Tussen kerk en keuken
1992-02-28
Meeleven- Jaargang 36
- nummer 5
Voor mijn gevoel is de hele wereld altijd met hetzelfde onderwerp bezig.
Dat is natuurlijk niet waar, dat weet ik zelf ook wel, maar het lijkt beslist zo.
Het is overigens een bekend verschijnsel.
Ga maar eens verhuizen.
Binnen de kortst mogelijke tijd lijkt het of de hele straat het oog op een pandje verderop heeft. Gaat er een kind op kamers?
We hebben opeens en masse een logeer- of studeerkamer en een zoon of dochter die een nooit vertoonde interesse heeft voor overtollige huisraad en koken.
Ik heb zelf geen kamer over, omdat er meer kinderen dan kamers in huis waren, maar van anderen hoor ik hoe leuk het is om een strijk-hobby-studeer-rommelkamer te hebben.
Met baby's is het nog sterker.
In de tijd dat onze kinderen werden geboren, was ik altijd verrast over de geringe groei van Nederlands bevolking aan het eind van het jaar. Voor mijn gevoel reden er in die periode veel meer kinderwagens dan auto's door de straat en ik dacht dat zoiets wel met cijfers geboekstaafd zou worden. Nee dus.
Op het moment is iedereen (lees dus: ik!) bezig met Meeleven.
Meeleven met een hoofdletter. Er is, hoorde ik, zelfs een boek over verschenen.
Ik heb het nog niet zien liggen in de winkel en eerlijk gezegd ben ik ook de titel kwijt, maar ik ben erg benieuwd hoe een deskundige dit aanpakt. Ik heb uit de recensie een tikkeltje de indruk gekregen dat de deskundige in dit geval iemand is die ervaringen van anderen bij-elkaar optelt, de gemeenschappelijke factor deelt en vervolgens de uitkomst als richtlijn voor goed meeleven op tafel . gooit, maar dat kan meevallen.
Meeleven is, net als dementie, iets waar iedereen mee te maken krijgt.
Je kunt op maandag nog volslagen 'leek' zijn en op woensdag 'deskundige'.
Er hoeft alleen maar iets ergs in je onmiddellijke omgeving te gebeuren en de verandering voltrekt zich.
Iemand uit onze kennissenkring, amper 48 jaar oud, wonend in een dorp, verloor een half jaar geleden haar man en zei toen ik haar opbelde bitter: "Ik heb nooit geloofd dat het zou kunnen, maar als zo iets je gebeurt, is de rij bij de kassa van de supermarkt heel klein. Niemand durft achter je te gaan staan uit angst dat ze iets tegen je moeten zeggen. Mensen die je kennen, steken de straat over als ze je zien aankomen of ze gaan een etalage bekijken tot je voorbij bent. Staan ze bij de loodgieter te turen naar W.C.
brillen en closetpotten en denken nog dat je niets in de gaten hebt. Afschuwelijk!"
"Wat doe je dan?" vroeg ik.
"Tja, wat doe je dan ... Niets. Je kan toch moeilijk achter iemand aansluipen en 'boe' roepen. Ik ga gewoon naar huis en jank me ongelukkig," zei ze. "Wat zou jij doen?"
Achter de telefoon haalde ik mismoedig en ongezien mijn schouders op.
"Ik weet het niet. Het hangt er van af wie het is."
Omdat deze situatie zich nog al eens voordoet, wil ik volgende keer nog wat doordenken over dit onderwerp.