Gereformeerden in Nederland
1992-05-08
Het steekt wonderlijk in elkaar in Nederland.- Jaargang 36
- nummer 10
Aan de ene kant verslaat de secularisatie nog steeds z'n tienduizenden.
En aan de andere kant is de belangstelling voor christelijke identiteit en christelijke waarden enorm in opkomst.
Wat het eerste betreft: dezer dagen verscheen bij Kok in Kampen van dr.
G. Dekker het boek De stille revolutie.
Deze godsdienst-socioloog tekent de enorme veranderingen die de Gereformeerde Kerken hebben doorgemaakt tussen 1950en 1990. Hij noemt zijn kerken onherkenbaar veranderd en trekt daaruit de vergaande conclusie, dat die kerken zèlf "min of meer geseculariseerd zijn". De mensen voelen zich minder bij de kerk betrokken en de reikwijdte van de godsdienst is in hun leven ook beperkter geworden. De gereformeerde leer als autoriteit is losgelaten en in plaats daarvan is de ervaring beslissend geworden. De persoonlijke ervaring en de ervaring die in Bijbel en traditie is neergelegd, zijn de grond van de godsdienstigheid geworden (vgl. daarvoor het boek van dr. H.M. Kuitert, dat ds. De Jong in vorige nummers besprak).
De levensstijl die vroeger als typisch gereformeerd gold, is praktisch verdwenen.
Or. Dekker schrijft: "Wat wel in stand bleef was de overtuiging dat men als christen kritisch tegenover de overheid en in de maatschappij behoort te staan, dat de ontmoeting en gemeenschap in de kerkelijke gemeente belangrijk is en dat het geloof grote betekenis heeft. Maar dit grondpatroon is 'geloofsinhoudelijk leeg': het is niet met bepaalde geloofsovertuigingen verbonden. Men zou kunnen zeggen: de gereformeerde houding is gebleven, maar de gereformeerde inhoud is verdwenen".
De auteur trekt dan ook de conclusie: "De Gereformeerde Kerken zijn niet langer een belichaming van het orthodox protestantisme. Daarvoor moet men in Nederland vooral bij de kleine gereformeerde kerkelijke groeperingen zijn". Aan deze analyse voegt hij ook wenken toe voor de toekomst. Hij bepleit een dynamisch kerkbeeld, omdat zijn kerken "op deze wijze kerkelijk onderdak kunnen verlenen aan mensen wier godsdienstige opvattingen en geloofsleven aan het veranderen zijn, maar die desniettegenstaande in de gelegenheid gesteld willen worden om in een kerkelijke gemeenschap over dat (veranderend) geloofsleven te reflecteren".
Zedenmeesterij
Nu de andere kant. Op een vrij breed vlak, en heus niet alleen in 'orthodoxe' kring, klinkt een toenemende behoefte aan normen en waarden, identiteit en inspiratie. De top van het CDA bespeurt bij de achterban ontevredenheid over een puur zakelijke aanpak.
Sinds het tienjarig bestaan in 1990en tot aan het vorige maand verschenen 'hernieuwde program van uitgangspunten' wordt er althans meer gezegd over de christelijke beginselen. "Niet de macht van het getal, maar de autoriteit van de inspiratiebron van het Evangelie moet centraal staan", zo heet het. Partijleider Lubbers zei bij de presentatie, dat de C van het CDA in het nieuwe program pittiger en stralender is geworden. Weliswaar lazen we in een commentaar: als dat in het nieuwe program staat, moet het op een geheim aanhangsel berusten, maar het verlangen naar 'herbronning' blijkt er toch uit. .
Insiders noemen minister Hirsch Ballin wel de ideoloog achter Lubbers. In elk geval is deze minister sinds het rapport 'Recht in beweging' sterk bezig met de noodzaak van een geestelijke onderbouwing van onze rechtsstaat.
Eind februari deed hij een krachtig appèl op de kerken en het Humanistisch Verbond "om de eigentijdse koudwatervrees voor zedenmeesterij te overwinnen". De enorme toename van criminaliteit brengt hij in verband met het typisch Nederlandse verschijnsel van de ontzuiling. Jongeren missen steeds meer de kaders, waarbinnen ze normen en waarden leerden te respecteren. Te weinig wordt beseft, hoe belangrijk het is dat ouders een ondubbelzinnige morele positie innemen.
De minister gaat een stapje verder dan de constatering dat de mensen minder naar de kerk en naar kerkelijke organisaties gaan. Hij verwijt de kerken: ze "missen vaak ook de innerlijke overtuiging hiervoor. Ook al zou de jeugd zich openstellen voor beïnvloeding door de kerk, men zou vaak niet weten wat te zeggen". Hij spreekt de behoefte uit, "dat vanuit de kerken weer een impuls wordt gegeven aan de sensibiliteit van de Nederlandse burger voor onrecht en wantoestanden in zijn eigen directe leefomgeving".
Laat er daarom meer gesproken worden over de belastingmoraal en de moraal met betrekking tot sociale uitkeringen. "Zijn de giften welkom van kerkleden die een veelvoud van het gegeven bedrag hebben onthouden aan de fiscus?", zo klinkt zijn prikkelende vraag.
Normen gevraagd ...
Dit appèl van de minister van Justitie is bepaald een uitdaging. Kunnen de kerken de samenleving helpen met een nieuwe injectie moraliteit? Natuurlijk moeten ónze kerken zo'n vraag wel heel bescheiden benaderen, omdat we erg klein zijn. Maar toch: in een tijd waarin de ongeremde tolerantie vastloopt en er een nieuwe openheid is voor levensbeschouwing, ligt de vraag van de minister ook op ons bordje. En zijn kritische vragen moeten we maar goed op ons af laten komen.
Hebben wij wèl de innerlijke overtuiging om vanuit Gods Woord concreet over goed en kwaad te spreken?
Hoe zit het met ónze belastingmoraal, en durven onze ouders nog een glasheldere opvoeding te geven?
Die vragen kunnen alleen maar gezond zijn.
Toch is het niet zo eenvoudig om de minister en de samenleving te helpen.
Het eerste probleem is: er is in de samenleving hier en daar wel vraag naar een nieuwe moraliteit en nieuwe zingeving. Maar dat staat niet los van het verlangen naar menselijke verbanden waar je bij hoort. Het individualisme is zo ver doorgeschoten, dat burgers alleen nog maar eenlingen zijn, die weinig anders weten dan knokken voor jezelf. Leeglopende kerken (en een afkalvende socialistische beweging, trouwens!) zijn het resultaat, evenals het uiteenvallen van gezinsverbanden. Op dit punt moest de regering trouwens ook maar de hand in eigen boezem steken, want de politiek stimuleert de individualisering enorm. Er staan zelfs plannen op stapel om de hele belasting, de sociale zekerheid en de studiefinanciering totaal te individualiseren.
Hoe dan ook, het feit dat onze samenleving steeds meer uit een verzameling losse individuen bestaat, los je niet op met een scheut moraal vanuit de kerken en het Humanistisch Verbond.
En dan zijn we op het tweede probleem: de normen en waarden van het Evangelie zijn eigenlijk niet los verkoopbaar. De Here te kennen en zijn geboden te doen is samen een onlosmakelijk geheel. Het verhaal gaat, dat de vroegere Oost-Duitse leider Walter Ulbricht in een gesprek eens tegen Karl Barth zei: "weet u, wij communisten zouden eigenlijk zoiets als uw tien geboden nodig hebben".
Waarop Barth reageerde met te zeggen: "Inderdaad, vooral het eerste gebod". Dat is precies het punt waar het om draait: Gods geboden hebben met God te maken en buiten Hem is er alleen normloosheid.
Een rund en een ezel
Ds. Rietkerk schreef in dit blad (22-05-87) over de grote invloed die het Evangelie op het ontstaan van Europa heeft gehad. Waarden als medemenselijkheid, vrijheidszin en gerechtigheid komen bij Gods Woord vandaan. Het probleem is alleen, zo schrijft hij erbij, dat de waarden van het Evangelie langer bleven gelden dan de waarheid van het Evangelie. Men kan zeggen: we beleven een tijd, waarin die waarden nog naijlen, terwijl de bron vergeten is. Het is zoals Jesaja schreef: "Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht" (Jes. 1:3). Dit woord is volop van toepassing op onze samenleving.
Een ezel mag niet zo slim zijn, maar hij vergeet heus de krib niet, waarin z'n meester het voer legt. Wij leven nog uit de waarden van het evangelie, maar we vergeten en masse de herkomst ervan en de plaats waar we gevoed worden. Dat kan nu eenmaal niet blijvend goed gaan.
Spreken over de krib
Van hieruit kom ik terug op de beschreven situatie in de Gereformeerde Kerken. Dr. Dekker kiest ervoor, dat zijn kerken in de toekomst een dynamisch geheel moeten zijn, dat onderdak biedt aan mensen die op wat voor manier dan ook willen bezig zijn met hun eigen veranderende geloofsvoorstellingen.
En inderdaad is dit 'onderdak bieden' één van de functies van de kerk. God heeft ons niet als losse gelovigen in de wereld gezet, maar als schapen van een kudde. Schapen voor wie het er op aankomt, bij elkaar en bij de Herder te blijven.
Dit betekent echter, dat de kerk méér moet zijn dan een thuis. Ze is geroepen om 'pijler en fundament der waarheid' te zijn en dat Kan alleen door, als de eerste christelijke gemeente, te blijven volharden in de leer der apostelen.
Over de Gereformeerde Kerken wil ik niet oordelen, maar willen wij als Nederlands Gereformeerde Kerken ook maar iets voor onze samenleving betekenen, dan kan dat alleen door uit volle overtuiging te spreken over de krib waar het voer vandaan komt, dat is over God en zijn Woord. Dat God zich geopenbaard heeft in zijn Woord en dat we daarin Hem mogen kennen, met zijn Evangelie en zijn goede geboden, dat hoort de kern van onze boodschap te zijn. Als die overtuiging vervaagt, dan zijn we geen zoutend (bederfwerend) zout meer en zal er over ons gelopen worden.
Maar als we op dit punt trouw zijn, dan ligt er in de Bijbel de belofte, dat we licht zullen verspreiden. Ik denk aan het woord van Mozes over de geboden: "Onderhoudt ze dan naarstig, want dit zal uw wijsheid en uw inzicht zijn in de ogen der volken, die bij het horen van al deze inzettingen zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie. Immers, welk groot volk is er, waaraan de goden zó nabij zijn als de HERE, onze God, telkens als wij tot Hem roepen?
En welk groot volk is er, dat inzettingen en verordeningen heeft zo rechtvaardig als heel deze wet, die ik u heden voorleg?" (Deut. 4:6-8). Natuurlijk betekent dit niet, dat àlle mensen Gods nabijheid en zijn geboden zullen omarmen. En Israël was ook niet groot in aantal, evenmin als wij het zijn.
Maar toch is dit het geheim, waar we mee voor de dag kunnen komen: een God die nabij is voor wie Hem aanroept en geboden die zo rechtvaardig zijn, dat geen mens er omheen kan.