Tussen kerk en keuken

1992-05-08
  • Jaargang 36
  • nummer 10
Lente
Als de bollen in de tuin boven zijn en de prunus voor het huis bloeit, wordt het tijd om het gras voor de eerste keer in het jaar te maaien.
Mijn man en ik houden alle twee van tuinieren, maar ons hobbyisme strekt zich niet uit tot grasmaaien.
De pootaardappelen zitten in de grond, de sla staat in de broeibak (werk van mijn echtgenoot), de viooltjes staan in de bakken (mijn werk) en bloeien uitbundig (Gave van Boven en mest) maar helaas, het gras groeit ook. Volgens mij onevenredig hard.

Toen ik vorige week door het veldje slenterde en wat bezorgd constateerde dat er echt gemaaid moést worden, omdat de maaimachine anders vervangen moest worden door een geit of iemand die met een zeis om kan gaan, nam ik de maaier uit het tuinhuisje en ging manmoedig de halmen te lijf.
De zon scheen en na een kwartier begreep ik al niet meer waarom ik niet van grasmaaien houd.
Ik kuierde achter de snorrende machine aan en bekeek met voldoening iedere baan die ik in het gras maakte.
Grasmaaien heeft wel iets van behangen, maar dan omgekeerd. Met behangen voeg je toe en met grasmaaien haal je weg.

Vergenoegd begon ik te zingen boven het geluid van de motor uit. Niets stichtelijks, gewoon "Op een klein stationnetje, 's morgens in de vroegte." Dat liedje gaf me als kind al een feestelijk gevoel. Waarom weet ik niet.
"Je hebt er zin in", zei Janneke, die met de theepot en mokken de tuin in kwam. "Papa zal wel blij zijn, als hij het ziét tenminste."
"Vast niet", voorspelde ik. "Als ik naar de kapper ben geweest valt het hem ook pas een paar uur later op." "Of helemaal niet", stemde ze in.
"Daar kon je wel eens gelijk in hebben", zei ik gedachtig aan de keer dat mijn man een paar dagen weg moest en ik de tijd benut had om een jurk voor mezelf te maken. Vol trots stond ik in mijn nieuwe creatie bij de voordeur toen hij thuiskwam.
"En ..." zei ik na een welkomstkus en draaide een pirouette om het geheel goed te laten zien'·.Hij keek onderzoekend naar me. "Je bent naar de kapper geweest... het zit mooi", zei hij vervolgens warm. Ik aarzelde even tussen een drift- of lachbui en koos voor het laatste. Hij maakte het nadat de kinderen hem verwijtend op de hoogte hadden gebracht onmiddellijk goed, maar het was een tweedehands reactie en dat wreef ik hem wel fijntjes onder de neus.

Janneke en ik dronken thee en ik ging door met mijn klus. Met een schaar fatsoeneerde ik de randen van het grasveld. Iets wat ik doorgaans achterwege laat en waaraan je kunt zien wie het gras heeft gemaaid. .
Na anderhalf uur en twee blaren, was ik er ook weer achter waarom ik niet écht dol ben op grasmaaien ..
Toen mijn man thuis kwam stond de grasmaaier nog opzichtig op het gras.
Een kleine hint mocht wel, vond ik.
Hij reageerde prima. De fiets bleef op het terras staan en hij kwam met zijn handen in de zakken de tuin in.
"Nou, nou, dat ziet er goed uit. Zelfs de randjes", prees hij en pakte de schaar van de grond.
"Twee blaren", blufte ik.
"Geweldig", gaf hij ere wie ere toekomt en zette de grasmaaier in de schuur terug.
"Waar een mens al niet blij mee kan zijn", dacht ik terwijl we naar de opkomende radijsplantjes keken en naar de bloesem van de ondermaatse appelboom, die niet wil tieren. Mijn man schudde aan het miezerige stammetje.
"Die rooien we volgend jaar", dacht ik.
"Voor alle zekerheid."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief