De nieuwe tijd en wij
1992-04-10
Er zijn machten aan het werk in de menselijke geschiedenis die menselijke solidariteit vertegenwoordigen, maar dan wel een geperverteerde en verdraaide solidariteit, die vol gevaar is. Ze maken deel uit van het patroon van het kwaad. Ze hebben deel aan het konflikt in ons menselijk bestaan. Als het Christelijk geloof alleen te maken had met de ethische problemen van individuele mannen en vrouwen, zou het inderdaad tekortschieten.- Jaargang 36
- nummer 8
Maar de eerste Christenen wisten wel beter, toen ze beleden dat Christus de zonde en de dood en de overheden en machten had overwonnen.
Gordon Rupp 1
Men moet dus onder ogen durven zien dat alles wat er gezegd wordt over Zijn Liefde voor mensen en over de volstrekte vrijheid die er ligt in het dienen van hem, niet maar propaganda is (al willen we dat wel graag geloven!), maar een ontstellende waarheid.
Het is werkelijk Zijn bedoeling om de wereld te bevolken met een legio van misselijke kleine copietjes van Hem zelf () Wij willen vee, dat op de lange duur voedsel kan worden; Hij wil dienaren, die uiteindelijk zonen kunnen worden. Wij willen opslurpen, Hij wil uitgieten. Wij zijn leeg en willen vol worden; Hij is vol en vloeit over.
de demon Schroefstrik in Brieven uit de Hel 2
Aktueel
Artikel twee van deze serie eindigde met een citaat uit een boek van de Amerikaan James Sire, over het nieuwe bewustzijn, dat "een deur heeft geopend, die min of meer gesloten was sinds de komst van het Christendom; Het Christelijk geloof had de demonen uit de wouden gebannen, de natuur ontdaan van gewijde onaantastbaarheid, en in het algemeen de belangstelling voor Satans koninkrijk en zijn gevallen engelen in een kwade reuk gebracht.
Maar nu komt dat terug. De demonen kloppen aan bij de universiteiten en psychologische faculteiten."
De juistheid van die uitspraak, in een boek van al weer ruim tien jaar geleden, zou ik kunnen aantonen aan de hand van boeken en artikelen die ik in mijn studeerkamer heb staan. De demonen "kloppen aan de deur van 's harten woning". We hebben het over zaken die aan het einde van de twintigste eeuw uiterst aktueel zijn!
Twee boeken
Op dat punt zou ik in dit artikel willen doorgaan, zodat ik deze keer uw aandacht vraag voor twee boeken, die beide behoorlijk de aandacht hebben getrokken. Het eerste is De Duisternis Aanwezig van de Amerikaan Frank Peretti. Het boek is een en andermaal door Ds. v.d. Brink in zijn rubriek "Pastorale Notities" met instemming vermeld. Het andere boek is van geheel andere aard, Ds. Hans Stolps boek Dichterbij dan Ooit. Over verlichtende ervaringen. Dat boek is al weer van 1989, zodat ons niet het verwijt kan treffen al te snel op dit boek te zijn ingegaan! Het boek heeft inmiddels wel heel wat stof doen opwaaien, zowel in 'Trouw' als in 'Hervormd Nederland' en misschien nog wel op meerdere plaatsen in ons land vol publiceerwoede.
Peretti’s Boek
Peretti's De Duisternis aanwezig bespreekt een gigantische samenzwering.
Duistere machten zijn zeer aktief om in een provinciestadje in de Verenigde Staten een universiteit over te nemen, teneinde die geheel te kunnen inzetten voor het propageren van 'New Age.'-denken. Ze doen dat in nauwe samenwerking met een aantal mensen, die helemaal met hen in verbinding staan, of wier persoonlijkheid geheel door hen is 'overgenomen'. Twee feitelijk nogal geisoleerde mensen staan tegenover deze 'kosmische samenzwering': een predikant en de uitgever van de plaatselijke krant. De druk van de door demonen geleide samenzwering is immens! In de loop van de 432 pagina's die de Nederlandse editie telt krijgen we bij tijd en wijle een (vrij overtuigend neergezette) weergave van New Age leringen. Er zijn echter ook tamelijk stereotype beschrijvingen van engelen en demonen, die aan een mengeling van het werk van Jeroen Bosch en tekenfilms uit Hollywood doen denken. Bij een bepaalde demon wordt gesproken van "zijn reptiel achtige, wrattige uiterlijk" en "de wijze waarop zijn gedaante licht scheen te absorberen zonder het terug te kaatsen".
Iets verderop lezen we: "Hij leek een klein nerveus gedrocht, met een slijmachtig, bodemloos zwarte huid en een mager, spinachtig lijf: half menselijk, half dier, een echte demon. Uit zijn gezicht puilden twee grote gele katteogen naar voren, die onrustig turend en zoekend naar alle kanten keken. Hij ademde in korte zwavelstoten, die als gloeiende gele damp zichtbaar waren."
(p.41) Bij een beschrijving van 'Baal Rafar, de Vorst van Babylon' lees ik dat hij "een dodelijk, S-vormig zwaard ter grootte van een deur in zijn hand hield." "Zijn ontblote tanden glinsterden als de met juwelen bezette kettingen om zijn nek en op zijn borst. Kennelijk had deze vorst der vorsten in het verleden talrijke eerbewijzen ontvangen voor behaalde overwinningen. Zijn gitzwarte haar hing als manen tot op zijn schouders.
Aan elke pols droeg hij een met glinsterende stenen bezette .gouden armband. Aan zijn vingers waren verschillende ringen te zien en zijn middel werd versierd door een robijnrode gordel en een dito schede. De wijde zwarte vleugels hingen nu achter zijn rug als de mantel van een monarch."
(61) Als ik dat ook nog verbind aan een zin als .Ratar liet een lange, stinkende zucht tussen zijn tanden door sissen", (63) dan krijg ik toch de indruk dat Peretti geen bijster origineel schrijver mag worden genoemd ...
Toch wordt de voor ons normaal onzichtbare wereld met verve getekend.
Als iemand door demonische ingevingen wordt aangevallen, lees ik een zin als: "De kleine demon klampte zich als een kleverige zwarte bloedzuiger aan hem vast. Met zijn klauwen als tentakels om MarshalIs benen heengeslagen hield hij hem tegen en vergiftigde hij zijn geest. De uit het pokdalige gezicht uitpuilende gele ogen sloegen hem met een doordringende blik gade." (45) En zo gaat het een heel boek door. Als ik kritiek wil oefenen, op stijl of inhoud, kan ik nog wel even doorgaan. In de loop van het boek wordt (soms haast routineus?) een aantal demonen uitgeworpen en engelen blijken in staat om de motoren van auto's uit te schakelen. Er komen hier en daar wat erg onwaarschijnlijke vermommingen van engelen en/of demonen voor. Een engel die als een knap meisje op een motorfiets een van de hoofdpersonen redt is een gezant van God, die bij mij enige lichte twijfel oproept, ik kan 't niet helpen! Dat geldt wat mij betreft, ook voor de beschrijving van goede engelen. Dat zijn "machtige, grote strijders ... Nathan, de boomlange Arabier, een echte, maar zwijgzame vechtjas. Hij was het die demonen bij hun enkels had gepakt en hen als knuppels tegen hun kameraden gebrUikt had. Armoth, de grote Afrikaan, wiens strijdkreet en woeste uiterlijk dikwijls al genoeg waren geweest om de vijand op de vlucht te jagen.() Chimon, de zachtmoedige Europeaan met het goudgele haar, die op zijn onderarmen de littekens droeg van de laatste krabben van een demon, voordag deze door Chimon voor altijd naar de afgrond verbannen werd." (51) Wie wel eens enige literatuur gelezen heeft zou, meen ik, wel eens geïrriteerd kunnen raken door de 'pastiche' van dit alles. En toch is dat niet de enige emotie die ik bij het lezen voel. Toen ik een aantal maanden geleden in de Bulgaarse hoofdstad Sofia was voor een serie lezingen over 'geestelijke oorlogvoering', New Age-denken, etc. heb ik dit boek, dat ik toen voor het eerste onder ogen kreeg, ook als een merkwaardige bondgenoot ervaren! Met al zijn stilistische mankementen, met zijn naar mijn smaak wat al te fors aangezette 'exorcismen' is Peretti's boek om tweeërlei reden toch positief te beoordelen.".
Het spreekt onverbloemd en bij tijden indrukwekkend over "de strijd in de hemelse gewesten" en het spreekt zeer duidelijk over noodzaak van gebed! De 'super-spirituele' en 'super-evangelische' toonzetting van het boek doet tenslotte niet alleen afbreuk aan het werk; integendeel, het kan ons Gereformeerden wellicht ook op andere thema's wijzen dan waar we soms vertrouwd mee zijn.
Aan het gebed en de geestelijke strijd, die beide belangrijke aspekten van het Christelijk leven kan niet genoeg aandacht worden gegeven! De Bijbel leert ons immers duidelijk dat er een geestelijke strijd woedt, dat wij mensen zijn opgenomen in een gigantische Strijd, die de hemel en ook aarde vult. En over die bijbelse noties wordt in ons land niet al teveel gesproken, ook niet in de Christelijke Kerk ...
Stolps boek
Ook ds. Hans Stolp, IKON-pastor, deed in 1989 een boek over de onzichtbare wereld het licht zien, maar wat is dat boek anders uitgevallen dat Peretti's werk! Als ik het onvriendelijk wil zeggen: Wie een eigentijdse invulling wil vinden van de ouderwetse term 'eigendunkelijke godsdienst' moet 'Dichterbij dan Ooit' eens proberen!
Het boekje, dat inmiddels al door diverse andere publikaties en/of interviews is gevolgd, is maar een dun gevalletje.
Toen ik het in de eerste maanden na publikatie las, in de trein van Culemborg naar Amsterdam, had ik aan die luttele tijd genoeg om het in zijn geheel tot me te nemen en er tegelijkertijd in de kantlijn woedende commentaren bij te schrijven. Het is het meest 'geannoteerde' boek in m'n kast, naar ik vermoed ...
Op de eerste pagina van zijn boek spreekt Stolp al over "een nieuwe manier van geloven, van denken over God en Christus" die "buiten de kerken om"
"aan het groeien is". (7) Het woord 'New Age' valt ook al op die zelfde bladzijde, alsook het kernbegrip van dit boekje: 'verlichtende ervaringen'. Van die 'verlichtende ervaringen' beschrijft Stolp er ettelijke. Het zijn "ervaringen die mensen onverwacht opdoen en die eigenlijk niet 'kunnen' volgens onze logica en ons verstand."(7) Andere termen die men hiervoor kan bezigen zijn 'Paranormaal' of 'spiritueel'.(8) Het blijken 'levensbepalende ervaringen', "omdat ze jouw kijk op het leven en je geloof fundamenteel veranderen."(9) Een credo van de schrijver blijkt ook al heel snel, op pagina 9: "Maar wie nauwkeurig luistert naar wat er groeiende is in allerlei mensen in en buiten de kerk, wie oog heeft voor de geweldige openheid voor het godsgeheim, die is meer geneigd om deze tijd een tijd van godsopenbaring te noemen."
Vanaf dat moment gaat het over ervaringen van mensen die 'bijna dood geweest zijn'. Voor de poort van wat kennelijk 'de Andere Kant' moet heten stond 'een lichtende gestalte' of 'een stralende gestalte'. (12) Aan het einde van 'de donkere tunnel' is "licht, indrukwekkend licht. In dat licht is een gestalte zichtbaar. Een gestalte die vrede uitstraalt. Samen met die gestalte kijk je naar een terugblik van je leven, in razend tempo. Overigens: dat terugzien van je leven, en ook de fouten daarin, gaat gepaard met een grote mildheid. Het is nooit veroordelend.
Meer in de sfeer van: wat heb je van die fouten geleerd?" (14,15) Geen van deze dingen is op zich nieuw.
Dezelfde dingen vallen b.v. te lezen in een boek van de Amerikaanse medicus Dr. Raymond Moody, dat al in 1975 verscheen en waarvan ik het begin van de jaren '80 al een ge druk in het Nederlands op de kop tikte! Ook daar is steeds hetzelfde teneur: "doodgaan is fijner dan je denkt" en: "er is na dit leven alleen maar Licht en Harmonie; er is geen Oordeel!" In dezelfde trant gaan de latere boeken van Dr. Elizabeth Kubler-Ross, de Amerikaanse arts van Zwitserse afkomst, die bekendheid kreeg met 'stervenbegeleiding' als medische discipline, maar allengs is overgegaan naar het New Age-kamp, waar ze van een 'geestelijk leidsman', die haar vele malen verschenen is, allerhande okkulte leringen ontvannt..."
Gnostiek
Bij Stolp valt echter op hoe hij deze 'ervaringen' als startpunt neemt voor een theologie, die in hoge mate afwijkt van de klassieke Christelijke geloofsleer, in zowel zijn Roomskatholieke als Reformatorische gedaante! Hij begint ook bij een eigen ervaring, die stellig veel indruk op hem heeft gemaakt.
Naar hijzelf verklaart, kreeg zijn leven een 'wending', toen zijn broer, die onlangs was overleden, aan hem verscheen.
"In het eerste jaar van zijn dood kwam mijn broer drie keer terug.
Volkomen onverwacht stond hij in mijn kamer; in een prachtig licht gehuld.
Nooit eerder in mijn leven voelde ik me zo gelukkig. () Hij liet mij zijn hand zien.
Om zijn middelvinger zat een gouden ring. Toen doofde langzaam het licht om hem heen en was hij weg."(20)
Stolp zegt: "Dit is een kwetsbare ervaring.
Maar om die ervaring kan ik niet heen. Omdat ik die als een diepe werkelijkheid heb ervaren." (20) Dat is een integere uitspraak, maar is daarmee gegarandeerd dat die dus ook waar is?
Is onze ervaring de laatste hoeksteen van ons geloof in de Uiteindelijke Werkelijkheid?
Is het inderdaad juist, in het perspektief van de Bijbel, om te zeggen: "Vanaf dat moment werden zieken en stervenden mijn leermeesters. Een volkomen nieuwe wereld ging voor mij open."(21)
Verontrustend blijft het namelijk dat de 'engelen', de 'lichtwezens' die Stolp aan het woord laat komen, konsekwent zulke van het Evangelie afwijkende taal en begrippen bezigen! Wat moet ik met de inhoud van een droom, waarin iemand God ziet? "Met rode letters stond in het woord 'sfagis' op zijn voorhoofd.
Grijs haar viel tot op Zijn schouders.
Zijn diepliggende ogen waren grijsblauw.
Hij droeg een lang, grijs-blauw gewaad. Ik ging naar Hem toe en vroeg: Wat betekent dat woord op Uw voorhoofd? God keek mij aan en zei: "Wat denk je?" Na wat verdere ervaringen begreep de dromer dat het woord betekende' achterkant', 'de achterkant van de dingen'.(16) Zou dat werkelijk een ervaring zijn van de God, die "ondoordringbaar licht bewoont, die geen der mensen heeft gezien of zien kan"?
(1 Timotheus 6:16) Dezelfde intense twijfel heb ik, als ik van een andere ervaring lees, die iemand had tijdens een hartoperatie. Hij liep over een goudgeel zandpad in een prachtig landschap.
Er blijkt iemand naast hem te lopen, "een statige gestalte in een grijsblauw gewaad, een prachtige kleur. Zijn gelaat kon ik niet zien, daar de kap van het gewaad over zijn hoofd was getrokken. Diepe vrede welde in mij op en ik voelde mij intens gelukkig. Ik hoorde een zachte en onaardse muziek." (22) Een ander meldt een droom, waarin een stem zei: "De continuïteit tussen leven en dood is groter dan de breuk tussen beiden." (23) Wat betekent dat precies? Het lijkt wel een ster 'religieuze' uitspraak ...
De konklusie die Stolp aan een en ander verbindt is deze: "Hoe schokkend is het dan als je merkt, dat in zoveel mensenlevens die andere wereld als een werkelijkheid binnentreedt. Dat God en Christus ook nu nog tot mensen spreken."(24,25)
De vraag is echter voor mij: "Hoe weten we dat het inderdaad God en Christus zijn geweest? Er zijn namelijk 'engelen des lichts' die helemaal niet aan Gods kant staan, maar zich er wel voor uitgeven ... De klemmende vraag die mij daarom ook bekruipt bij het lezen van boeken als dat van Stolp is: Hoe herkennen we 'de goede soort engelen'?
Dat is een belangrijke vraag, want er is, volgens de Bijbel ,een 'Schicksalszusammenhang', een samenhang in lotgevallen, tussen de werkelijkheid der geestelijke wezens enerzijds en de ervaringen van de mensheid aan de andere kant. Ook daarover moeten we nog een keer verder denken.
Noten
1 Gordon Rupp. Pricipalities and Powers. p.18.
2 C.S. Lewis. Brieven uit de Hel. Brief VIII.
Deze vertaling is overgenomen uit de eerste Nederlandse editie, Ten Have, Amsterdam, 1947.
3 Frank Perelti. De Duisternis Aanwezig.
Novapres. Apeldoorn. 1989, maar in feite nog maar pas verschenen. 432 pp. Prijs' 39,50.
4 Hans Stolp. Dichtbij dan Ooit. over verlichtende ervaringen. Ten Have. Baarn. 1989.
5 Dr. Raymond Moody. Leven na dit leven.
gedachten over Leven na dit Leven. Ervaringen van mensen tijdens hun klinische dood.
Strengholt Naarden. 1977of latere drukken.
6 Een intrigerend woord dat voorkomt in Kiltels Theologisches Wörterbuch, b.v. onder het woord 'exousla'. par.6.