Werkdruk van predikanten (2)

1992-02-28
  • Jaargang 36
  • nummer 5
In het vorige artikel werd het pastoraat genoemd als knelpunt in het werk van een aantal ambtsdragers. Het is belangrijk dat de zwaarte van dit deel van het werk voldoende wordt onderkend. Waar liggen de grenzen van de eigen mogelijkheden? Soms kunnen problemen worden voorkomen wanneer een predikant duidelijker aan kan geven wat gemeenteleden van hem kunnen verwachten.
In deze aflevering gaan we in op enkele andere spanningsvelden.

Tegengestelde wensen
De verwachtingen die gemeenteleden van het werk van hun predikant hebben, zijn soms z6 verschillend dat ze elkaar uitsluiten. De een wil meer aandacht voor kinderen in de kerkdienst, de ander vindt die aandacht overbodig; de een vindt de kerkdienst te traditioneel, de ander vindt hem juist te weinig stijlvol, de een vindt dat meer accent moet liggen bij het werk in de gemeente, de ander vindt dat de preken het belangrijkste zijn. Wie probeert al die wensen op te volgen, wringt zichzelf in een onmogelijke positie. Hij stelt niet alleen veel te hoge eisen aan zichzelf, maar plaatst zichzelf ook voor een onmogelijke opdracht. Hoe je ook je best doet, er gaat altijd wel wat mis. Wanneer in de bijbel wordt geschreven dat een christen, voorzover het van hem afhangt, vrede moet houden met alle mensen, (Rom. 12:18) wordt daar natuurlijk niet mee bedoeld dat God iemand voor een onmogelijke opdracht stelt. Niemand kan zijn werk zo inrichten, dat iedereen in alle situaties tevreden is. Er mag niet van een predikant verwacht worden dat hij aan alle wensen die leven in de gemeente tegemoet kan komen.

Eisen stellen
Op zichzelf genomen is het niet erg als gemeenteleden verschillende verwachtingen hebben van hun predikant.
Je mag ook van een predikant verwachten dat hij met deze verschillende verwachtingen om kan gaan. Een veelkleurige gemeente kan zelfs een heel boeiende gemeente zijn. Omgekeerd: een gemeente waar iedereen precies hetzelfde denkt, kan belemmerend werken voor het geloofsleven.
Er ontstaan problemen, wanneer individuele gemeenteleden persé hun gelijk willen halen bij de predikant. Hij moet zich aan hun visie aanpassen.
Het wordt een onmogelijk keurslijf waar hij geen kant meer mee uit kan.
De vader van de duitse theoloog Niemöller noemde destijds het ambt van predikant het 'meest vrije beroep in de wereld'. In onze tijd gaat deze typering m.i. niet meer op. Veel predikanten moeten in hun gemeente met zich veel verschillende zaken rekening houden, dat de invulling van hun werk vaak niet veel speelruimte meer biedt.

Minder binding
Een bijkomend probleem voor een aantal kerken is, dat de binding van de leden aan het kerkgenootschap minder is geworden. De loyaliteit ten opzichte van de eigen kerkelijke gemeenschap is niet meer vànzelfsprekend. Het gevolg is inderdaad (wat Van Delden noemt) een groter 'afbreukrisiko'. Als een predikant (Of kerkeraad) niet meer aan de eisen voldoet, zijn er helaas gemeenteleden die gemakkelijker op zondag wegblijven of op den duur zelfs afhaken. Voor een predikant betekent dit een extra druk op zijn werk. Als hij verkeerde uitspraken doet, als een aantal preken niet goed wil lukken, als het jongeren niet bevalt op catechisatie, kan dat vèrgaande gevolgen hebben.

Spanningen
Een direkteur van een groot bedrijf vertelde dat hij vaak aanvaringen had met zijn ondernemingsraad. Hij sliep er 's nachts niet minder om. Wanneer er spanningen waren binnen de kerkeraad, kon hij niet slapen. Wie enigszins thuis is in de wereld van vakbonden en ondernemingsraden weet dat de diskussies stevig kunnen zijn. En toch raken spanningen in de kerkeraad of binnen de gemeente iemand vaak direkter.
Predikanten maken lange werkdagen en nog langere werkweken. Toch kunnen veel mensen lange werkdagen wel volhouden. Het wordt anders als er bij die lange werkdagen spanningen komen. Een predikant: "Het aantal uren dat je in touw bent, is niet erg.
Dat hoort ook bij je beroep. Waar je wel zwakker in staat is dat je er dan minder spanningen bij kunt hebben".
Daarmee bedoelde hij o.a. verschillen van inzicht tussen kerkeraad en predikant.
Soms ging meer dan de helft van de kerkeraadsvergadering op aan de bespreking van deze problemen.
Dit betekent niet dat verschillen van inzicht onder de tafel geveegd moeten worden. Soms kan het wél goed zijn om visies een tijdje 'naast elkaar' te laten staan. Je houdt elkaar dan goed op de hoogte, maar probeert niet om je gelijk te halen.

Verwachtingen
Onduidelijke verwachtingen ten opzichte van elkaar roepen spanningen op. Wanneer een gemeente verwacht dat de predikant alle randkerkelijke leden trouw bezoekt, maar de predikant is van plan alle bejaarde leden te bezoeken, sluiten de verwachtingen niet op elkaar aan. Wanneer hij zegt binnenkort nog eens langs te komen, kan een gemeentelid teleurgesteld zijn: hij dacht aan een aantal dagen, de predikant aan een aantal weken.
Het is dus belangrijk om naar elkaar toe helder te zijn. Wat ben ik van plan?
Wat kan ik realiseren? Om die verwachtingen helder in beeld te krijgen, is goed overleg tussen kerkeraad en predikant nodig.

Gemeenteopbouwplan
Het beter inzicht krijgen in elkaars verwachtingen kan bv. door het invullen van een 'gemeenteopbouwplan'.
Daarin wordt weergegeven wat er de komende jaren voor plannen uitgewerkt kunnen worden binnen de gemeente'.
Daarbij heeft de predikant een duidelijke taak,-maar hij niet alleen.
Nadrukkelijk gaat het om het gebruik maken van de gaven die er in de gemeente zijn. De verwachtingen kunnen wel eens teveel in de richting van de predikant wijzen. Wie geen 'domineeskerk' wil zijn, zal juist de gaven in de gemeente goed moeten gebruiken. Dan wordt een gemeente ook niet teveel afhankelijk van het werk van de predikant. Dat zou ook een stukje overbelasting van predikanten kunnen voorkomen.
Ten aanzien van de predikant kan men denken aan een lijst met prioriteiten in zijn werk. Dat wil niet zeggen dat een gemeente of een kerkeraad moet 'dikteren' wat er van de predikant verwacht wordt. De predikant moet ook kunnen aangeven waar zijn mogelijkheden en zijn grenzen liggen. De gaven van de één zijn niet persé de gaven van de ander. Het is m.i. wel van groot belang dat de predikant duidelijk is in wat er van hem verwacht kan worden. Loopt een aantal aktiviteiten gevaar (bv. door de tijdsdruk), dan zal bijstelling van de plannen nodig zijn, Vermeld moet worden dat enkele (door mij) ondervraagde predikanten spontaan vertelden dat ze blij waren met de zorg van de kerke raad voor hun werk(druk). In drukke tijden werden gedeelten van taken door andere leden van de gemeente overgenomen (bv. preek(-Iezen), ziekenbezoek, catechisatie).

Alleenmaar zwaar?
In deze serie werd aangegeven dat het werk van een predikant vaak zwaar is.
Daarmee zijn we er niet. Het beeld is te eenzijdig". We moeten rekening houden met vezwarende omstandigheden, maar we mogen er niet stil bij blijven staan. In het laatste deel hoop ik deze serie ook in die richting af te kunnen sluiten.

Noten: 1 Zie: Os, J.G. Schaeffer, Gemeenteopbouw, Opbouw 1991, nrs. 17,18,19 2 Zie ook: drs. G.J. de Ruyter in het Nederlands DagbladIVariant, 8 februari 1992

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief