De Vrijgemaakten en het Liedboek

2007-08-31
  • Jaargang 51
  • nummer 17
Begin dit jaar (2 februari) nam ik in de Persschouw een gedeelte over van een beschouwing van ds. J.T. Oldenhuis n.a.v. het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. Hij gaf daarin uiting aan wat twijfel over de geheel eigen koers die de GKV varen in liturgisch Nederland. Nog heel wat verder op dat punt gaat de gerenommeerde Vrijgemaakte hymnoloog dr. Jan Smelik, in De Reformatie van 21 juli. Wat hem betreft komt er helemaal geen eigen Vrijgemaakte bundel meer, hooguit nog een aanvullend bundeltje bij één gezamenlijk nieuw Liedboek voor heel protestants Nederland. De PKN heeft dit voorjaar het besluit genomen om op weg te gaan naar zo’n nieuw Liedboek. Smelik is daar blij mee:

Vooralsnog ga ik er vanuit dat het lukt om een kwalitatief goede bundel te produceren, die binnen protestants-Nederland breed gebruikt gaat worden. Deze bundel zou dan naar mijn idee het 'kernrepertoire' moeten bevatten, d.w.z. de belangrijkste liederen uit de afgelopen twintig eeuwen.
Laten kerken en groeperingen die daarnaast nog specifieke wensen hebben, hun liedrepertoire in een aanhangsel of aanvullende bundel onderbrengen.

Vanouds zijn de GKV, net als de NGK, geen lid van de organisatie die het Liedboek uitgeeft, de ISK (Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied). Dat zou moeten veranderen. Smelik:

Als ik het goed begrepen heb, stelt de ISK zich inmiddels op het standpunt dat kerkverbanden die willen deelnemen aan het project, en daadwerkelijk een inbreng willen hebben in het (proces naar het) nieuwe liedboek, lid zouden moeten worden van de ISK.De Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken nam daarom begin juni unaniem het besluit lid te worden van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied.
Naar mijn idee zouden de vrijgemaakt-gereformeerde kerken er goed aan doen dezelfde stap te zetten, waarbij ik me realiseer dat daar niet alleen voordelen aan verbonden zijn, maar ook nadelen. Maar de voor- en nadelen afwegend doen we er goed aan om ons niet afzijdig te houden. We hebben ons de afgelopen jaren intensief bemoeid met het project om te komen tot een nieuwe bijbelvertaling. En nu weet ik wel dat je dat project eigenlijk niet goed kunt vergelijken met het liedboek-project, maar toch: waarom zouden we ten aanzien van het kerklied opeens veel terughoudender moeten zijn om te participeren in een interkerkelijk project dan bij een bijbelvertaalproject?
Temeer daar het gezangentraject m.i. wel aangetoond heeft dat het samenstellen van een bundel/liedlijst bepaald geen sinecure is. Zo streven we op papier kwaliteit van liederen, bundels en liedlijsten na, maar intussen volgen we een werkwijze die daarvoor aantoonbaar schadelijk is. () Voor alle duidelijkheid: het gezangentraject heeft erg veel opgeleverd waarvoor ik dankbaar ben. En dan denk ik niet alleen aan gezangen uit het Liedboek, maar bijvoorbeeld ook aan de kinderliederen en de onberijmde psalmen die door de laatste synoden zijn vrijgegeven.
Maar toch had ik begin jaren negentig de hoop dat onze kerken meer geleerd zouden hebben van de ontstaansgeschiedenis (1950-1985) van het Gereformeerd Kerkboek. In die zin dat toen gebleken is dat een klein kerkverband, dat niet kan terugvallen op een rijke liedtraditie en bovendien de knowhow in beperkte mate in huis heeft, zichzelf makkelijk overschat als het helemaal op eigen kracht een kwalitatief goede liedbundel wil produceren. Mijns inziens is die les tot op heden te weinig getrokken: het gezangentraject is opnieuw vrijwel geheel een intern-vrijgemaakte aangelegenheid geworden; we isoleren ons steeds meer van andere gezangen-zingende kerkverbanden door belangrijke en elders populaire liederen weg te stemmen, door ons eigen repertoire op te bouwen, door een exclusief vrijgemaakt gezangenboek na te streven, door alles geheel binnen eigen kring te willen realiseren. Zelfs het beleidspunt dat bij de selectie uit het Liedboek rekening gehouden moet worden met de selectie die in de Nederlands Gereformeerde Kerken en Christelijke Gereformeerde Kerken gemaakt is (), blijkt in de praktijk nauwelijks een rol te spelen. Dat de vrijgemaakten inmiddels hun eigen hymnodische terminologie (luek, luab) ontwikkeld hebben, is typerend voor het lied-isolationisme dat gecreëerd en instand gehouden wordt. Wat mij betreft is het hoog tijd de koers op dit punt te verleggen. Veel vragen op het gebied van de liturgische liedcultuur, die binnen onze kerken aan de orde zijn, spelen in even sterke mate binnen de PKN. En ben je nu handig bezig door in je eentje lastige vraagstukken proberen te beantwoorden en door complexe projecten te realiseren, wanneer een veel grotere groep mensen een deur verderop daar ook mee bezig is?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief