Wat één mens vermag
1992-04-24
Een geliefd discussieonderwerp voor studenten van mens- en maatschappijwetenschappen is de vraag naar de vrijheid van de mens. Wie heeft niet ooit tot diep in de nacht, al dan niet tijdens rumoerige feestjes zijn opponenten ervan trachten te overtuigen dat de vrije menselijke wilsbeschikking in het niet valt bij de krachten die hem dwingend omringen. Dat de mens slechts een speelbal is op de golven van erfelijkheid, milieu en natuur. Of andersom. Zelden komt uit dergelijke discussies een overwinnaar naar voren.- Jaargang 36
- nummer 9
De waarheid schijnt ergens in het midden te liggen.
Vanuit puur menselijk perspectief bekeken is het vrijheidsstandpunt voor de meesten het aantrekkelijkst. Het is het idee dat de mens zijn lot in eigen hand kan nemen, het idee dat elk mens zichzelf moet verwerkelijken. De vrije wil van één mens vermag dan heel wat, zowel met positieve als negatieve gevolgen.
Het meest tot de verbeelding spreken dan namen als Aristoteles, Alexander de Grote, Luther, Shakespeare, Napoleon of Gorbatsjov. Die heren hebben toch het een en ander in beweging gezet.
Met het tanende communisme neemt de animo af om het standpunt van het deterministisch materialisme te verdedigen.
Toch, puur menselijk bezien is dit het enige standpunt dat theoretisch met succes verdedigd kan worden. Je kent die beredenering mogelijk wel.
God bestaat niet. Alles wat bestaat is materie. Niet-materie bestaat dus niet.
Het menselijk denken is dus een materieel proces (chemische reacties, minuscule elektrische stroomstoot jes e.d.), als zodanig een onderdeel van de grote kosmische materiële beweging, ooit begonnen met zoiets als de oerknal.
Het denken is dus niet iets wat een individu in vrijheid doet. De mens denkt niet, hij w6rdt gedacht, door de materie van zijn hersenen, zijn lichaam en zijn omgeving. Weg menselijke vrijheid.
Toch zijn er maar weinig nietchristenen die deze consequente beredenering aandurven, laat staan de consequenties ervan. De deur naar nihilisme of gekkenhuis wordt ook wel erg ver open gezet.
Wanneer christenen de discussie rond de vrijheid van de mens voeren, dan wordt het spanningsveld niet zo zeer ultqernaaktdoor de polen mens - (materiële) omgeving als wel door de polen mens - God. De predestinatieleer is natuurlijk een bekende exponent van deze discussie. Hoe vrij is de mens onder Gods almachtige leiding? Ligt met Gods alwetendheid (ook van de toekomst) ons lot al niet vast? Gelukkig beseften de meeste orthodoxe christenen heden ten dage dat hier eigenlijk sprake is van een vals dilemma, dat er geen spanningsveld tussen twee gelijkwaardige polen is, dat de vrije menselijke keuze, de persoonlijke verantwoordelijkheid bestaat binnen de omarmende dimensie van Gods almachtige leiding. Van Gods genadig roepen. Het is de mens die moet antwoorden.
Geconstateerd hebbend dat er een persoonlijke verantwoordelijkheid en een vrije menselijke wil bestaat, binnen de dimensie van Gods genadige roepen (ik noem dat laatste nog maar een keer, omwille van de verontruste broeder), kun je je vervolgens afvragen of onze keuzen nu wel zo veel gewicht leggen in de schaal van Gods bestuur.
Goed, we hebben de verantwoordelijkheid voor ons persoonlijk 'zieleheil' , voor dat van enkele directe naaste misschien. Maar verder? Wie ben ik, dat ik de loop van het wereldgebeuren (mede) kan bepalen? De vraag stellen is haar beantwoorden,
De aanleiding van dit stukje is de tekst die ik las in Genesis 8. Ah, Noach zult u denken, ja die heeft inderdaad temidden van een ontaard geslacht volgehouden, uit zijn drie zonen stamt de gehele mensheid. Wat één mens wel niet vermag. Goed, had veel consequenties, maar is Noach niet een heel apart geval? Heeft het zin ons aan hem te spiegelen? Het gevaar van deze invalshoek is dat Noach te groot voor ons wordt, te weinig menselijk, te mythisch.
Want wat mij nu juist trof in het zondvloedverhaal was dat Noach halfgod noch superman is, lets wat overigens geldt voor alle in de bijbel optredende figuren, altijd WOrden ook de zwakke kanten van iemand getoond, iets wat de bijbel des te geloofwaardiger maakt. En bij Noachs menselijkheid denk ik nog niet eens aan de beschrijving van zijn dronkenschap, Wat mij raakte was de passage waar verteld wordt hoe Noach na het terugtrekken van de watervloed weer aan land gaat.
Enkele maanden eerder was het God zelf geweest die tegen Noach en de zijnen had gezegd: "Ga in de Ark"
(Gen. 7:1). God zelf sloot de deur achter hem (vs. 16). En het was God zelf die zei na de watervloed: "Ga uit de Ark"
(Gen. 8:15), Maar het was Noach die toen, zonder dat God het zei, een altaar bouwde voor de Heer (vs. 20) en Hem brandoffers bracht. Een daad met verstrekkende consequenties. Want er staat: "Toen de Here de liefelijke reuk rook, zeide de Here bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens." Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden" (vs. 21, 22).
Noach had er ook voor kunnen kiezen om geen brandoffers te brengen, Hij had ook tegen zijn zonen kunnen zeggen dat ze er met z'n allen als de bliksem voor moesten zorgen zich ergens veilig te vestigen en land te bewerken met het oog op de voedselsituatie. Hij had honderd redenen om geen brandoffer te brengen, zoals hij honderd redenen had om het wel te doen.
Als je eenmaal op dit spoor zit, is het niet moeilijk om meer voorbeelden te vinden in de bijbel van daden die verstrekkende gevolgen hadden, Om te beginnen is daar natuurlijk Adam. Paulus schrijft over hem: "Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood"," (Bom. 5:12). En: "Want gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens zeer velen zondaren zijn geworden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van één zeer velen rechtvaardigen worden". Adam en Christus, En de verzoeking in de woestijn door de duivel was een échte verzoeking, net zoals Jezus' worsteling in Gethsémane, zijn angst en zijn vraag aan de Vader om die beker weg te nemen, echt waren.
Abraham had natuurlijk al zijn godsvertrouwen getoond door naar dat verre, beloofde land te trekken maar toen hij zijn enige zoon moest offeren, toen kwam het er écht op aan. Er waren ook hier honderd redenen om het niet te doen. En ook hier wordt door de daad van één mens een wissel in de geschiedenis omgelegd: "En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt" (Gen, 22:18). Is Christus geen Zoon van Abrahams volk? En dan is daar Mozes die in de bres springt voor zijn volk dat door het overspel met het gouden kalf met de ondergang bedreigd wordt. Na het pleidooi van Mozes lezen we dan: "En de Here kreeg berouw over het kwaad dat Hij gezegd had zijn volk te zullen aandoen" (Exod, 32:14).
En dan zijn daar Jozua, David, Esther en Mordechaï, de discipelen van Jezus, Paulus, stuk voor stuk mensen van vlees en bloed van wier persoonlijke keuzen erg veel heeft afgehangen.
Maar ook verkeerde daden hebben echte consequenties, Dat zagen we al aan Adam. Maar ook Davids misstap met de volkstelling bleef niet zonder gevolgen: 70.000 doden door de pest.
Een ander voorbeeld is Salomo, Het was een gevolg van zijn persoonlijke dwalingen (en daarmee een deel van het volk) dat het koninkrijk uiteen viel met alle gevolgen van dien,
We kunnen nu op z'n minst concluderen dat er in ruime mate bijbelse voorbeelden te vinden zijn die bevestigen dat de daden van één persoon inderdaad voor zijn omgeving, zelfs voor de geschiedenis, grote consequenties kunnen hebben.
Maar hoe staat dit alles in relatie tot Gods albestuur? En heeft Christus zelf niet gezegd over de komst van het koninkrijk van God dat het tijdstip daarvan alleen bij de Vader bekend is? Hoe verhoudt zich het menselijk getob onder de zon daarmee? Het is duidelijk dat God die almachtig is met één ademtocht de hele wereld op z'n kop kan zetten.
Maar zo wil God niet omgaan met Zijn schepping. God neemt Zijn schepping serieus, neemt de mens serieus. Wij zijn geen marionetten in Zijn hand. God werkt, krijg ik de indruk, zo veel mogelijk als op de achtergrond door de structuren en wetten van onze bestaande werkelijkheid heen. Niet alleen omdat de mens in zijn huidige zondige toestand een directe confrontatie met Gods Heiligheid niet kan doorstaan, maar ook omdat Hij de vrije keuzen en daden van de mens serieus neemt. En dus ook de gevolgen daarvan.
Wat was er gebeurd met Sodom en Gomorra als daar een paar rechtvaardigen meer hadden gewoond? En wat was er gebeurd met Ninevé als Jona uiteindelijk niet de moed had gehad om in z'n eentje een gevaarlijke, levensgrote stad te doorkruisen met een zeer bedreigende boodschap. God werkt door de bestaande structuren heen. God werkt door de mensen heen. En als betrouwbare, Godvrezende en biddende mensen wegvallen, als de liefde wegvalt en de harten verkillen, dan vallen mogelijkheden weg voor God om de wereld te zegenen. Niet automatisch, als een mechanisme (onze God is een levende God) maar omdat God blijkens de geschiedenis zo met de mensen omgaat, omdat de Here God een God is die zich laat verbidden.
Juist in een tijd en in een werelddeel waarin steeds minder mensen de Here God nog willen kennen, waarin de gevolgen van het collectieve overspel ten hemel schreien, komt het er wezenlijk op aan dat de Here God nog betrouwbare christenen en christelijke gemeenten kan vinden.
Aan de ene kant is al ons getob onder de zon ijdelheid. En ons geldt de vraag of wij ooit in ons leven de morgen hebben ontboden, de dageraad zijn plaats hebben aangewezen. Maar aan de andere kant heeft het wel degelijk grote consequenties wie wij zijn, wat wij doen, wat wij bidden. En wat wij verzuimen te doen, verzuimen te bidden. En het dwaze van God is wijzer dan de mensen.