Tussen kerk en keuken
1992-03-27
Meeleven "Ik heb er nachten niet van geslapen", zei een mevrouw eens tegen mij toen er in ons gezin iets verdrietigs was voorgevallen. Bij deze woorden keek ze me verwachtingsvol aan. Ze bood haar doorwaakte nachten aan als een sierlijke bos bloemen, die in een vaas op de piano niet zouden misstaan. Ik prevelde dan ook iets dat leek op: "Geweldig ... Hartelijk bedankt".- Jaargang 36
- nummer 7
Nu behoorde deze mevrouw niet tot het leger der slaapkoppen, want ik had haar vaak horen klagen dat ze de slaap slecht kon vatten. Haar wakker liggen was dus haar normale slaappatroon.
Ze had alleen in ons verlies iets gevonden om over na te denken tijdens die uren, en ze vond dat ze ons dat moest laten weten.
Omdat je goede bedoelingen doorgaans honoreert, reageer je daarop met: "Bedankt" en niet met: "Maar U slaapt toch nooit goed?"
Een goede vriendin zei een dag later: "Margreet, ik lig er wakker van, ik vind het zo erg." En het troostte me.
Woorden van dezelfde strekking. Maar van de een was het een loze opmerking en bij de ander betekende het meedragen aan een last.
Soms kom je door omstandigheden terecht in een circuit van treurnis en verlies. Het geeft royaal je de gelegenheid om de overeenkomst en het verschil tussen reacties van buren, vrienden en kennissen te zien.
Er zijn mensen die raad geven en met dingen komen die ze niet toepassen op zichzelf.
Een (op zichzelf goed) advies: "Je moet nu maar bij de dag leven".
Als je dan zegt "Dat geldt ook voor jou, want jij hebt ook geen enkele zekerheid dat je man en je kinderen de avond gezond halen", krijg je een schrikreactie. Je voelt je dan onmiddellijk een drakepit, want de goede bedoeling lag er duimendik boven op ...
Er zijn ook ervaringen die vrij algemeen zijn: Bijna iedereen die verdriet heeft meegemaakt "dat de mens kromt, of als een wig hem splijt", zoals Ida Gerhardt dat omschrijft in haar gedicht 'Kwade Dagen', kent het verschijnsel van kennissen die oversteken naar de overkant van de straat. De ogen turen strak naar winkelpuien of naar de stoeptegels en, als ze denken dat je voorbij bent, meewarig naar je rug.
Een vriendin van mij die dit kortgeleden meemaakte zei: "Ik kom maar liever niet op straat. Het lijkt wel of ik melaats ben en met een klepper loop.
Mensen generen zich als ze me zien en weten zichtbaar niet hoe ze zich moeten houden. Ze durven niet eens 'dag' te zeggen."
Het woord 'durven' is in dit verband goed gekozen, want de kennissen die deze houding aannemen, weten gewoon niet wat ze met verdriet aan moeten.
Ze zijn zo bang het verkeerde te zéggen, dat ze het meest beroerde doén.
Gelukkig reageert niet iedereen op deze manier. Er zijn altijd mensen die per post, door de telefoon, of door een bezoekje, laten merken dat het verdriet en de zorg van een ander hen niet onberoerd laat.
Vriendinnen die de was meenemen en gestreken weer afleveren. Die heel even langskomen ...
Dat betekent niet dat je in rijen van vier op moet rukken naar de naasten die rouwen, zodat ze hun toevlucht tot de badkamer moeten nemen om eens te kunnen huilen.
Het is wijs om de relatie die je hebt met iemand goed in te schatten. Heb je nooit meer dan een oppervlakkig contact gehad, dat moet je even aftasten of een bezoek welkom is. Je kunt toch later altijd even langs gaan.
Ik denk overigens dat een brief zeker zo waardevol is als een bezoek. Een brief kan weggelegd worden als hij op een verkeerd moment komt en dat is een voordeel.
Je zegt nu eenmaal niet gemakkelijk tegen een bekende: "Sorry, ga nog een ommetje, straks krijg je koffie maar ik moet even alleen zijn om te brullen van huilen."
Het gevaar bestaat dat de bezoeker zich afgewezen voelt en voorgoed verdwijnt van je voordeur.
Nu heb ik het alleen nog maar gehad over acuut verdriet. Misschien hebben het zich voortslepend leed en chronische zieken veel meer onze aandacht nodig.
In ieder geval veel meer dan we nu gewend zijn om te geven. Want er is niets dat zo vlug went, als het verdriet van een ander dat niet direct wereldschokkend is.
En wat dacht u van degenen die psychisch in de knoop zitten. Hoe vaak laten we die niet aan zichzelf over met de wrevelige constatering dat hij of zij maar eens wat meer voor zichzelf op moet komen en een tikje flinker worden.
Daar heeft degene die in de narigheid zit geen klap aan.' AI vraag je maar even hoe het gaat, al leg je maar je hand op een arm. De hoofdzaak is dat iemand zich niet alleen gelaten voelt in verdriet en moeite.
Ik moet dit epistel beëindigen. Het schiet me te binnen dat ik een paar mensen nodig op moet zoeken. Mensen die ik over het hoofd heb gezien en die een beetje aandacht best kunnengebruiken.
Een schuldige vrouw groet u!