Pastorale notitie
1992-04-10
Wacht u voor de vrouw!- Jaargang 36
- nummer 8
Er zijn gemeenten die aan gastpredikanten tijdig de nodige informatie toezenden over wat men in de kerkdiensten gewoon is.
Ik vind dat een heel zinnig gebruik.
De predikant kan zich dan optimaal aanpassen aan de gebruiken van het huis.
Nu ontving ik enkele malen een informatiebrief met een zin, die mij tot diep nadenken bracht. Nee, ik noem de naam van de gemeente niet. Ik vermeld slechts dat het een van onze weinige vrouwvriendelijke gemeenten betreft en zoekt u het niet te noordelijk. Ik stel u nu eerst op de hoogte van de tekst van de betreffende zin, zodat u met mij mee kunt denken. Leest u zorgvuldig!
"Het kan zijn dat een vrouwelijke diaken aan de beurt is, u naar de kansel te leiden."
Eerst overwoog ik de mogelijkheid dat men met deze mededeling beoogde de gemeente te promoten en het voorgaan aldaar als bijzonder aanlokkelijk voor te stellen.
Het is immers voor een beetje man best een vrolijk vooruitzicht om aan de zijde van een gastvrouw onder orgeltonen door het middenpad te mogen schrijden.
Toch verwierp ik deze gedachte meteen weer. Ze zijn daar immers pienter genoeg om te beseffen dat een dergelijk verkoopargument slechts effect sorteert als het reeds bij het doen van het preekverzoek wordt uitgespeeld en niet pas als de uitnodiging al is aanvaard.
Er is nog een andere mogelijkheid, bedacht ik.
Het kan een bedekte hint zijn om je beste pak aan te trekken. Het maakt tenslotte een heel verschil of je een hand krijgt van een ouderling in een trui en op gymschoenen of van een dame in een stemmige japon.
En het zou ook kunnen zijn - want ik heb de zaak heus van alle kanten bekeken, zoals u wel merkt - dat men vreest dat sommige voorgangers van streek zouden raken wanneer zij geheel onvoorbereid in de consistoriekamer oog in oog zouden komen te staan met een vrouwelijke ambtsdrager.
De man zou kunnen gaan blozen of beginnen te stotteren. En wanneer de gastvrouw dan bovendien met dat typisch vrouwelijke gebaar even een stofje van zijn revers plukt, zoals mij reeds is overkomen, en dan nog even controleert of er geen losse haren op zijn rug zitten, dan zou hij geheel overstuur kunnen raken.
Toch zijn dat aspecten aan de zaak, die de elkaar snel opvolgende commissies inzake de vrouw in het ambt te weinig in aanmerking nemen, terwijl ze toch meer relevant zijn dan sommige bijbelteksten.
Doch dit terzijde.
Wat de betreffende zinsnede betreft speel ik tenslotte nog met een gedachte die ik slechts aarzelend uitspreek.
Men zal daar - in de betreffende gemeente bedoel ik - toch niet vermoeden dat er voorgangers zijn bij wie het geweten zou gaan spreken wanneer zij zich door een vrouw naar de preekstoel zouden laten leiden?
Dat zou beduiden dat zij uit eerbied voor het geweten van zo 'n voorganger hem alsnog de kans geeft om te zeggen: u moet zondag maar preeklezen.
Datzouik in dat geval ook eigenlijk liever doen.
Maar nogmaals: met deze gedachte speel ik slechts.
Ernstig overwegen doe ik die niet.
Het zou immers te gek zijn om los te lopen dat je als vrouw diaken moet zijn en dat je het moet kunnen hebben dat voorgangers tegen je worden gewaarschuwd: Wacht u voor de vrouw!
Alsof je een bijtende hond bent.