Afscheid van Peter

1992-03-13
  • Jaargang 36
  • nummer 6
Twintig jaar is hij geworden. Tot zijn 7e jaar had hij thuis gewoond. Eigenlijk was dat nog teveel gezegd. Hij had vaak maandenlang in het ziekenhuis gelegen. Peter was een kwetsbaar kind, een zorgenkind voor zijn ouders.
Hij was blind, spastisch en hij had ook allerlei andere lichamelijke afwijkingen.
Op den duur werd het steeds moeilijker voor zijn ouders om hem te verzorgen.
Ze probeerden het lang, maar op den duur ging het echt niet meer. Gelukkig kwam er een plaatsje vrij op een leefgroep binnen een inrichting.
Een groep met 9 ernstig gehandikapte kinderen, verstandelijk gehandikapt, allemaal ook lichamelijk gehandikapt.
Daar kwam ook Peter te wonen. Of hij veel van de verhuizing had gemerkt, was niet duidelijk. Het eten ging niet slechter, hij sliep niet moeilijker in.
Misschien was hij er in zijn jonge leventje al wel aan gewend dat steeds andere mensen hem verzorgden.
Peter kreeg zijn eigen plekje op de groep: een soort podium. Zo was het gemakkelijker om hem te verzorgen.
Hij leek ook te wennen aan dat plekje, het werd zijn eigen plekje. Je hoorde hem zelden. Het personeel zei wel eens: "je moet echt aan Peter denken, want anders zou je hem nog vergeten".
Ze hadden hun eigen manieren gevonden om hem te benaderen. Ze wisten van welk geluid hij schrok, hoe je hem moest aanraken zodat hij gemakkelijker ontspande. Als hij tevreden was, kneep hij zijn vuistjes samen tegen zijn wangen. Dat gebeurde als hij een koptelefoon op had. Zien kon hij niet, maar de muziek leek veel goed te maken.
Soms ging het minder goed met Peter.
Hij at dan niet meer en huilde vaak.
Ook 's nachts werd hij dan huilend wakker. Een paar keer moest hij in het ziekenhuis worden opgenomen. Dan was er een leeg plekje op de groep. Er zijn wel eens mensen die zeggen dat de bewoners van zo'n groep weinig merken van wat er in hun omgeving gebeurt. Of dat waar is? Eén meisje at iedere keer slecht als Peter in het ziekenhuis lag ... Peter knapte gelukkig iedere keer weer op, en kwam weer terug. De groep werd dan versierd.
Peter zag het niet. Maar het gaf toch een feestelijke sfeer. Hij was welkom.
Het afgelopen jaar ging het steeds slechter met Peter. Er werd een bed op de groep gezet. Daar lag hij de hele dag. Je zag hem achteruit gaan. Het was voor de personeelsleden op de groep een zware opgave om hem te verzorgen. Soms leken ze het bijna niet op te kunnen brengen. En toch waren ze blij dat hij niet wéér naar het ziekenhuis hoefde.
Vorige week hebben we afscheid moeten nemen van Peter. In de kapel op de inrichting werd een korte afscheidsdienst gehouden. Alle bewoners van de groep waren er; er stonden 8 rolstoelen in een kring. Peters ouders waren erbij. En natuurlijk alle mensen die hem verzorgd hadden. Alle personeelsleden hadden hun persoonlijke herinnering aan Peter op papier gezet.
Die herinnering hebben ze ook allemaal persoonlijk uitgesproken. De dominee heeft een korte meditatie gehouden. Er werd muziek gespeeld.
De muziek waar Peter zo van hield.
Tenslotte heeft iedereen een roos op de kist van Peter gelegd. Het personeel, maar ook de bewoners. Ze waren er allemaal op hun manier bij betrokken.
Wat ze ervan begrepen hebben, weten we niet. De één heeft er iets meer van aangevoeld, een ander heeft er misschien wel niets van begrepen.
Toch was het goed om zo samen afscheid van Peter te nemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief