Persschouw
1992-03-27
Looft God den Here en laat ons blijde Zijn glorierijke naam belijden- Jaargang 36
- nummer 7
Als christgelovigen aanvaarden wij de Heilige Schrift als het gezaghebbend en betrouwbaar woord van God.
Toch is het niet zo, dat allen die de Bijbel als Gods Woord aanvaarden, het in alle dingen met elkaar eens zijn.
Zo speelt bij velen, ondanks hun eerbied voor de Bijbel, de persoonlijke geloofservaring een te grote rol. Vandaaruit wijzen b.v. veel christenen de kinderdoop af. En staan bij anderen kerk en sacramenten te laag genoteerd.
Het is daarom goed, dat de reformatorische kerken ook nog hun belijdenisgeschriften hebben. Niet, omdat de belijdenis aan de Bijbel gelijkwaardig zou zijn. De belijdenis heeft geen onfeilbaar gezag, maar is een van de Schrift afgeleide norm.
Niets mag met de Schrift gelijk worden gesteld.
Belijdenis, kerk, traditie, alles moet zich naar de Schrift regelen en zich aan haar onderwerpen.
De Schrift is de enige norm en de belijdenis verdient alleen geloof omdat en in zover zij met de Schrift overeenkomt.
De belijdenis is feilbaar mensenwerk.
Toch is de belijdenis voor ons erg belangrijk.
Ze kan ons bewaren voor eenzijdigheden en voor opvattingen die niet naar de Schrift zijn. In deze bedeling is de belijdenis nodig om ketterijen te weren en de enigheid van het geloof te onderhouden.
De belijdenis zal, als het goed is, ook samenbindend werken.
Ze is ons herkenningsteken.
De waarde van de belijdenis is echter vooral, dat ze uit de Schrift is opgekomen en ons bij de boodschap van de Schrift bewaren wil.
Belijden betekent dat we ergens voor uitkomen.
Belijden vindt plaats als antwoord op Gods openbaring.
In de Bijbel vinden we daarvan voorbeelden.
Zo lezen we in Mattheüs 16, dat Petrus en de anderen zijn gekomen tot de volle belijdenis, dat Jezus van Nazareth de Messias is.
Het Nieuwe Testament wekt op aan de goede belijdenis vast te houden, te bewaren hetgeen ons is toevertrouwd en tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd.
Voor wie aan de goede belijdenis vasthoudt is de belofte: "AI wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem en hij in God."
Wie echter niet in overeenstemming met de Heilige Schrift belijdt is vervloekt, zelfs al zou de verkondiger van de dwaling een engel uit de hemel ·zijn.
Waar het hart vol van is ...
Wanneer het hart vol is van het geloof in de drieënige God, uit zich dat in een getuigenis.
Vanuit de opdracht om te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ontstond het Apostolicum.
De bedoeling van de Heidelbergse Catechismus is om de goede belijdenis al onderwijzend door te geven.
Belijden is voor de kerk opdracht en behoefte.
Wat voor een christen zou dat kunnen verdragen, dat men de belijdenissen aangaande Christus verwierp, riep Luther uit.
Belijden, zowel in de betekenis van het persoonlijk getuigenis en het lofprijzen van God als in de vorm van confessies, is geen zaak van ondergeschikt belang is ons christen-zijn. Het is er onlosmakelijk mee verbonden.
Het gaat hier om een levenstaak, die onze verhouding tot de Here Jezus Christus en de medemensen raakt. De Heiland zei: "een ieder die Mij belijdt voor de mensen, hem zal ik ook belijden voor Mijn Vader, die in de hemelen is.
Maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook ik verloochenen voor mijn Vader die in de hemelen is."
Belijden is vooral een blijde zaak.
Dit artikel werd geschreven door Mr. Dr. J.Meulink in 'TOT UW DIENST'Mededelingenblad van de Ned. Geref. Kerk te Enschede-Zuid. Wij geven het in deze rubriek graag een plaats, omdat daarin op zo'n evenwichtige manier wordt verwoord wat de intentie en de kern van het belijden van de kerk is!
Enschede, O. Mooiweer