Het verzegelde boek

1992-03-27
  • Jaargang 36
  • nummer 7
Godsverduistering.
Een woord dat vandaag veel tongen en pennen in beweging weet te zetten.
Een woord dat de diepte van de crisis van ons leven en samenleven blootlegt.
Een woord om tegen het licht (maar is dat er nog? en zijn wij er nog ontvankelijk voor?) van de Schriften te hou- .
den.
Godsverduistering.
Een duisternis zo diep is ons overvallen, dat die zelfs God aan ons oog onttrekt.

Jes. 8,17
Jesaja spreekt over de HEER die zijn aangezicht verbergt.
Het verbergt voor het huis van Jakob.
Niet voor de volken die zijn naam niet kennen.
Maar voor het huis van Jakob.
Niet voor de wereld.
Die grote wereld die zo ver van ons staat.
Maar voor de kerk.

Exod. 15,17
Het huis dat de HEER voor zijn naam heeft gesticht.
Jesaja spreekt over de HEER die zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob.
Zijn woorden zijn niet naar buiten gericht.
Maar naar binnen gekeerd.
Evenals de woorden waarmee hij op pad gestuurd is:

Jes. 6,9-10
ga, zeg tot dit volk (in die woorden klinkt de afstand door, de vervreemding, de verberging van het aangezicht) ga, zeg tot dit volk: hoort, hoort, maar verstaat niet ziet, ziet, maar komt niet tot inzicht maak het hart van dit volk vet maak het de oren doof en de ogen blind zodat het niet ziet met zijn ogen en met zijn oren niet hoort en zijn hart niet verstaat en het niet omkeert en geneest.
Het woord van de HEER zal de onderste steen bovenhalen.

Hebr. 4,12
Naar boven brengen wat diep in onze harten besloten ligt.

Ps. 95,8; Exod. 4,21
Een verharding.
7,13.22; 8,19
Een verharding als die van de Farao van Egypte!
9,12.35; 10, 20.27
11,10; 14,4.8.17
Als we Jesaja horen zeggen:

Jes.8,16
bind de getuigenis toe, verzegel de wet!
of nog letterlijker en misschien beter: omwikkelen de vermaning, verzegelen de onderwijzing!
dan heeft dat alles te maken met die taak hem gesteld.
Dan aanvaardt de profeet daarmee zijn opdracht.

Jes.8,16
Omwikkelen de vermaning, verzegelen de onderwijzing!
Dat is geen opdracht je met het evangelie uit deze wereld terug te trekken.
Dan zou het ten diepste een opdracht zijn het woord van de HEER in de gemeente dicht te laten.
Want ook deze woorden zijn niet naar buiten gericht.
Maar naar binnen gekeerd: omwikkelen de vermaning, verzegelen de onderwijzing onder mijn leerlingen!
Niet: onder de volken.

Mat.13,52
Maar: onder de leerlingen van het hemels koninkrijk.

Jes.8,16
Omwikkelen de vermaning, verzegelen de onderwijzing!
Geen opdracht Je met het evangelie uit deze wereld terug te trekken.
Maar de gestelde taak in eigen woorden herhaald.
Beeldtaal waarmee de profeet zijn roeping aanvaardt.

Hebr.4,12
Zijn roeping om met het woord van de HEER boven te halen wat diep in onze harten besloten ligt.
Een vervreemding van de HEER.
Zo diep dat zijn woord voor ons niet meer toegankelijk is.

Jes.8,16
De vermaning omwikkeld.
De onderwijzing verzegeld.
Het evangelie een gesloten boek.
Zoals Jesaja verderop in zijn boek zegt:

Jes.29,10-12
de HEER... heeft toegesloten jullie ogen (de profeten) en jullie hoofden (de zieners) zo is voor jullie het zicht op alles geworden als de woorden van een verzegeld boek dat je geeft aan iemand die kan lezen met de woorden:
lees dit eens en hij antwoordt: dat kan ik niet want het is verzegeld of het boek wordt gegeven aan iemand die niet kan lezen met de woorden: lees dit eens en hij antwoordt: ik kan niet lezen.
Godsverduistering zou je dat kunnen noemen.
Eigentijds analfabetisme onder een gemeente die voor deze wereld een paar ogen zou moeten zijn.
Peilloze ongeletterdheid van een gemeente die voor deze wereld het evangelie zou moeten spellen.

Een onvermogen om te zien dat teruggaat op een onwil om te zien.

Jes.30,9-11
Want nog weer even verder spreekt Jesaja van kinderen die tot de onderwijzing van de HEER niet wensen te horen die tot de zieners zeggen: jullie moeten niet zien en tot hen die in een gezicht zien: jullie moeten voor ons geen waarheid schouwen jullie moeten voor ons gladde woorden spreken jullie moeten in een gezicht bedrog zien wijkt af van de weg buigt af van het pad doet van onze ogen weg de heilige van Israël (de aan Israël toegewijde).

En in dit pijnlijke gegeven brengt mee dat zich in Israël moet voltrekken wat zich in Egypte voltrokken heeft.
Dat de HEER aan zijn volk zal doen wat hij aan Farao heeft gedaan: tekenen en wonderen.
Beter misschien: tekenen en symbolen.
Jesaja zegt:

Jes.8,18: Jes. 7,3 Jes.8,3
zie ik en de kinderen die de HEER mij gegeven heeft (die kinderen met die betekenisvolle namen: Sjeaar-Jasjoev: een-rest-keertterug en Maheer-Sjalaal-Chaasj-Baz: haastig-buit-spoedig-roof) zie ik en de kinderen die de HEER mij gegeven heeft tot tekenen en symbolen onder Israël vanwege de HEER van de machten die op de berg Sion woont.

Deut.28,45-46
Tekenen en symbolen onder Israël.

Deut.6,22: 7,19; 26,8; 29,2-3; 34,11; Neh.9,10
Tekenen en symbolen waaronder zich een uittocht zal voltrekken.
Nu niet in het land Egypte.
Maar in het land dat een land van belofte had moeten zijn.
En een land van belofte zal zijn.
Zo waar als de HEER zich de berg Sion tot woonplaats gekozen heeft.

Jes.8,16
Omwikkelen de vermaning, verzegelen de onderwijzing!
Geen opdracht je met het evangelie uit deze wereld terug te trekken.
Maar beeldtaal waarmee de profeet zijn roeping aanvaardt.

Hebr.4,12
Zijn roeping om met het woord van de HEER boven te halen wat diep in onze harten besloten ligt.
Een vervreemding van de HEER.
Zo diep dat het evangelie een gesloten boek voor ons is.
De vermaning omwikkeld.
De onderwijzing verzegeld.
Een peilloze ongeletterdheid waar de gemeente voor deze wereld het evangelie zou moeten spellen.

Openb.5,4
Is het niet om met de apostel Johannes te huilen?
Want is er dan nog iemand die ons het evangelie kan ontsluiten?

Openb.5,2
Iemand in staat het boek te openen en zijn zegels te verbreken?

Openb.5,3
Iemand bij machte het boek te openen en in te zien?

Openb.5,5
Ja, toch: de wortel van David.

Jes.6,13
Heilig zaad dat van belofte zwangergaat.

Daarom valt er iets te wachten.
Naar iemand uit te zien.
Ook in een tijd van godsverduistering.
Ook in dagen van peilloze ongeletterdheid.
Daarom mag je met Jesaja zeggen:

Jes.8,17
wachten zal ik op de HEER die zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob en naar hem uitzien.

Heer
een vreemde bent u ons geworden omdat wij vreemden werden voor u hoelang Heer zal dit duren?
hoe lang verbergt u uw gelaat?

Heer
onze ogen tasten in het duister hoelang Heer zal dit duren?
zij die uw woorden voor ons hoorden zij die uw woorden voor ons schreven zijn toch niet blind geweest?

Heer
onze ogen falen als wij de woorden willen spellen hoelang Heer zal dit duren?
het boek zal toch niet in eeuwigheid verzegeld blijven?

Heer
wij bidden u uit alle macht spreek onze harten open leg het vuur van uw geest in onze monden en maak ons daders van uw woord

Heer
wij loven u uit alle macht die is gegeven aan het lam voor ons geslacht hij heeft het zegel weggedaan het woord voor ons geopend en uw schepping ons ontsloten

Heer
wij wachten stil op uw ontferming

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief