bijv. bij Petrus die aan de ene kant de otische verhouding direkt toepast op het ntische huwelijk: Zoals Sara haar man heer noemde, zo moet jij dat ook doen t.a.v. je man. Maar tegelijkertijd zegt Petrus tegen de man over zijn vrouw dat zij ook deelt in het verlossingswerk van Christus op eenzelfde wijze als hij. Zij zijn medeërfgenamen van de genade des levens, zegt Petrus. (1 Petrus 3:7) Het moet derhalve niet een spanning zijn waarmee de man de vrouw alleen opzadelt.
Het is ook zijn probleem. Hierin moeten man en vrouw ook naar elkaar toekomen. Het is een spanningsveld waarin man en vrouw moeten streven naar het gezonde evenwicht.
Ik zie het spanningsveld ook bij Paulus waarin hij aan de ene kant in 1 Kor. 9 weet van een vrouw die profeteert en bidt in het gezin (al moet zij naar de gewoonte van toen en daar aangeven dat zij onder de man staat) en aan de andere kant in 1 Kor. 14 de orde in de gemeente bevordert door de zwijgtekst ook van toepassing te maken op de vrouw.
De relatie man/vrouw in het huwelijk is strukturend
Ik heb hierboven gezegd dat de ongehuwde vrouw wel meer ervaart van het Koninkrijk dan haar gehuwde zusters, maar dat dit niet wil zeggen dat in dit leven dus alle onderscheid tussen man en vrouw daarmee is vervallen. Ik zeg dit om niet te hoge verwachtingen te wekken. Want uit de bijbelse gegevens is m.i. duidelijk dat de relatie van man en vrouw in het huwelijk het uitgangspunt blijft bij de vraag hoe de verhoudingen liggen. Dit raakt naar mijn mening ook de plaats van de vrouw in de gemeente aangezien naar mijn oordeel Paulus het gemeentelijke leven struktureert naar de huwelijkse relatie.
Ik baseer mij hierbij o.a. op de volgende Bijbelgedeeltes.
Efese 5:21 en 22 waar de apostel Paulus zegt: En weest elkander onderdanig in de vreze van Christus. Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is van Zijn gemeente.
De zgn. huistafeIs waar de man/vrouw verhouding strukturerend is voor het leven der gemeente: Col. 3:18-4:1/ Efese 5:22-6:9.
1 Timotheus 2:8-15 ev. Eerst stelt Paulus de man/vrouw verhouding aan de orde en dan komt hij te spreken over wie gekozen kan worden in het ambt van ouderling of diaken. 1 Timotheus 3:1-16.
1 Korinthe 9:1,2 De 'apostel stelt hier: Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg. Ik prijs het in U dat gij in alles aan mij gedachtig blijft en aan de overlevering zich vasthoudt als ik ze u overgegeven heb. Ik wil echter dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd van de man is de vrouwen het hoofd van Christus is God. Paulus struktureert het gezinsleven en het gemeentelijke leven (vgl. 1 Korinthe 14) naar de positie van man en vrouw in het huwelijk. Het ligt hier z6 ernstig dat de betrouwbare overlevering in het geding komt als de schakels van deze band van het heil worden verbroken. Het is God/Christus/ man/vrouw.
Man en vrouw worden dus niet gelijkgeschakeld.
Conclusie:
- De positie van de vrouw is door het verlossingswerk van de Here Jezus sterk veranderd en verbeterd. In het Koninkrijk komt zij naast de man te staan.
- In deze tijd ervaart de ongehuwde vrouw daar het meeste van.
- De gehuwde vrouw heeft gekozen voor de binding van het huwelijk het geen in het relatiepatróon neerkomt op het schriftwoord dat zij, wat haar betreft, onderdanig moet zijn aan haar man.
- Het gemeentelijke leven wordt gestruktureerd (o.a.) naar het model van het huwelijk en de plaats van man en vrouw daarin.
- Dit betekent voor gehuwde en ongehuwde vrouwen, dat de periode van volstrekte gelijkwaardigheid en gelijkheid nog niet is aangebroken. De man is het hoofd van zijn vrouw.
- Hoofdfunkties zoals de ambten zijn als regel danook niet voor zusters van de gemeente weggelegd.
- Indien een gemeente dit toch doorvoert, komt haar Schriftverstaan/ d.w.z. het gezag van God en van de Here Jezus op losse schroeven te staan.