Pastorale notitie

1992-05-22
  • Jaargang 36
  • nummer 11
Schuldbesef
Onlangs werd ergens een gemeente vanaf de preekstoel aangezegd dat het een christen siert wanneer hij de belijdenis van de apostel Paulus, de voornaamste der zondaren te zijn, de zijne maakt.
Deze belijdenis is mij te licht.
De apostel zou met deze exclamatie beslist niet hebben ingestemd. Hij heeft deze woorden niet geschreven in de stille hoop dat al zijn lezers hem dit na zouden zeggen. Dat zou zijn woorden ontkracht hebben. Wanneer iedereen beweert, de grootste te zijn is niemand meer echt de grootste.
De prediker die deze woorden in zijn preek veralgemeniseerde had dit dienen te bedenken: wie er over nadenkt beseft terstond hoe onschuldig deze opwekking is en wie het zich laat zeggen komt tot een afschuwelijke karikatuur van schuldbesef.
Moet je Paulus' woorden met een korreltje zout nemen?
Zeker niet! Maar zijn woorden zijn geen algemeen geldende belijdenis.
Ze zijn de weergave van een persoonlijk en pijnlijk, zeer pijnlijk gevoel van een mens die door schuldbesef verslagen werd en zo vergeVing vond. Dat gevoel de ergste te zijn. Berouw kan nooit samen gaan met de verzachtende gedachte: er zijn nog wel ergere dan ik. En als in de preek die woorden zo aan de gemeente worden voorgehouden kunnen ze troostend zijn.
Hier wekten ze alleen op tot een karikatuur van zondebeséf. De karikatuur van zondebesef is de :belijdenis: wij zijn allen zondaren. ' Willem de Mérode heeft er een gedicht over geschreven. 'Huisbezoek' heet het.
Wanneer de pastor in~zijn preek zegt: broeders, wij zijn allen zondig!
Erkent men dit terstond volmondig en wordt van binnen even week.
Maar als hij ergens op huisbezoek op 't geringst gebrek durft doelen moet je de reaktie horen: Meteen begint de vrouw te kijven, (maar schenkt wel koffie en geeft koek) "Staat er van jou niets in Gods boek?
Ik kan bij jou niet kerken blijven.
Ik moet het boek van dr. W.H. Velema 'Geloof en gevoel' nog lezen (was hier uitverkocht!) en citeer hem even uit een recensie.
Er moet in te lezen zijn dat Schriftgetrouwe prediking "mensen confronteert met hun schuld jegens God en mensen, maar hen oproept tot maat houden in de schuldbeleving ... "
Er staat ook in dat "er predikers zijn, die zo lang, breed en diep over schuld van mensen spreken dat de lichtstraal van het evangelie er niet meer in kan doordringen ".
Die paar zinnen alleen al maken het boek de moeite van het lezen waard.
Horen we het ook eens van een ander.
Ik schrijf dit stukje niet om schuld uit te poetsen, eerder om het besef daarvan waarachtig te houden en zo te verdiepen.
Maar als iemand gewoon Paulus napraat: Ik ben de voornaamste, dan zeg ik: ja, zo kan ik het ook.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief