Buitenlands huldebetoon aan Israëls God
1992-03-13
Twee priesters- Jaargang 36
- nummer 6
Een preek over Ex. 18, die ik onlangs hoorde, werd voor mij aanleiding eens na te denken over de zin van het gebeuren, in dit hoofdstuk beschreven.
Het eerste dat mij trof, was de overeenkomst met de geschiedenis die ons in Gen. 14, 18-20 wordt verhaald. Ook daar hebben we, evenals hier, te maken met een priester.
Zeker, er zijn verschillen.
Jethro is, wat zijn afkomst betreft, met Abraham verbonden. Midian immers wordt in Gen. 25, 2 vermeld onder de zonen uit het huwelijk van Abraham met Ketura.
Melchizedek staat buiten de familie van Abraham. Wij weten van zijn afstamming niets. (Vgl. Hebr. 7, 3.) Maar beide vervullen deze priesters hun ambt buiten de kring van Abraham en diens volk. Beide komen ze maar even voor het voetlicht. Jethro weliswaar uitvoeriger dan Melchizedek. (Hij was bovendien al even - zij het onder een andere naam - genoemd in Ex. 2, 16-22.) Maar toch: binnen de perken van één hoofdstuk komt en gaat ook hij.
Zijn practisch advies, door Mozes opgevolgd (vv. 13-26), is een bijdrage aan Israëls welzijn. Zoals de door Melchizedek aangevoerde proviand een substantiële bijdrage vormde voor het welzijn van Abrams mannen. (Vgl. 2 Sam. 16, 1.2.)
De essentie van de ontmoetingen
Het hoofdaccent lijkt mij in Ex. 18 te vallen op de hulde van Jethro aan Jahweh, den God van Israël, om wat Deze voor Israël gedaan had (vv. 9-12). Evenals dat bij Melchizedeks ontmoeting met Abram ligt op diens lof aan God, den Allerhoogste, om wat Deze voor Abram had gedaan.
Het tijdstip van de ontmoetingen
Wat mij verder opviel was de overeenkomst in tijdstip van deze twee gebeurtenissen.
Abram had daarv66r juist met een klein leger - het was nauwelijks groter dan dat waartoe de Heere Gideons strijdmacht reduceerde, Ri. 7, 6.7 - de legers van vier vorsten verslagen, Gen. 14, 1-17. En onmiddellijk ná de ontmoeting met Melchizedek volgt de verbondssluiting, Gen. 15 (zie v. 18).
Jethro komt eveneens opdagen ná het horen van de verni~tiging door Jahweh van Israëls vijanden, de Egyptenaren.
En onmiddellijk na zijn vertrek volgt de verbondssluting op Sinaï, Ex. 19 en 20.
Twee koningen
Hulde aan den Heere dus, den God van Israël, door buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.
Ik vraag mij af, of wij verderop in de Schrift niet nog twee van dergelijke bezoeken beschreven vinden. Ze zijn onderling zéér nauw verwant, en laten zich thematisch m.i. vergelijken met de twee pas besprokene.
Alleen betreft het hoog bezoek uit den vreemde nu meer in het bijzonder Israëls koning; en wel in beide gevallen een vredevorst.
Allereerst denk ik hier aan 1 Kon. 10, 1-13. Binnen het bestek van dertien verzen komt en gaat de koningin van Scheba. Zij komt af op de luister, door den Heere aan Salomo terwille van Israël verleend. Zij prijst dan ook den Heere, en heeft oog voor Diens liefde voor Israël, v. 9. En ook zij vereert Salomo met geschenken, niet zuinig! (v. 10).
Ik denk verder aan Mt. 2, 1-12. Opnieuw in een heel kort bestek komen en gaan de wijzen uit het oosten. Zij komen niet op een bericht, maar op het verschijnen van een ster. Ook zij eren den God van Israël, nu in zijn Zoon, Jezus Christus. En alweer niet zonder geschenken.
Salomo krijgt dit hoog bezoek, als de Heere hem de troon van Israël, de troon van zijn vader David, heeft gegeven
(1 Kon. 10,9). Jezus Christus evenzo, vgl. Lc. 1, 32.
Gods hand in de geschiedenis?
Ben ik te speels bezig, als ik deze vier gebeurtenissen op een rij zet en onder één noemer breng? Of stoten we hier metterdaad op een patroon in de heilsgeschiedenis - én in de beschrijving ervan - dat door den Heere zelf is aanqebracht?"
1 Zoals b.v. bij de geboorte van belangrijke figuren in de heilsgeschiedenis de onvruchtbare vrouw die moeder wordt min of meer stereotiep een rol speelt: Sara, Manoah's vrouw, Hanna, Elisabeth.