Persschouw

1992-04-24
  • Jaargang 36
  • nummer 9
Belijdenis doen van je geloof Over dit onderwerp schreef de emeritus-predikant, Ds. A.J. Moggré, in de 'Kerkbode van Nederlands Gereformeerde Kerken' o.a. het volgende: "Sommige jongelui kennen ook ogenblikken van aarzeling ten aanzien van het belijdenis doen vanwege het slot van de eerste belijdenisvraag. Zij luidt: " ... en beloof je, in de belijdenis daarvan, door Gods genade, standvastig te zullen blijven in leven en sterven?"
Kun je dat wel beloven, zo vragen zij.
Kan ik beloven de Here trouw te blijven tot aan mijn dood toe? Zal ik het uithouden in dagen van verdrukking?
Zal ik niet onderuitgaan wanneer mijn vrienden aan mij trekken?
Deze en soortgelijke vragen kunnen het gemoed bezighouden en aarzeling oproepen. Toch behoeft dat niet wanneer men maar let op de drie woorden: "door Gods genade". In het geloof kun je 'ja' zeggen op die vraag.
Lettend op de HERE en zijn trouwen wetend dat er twee moeten loslaten wil je losraken van Hem, grijp je moed en geef je met een vertrouwend hart op Gods trouw je ja-woord. Petrus' geloof schoot te kort maar hij lag vast in de voorbede van zijn Heer: "Simon, Simon, de satan heeft verlangd u te ziften als de tarwe, maar ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken."
De Here is er en in dat geloof raakt een belijdeniscatechisant zijn aarzelingen kwijt. Bovendien doe je geen belijdenis van je eigen principiële palstaanderij, van je eigen standvastigheid, maar je belijdt Jezus Christus en zijn heil. Je spreekt bij het belijdenis doen niet je verwachting uit van eigen trouw maar van G6ds goede trouwen daarvan weet je bij de Schriften, dat die groot is en dat daarvan alles, wat nodig is, verwacht kan worden.
In dat geloof is belijdenis doen een heerlijke zaak. Intussen is er in onze dagen nog iets waar ik nog wat van wil zeggen. Vraagt men tegenwoordig niet of dat nu per se moet, belijdenis doen van je geloof in de kerk? En dat nog wel als voorwaarde voor de gang naar de avondmaalstafel?
De tijd van vandaag houdt van. problemen en zo maken sommigen van dit belijdenis doen ook een probleem.
Moet dat zo nodig? En waarom zal je voor de gemeente gaan staan en daar antwoord geven op een paar vragen?
Daar lees je toch ook niet van in de Bijbel? Wanneer de jongelui of sommigen onder hen, moeilijk deden over onze vorm van belijdenis-doen, dan vroeg ik ze wel eens of niemand het mag weten dat zij geloven in de Here Jezus en dat zij Hem willen toebehoren.
En is het zo vreemd om je in je geloof en je doen van de goede keuze, eerst aan de gemeente voor te stellen, voordat je met haar aanzit aan de maaltijd van onze Heer?
Er zijn natuurlijk ook andere vormen voor het doen van belijdenis denkbaar maar wat is er op tegen om blij en wel overtuigd, in een samenkomst van de gemeente, aan je broeders enzusters te vertellen dat je je graag bij hen aansluit om met hen de Heer te volgen?
Niemand wordt op z'n eentje behouden maar in de band aan de gemeente. Samen ga je met je broeders en je zusters de smalle weg.
Daar heb je elkaar nodig en hou je mekaar overeind. Dat is toch de weg van de HERE met zijn volk? En daarin geeft de Here je toch aan elkaar om sámen behouden te worden. Samen word je onderwezen, getroost en gewaarschuwd in de zondagse kerkdiensten.
Samen word je gesteund in je geloof aan de gezamenlijke maaltijd van de Heer. Ligt het dan niet voor de hand dat je met je keuze voor Christus en zijn aanhang, in de gemeente komt, in de gemeenschap van je broeders en zusters, die ook met het oog op haar opgroeiende jeugd zingt: "Kom ga met ons en doe als wij."
Welnu, laat het ze dan weten dat je komt en zeg het haar in d'r oren dat de Heer je hart geneigd heeft om Hem te volgen. Net als die jonge Ruth, die niet alleen voor de HERE God koos maar ook voor zijn volk, Moab opgaf, en met Naomi meetrok. Zei ze niet tegen haar schoon moeder: "Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God?"
Laten onze jonge mensen het in hun hart deze jonge vrouw nazeggen wanneer zij belijdenis afleggen van hun geloof. En laten zij dat blij doen en helemaal overtuigd. Bij onze Heer zit je goed. Hij is het licht der wereld. Van Hem moet het voor ons in Nederland en voor blank en zwart in Zuid-Afrika komen. Die in Hem gelooft, heeft meer dan een toekomst, ergens op deze aarde, die heeft eeuwig leven. Vandaar dat het een groot voorrecht is als jonge mensen door de goede zorg van de HERE, hun God, het geloof ontvangen en daarvan in het midden van de gemeente getuigenis afleggen door hun eenvoudig en welgemeend 'ja' op de te stellen vragen. Zij doen de goede keuze. Zij slaan de goede weg in, de Heer tegemoet. Mogen velen blij en vol goede moed kiezen voor die weg en het dankbaar aan de gemeente vertellen."

Wat de gesignaleerde aarzelingen betreft is het aanbevelenswaardig om deze tijdig met de bewuste belijdeniskatechisant door te spreken. En dat moeten we dan niet in de eerste plaats zien als een taak van de predikant.
Nee, het is goed wanneer de ouderlingen deze zaak te berde brengen als zij al aan het begin van de katechetische kursus een gesprek arrangeren over de motivatie voor de openbare geloofsbelijdenis.
Terecht wijst kollega Moggré in zijn artikel op het belang van de gemeenschapsoefening in de kerk. De gemeenschap der heiligen (= gelovigen) is een beheersende notie van het waarachtig kerk-zijn en mag in de praktijk van het kerkelijke leven geen wassen neus worden doordat wij tegenover elkaar permanent verstek laten gaan. Sàmen trekken wij op in de Naam van Jezus via de band aan het Woord van de Heilige Geest.
Dat is ook in de lijn van de konfessie!
Want Zondag 7 antwoord 21 van de Heidelbergse Catechismus heeft het over: "NIET ALLEEN ANDEREN, MAAR OOK MIJ ... " wanneer het gaat over de rijkdom van de verlossing door het bloed van Christus. Wij hebben elkaar nodig! Het is als bij een korenhalm.
"Die korenhalm mag niet wezenlijk op de andere halmen steunen, want dan zou hij reeds geknakt zijn. Toch maakt het als korenaren naast elkaar staan, dat men samen sterker staat tegen opgroeiend onkruid en tegen de zwiepende storm" (Prof. dr. P.J. Roscam Abbing: 'Komen als geroepen' - pag. 127).

Enschede O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief