De laatste acte van het werelddrama
1992-05-22
- Jaargang 36
- nummer 11
Hemelse regie
Het boek Openbaring heeft een heel filmisch karakter. De scènes wisselen elkaar in een snel tempo af. Ze zijn op twee locaties opgenomen: in de hemel en op de aarde. De scènes op aarde verbeelden wat zich daar in de loop der geschiedenis afspeelt: de rampen en oordelen van God, ook de dreiging die tegen de gemeente van Christus uitgaat van de anti-goddelijke en demonische machten. Dwars daardoorheen gemonteerd zien we scènes die ons verplaatsen naar de hemel. Die worden ons getoond om twee redenen.
In de eerste plaats worden ze getoond om ons ervan te doordringen, dat de gebeurtenissen op aarde in verband staan met de hemel. Als we op aarde rondkijken, is dat met onze natuurlijke ogen niet te zien. Je ziet van alles gebeuren, maar je kijkt er niet doorheen.
Je bent geneigd te denken dat dat alles helemaal losstaat van de hemel en van God. Dat horizontale kijken naar de dingen zit vandaag in de lucht. Als er al een God is, zegt men vandaag, kan Hij niets te maken hebben met de verschrikkelijke dingen die op aarde gebeuren. Maar Openbaring laat zien: er is wèl verband. Er is sprake van een hemelse regie. Achter de voor ons ondoorzichtige, onontwarbare wirwar van gebeurtenissen in de wereld, zit de hand van de grote Regisseur.
Het Lam opent de zegels van het boek der geschiedenis. Er zijn engelen met schalen en bazuinen bij betrokken. Wat hier op aarde gebeurt, lijkt wel chaotisch, maar dwars daardoorheen leidt Christus de schepping naar haar doel en voltooiing. Dat is het eerste wat ons door die hemelse scènes op het hart gebonden wordt. En we doen er in onze tijd goed aan dat niet te verwaarlozen.
Als we dat voor ogen houden, krijgen die scènes in de hemel ook het karakter van bemoediging. Dat is de tweede reden waarom ze ons getoond worden.
Die scènes zeggen dan tot de christenen die vervolgd en verdrukt werden: verlies de moed niet. Gooi het bijltje er niet bij neer. Neem maar een kijkje in de hemel. Dan weet je weer dat er gewerkt wordt aan je verlossing.
Openbaring geeft ons doorkijkjes in de hemel met de bedoeling dat wij hier op aarde volhouden en volharden tot het einde. Dat is het tweede motief dat we voor ogen moeten houden.
De hemel geopend
In het gedeelte van Openbaring dat hier onze aandacht heeft, hebben we te maken met een van die doorkijkjes in de hemel. Johannes ziet de hemel geopend. Dat alleen al is bemoedigend.
Want wie kan er aarden hier beneden, als er geen open hemel is (Gez. 454). Een gesloten hemel betekent een aarde die aan zichzelf is overgeleverd. Een gesloten hemel wil zeggen dat God zich teruggetrokken heeft en geen bemoeienis meer wil hebben met deze aarde. En waar God zich terugtrekt, is geen toekomst meer. Maar zo is het gelukkig niet, zegt Johannes. De hemel is niet hermetisch en voor altijd afgesloten. Ik zag de hemel geopend.
Toch hebben die woorden hier een heel bijzondere betekenis. Uit de hele samenhang blijkt namelijk dat het hier gaat om de definitieve opening van de hemel, waarbij Christus gaat verschijnen in heerlijkheid en de geschiedenis tot voltooiing brengt.
Nu, vandaag, is de hemel open in deze zin, dat wij als gelovigen door Christus vrije toegang hebben tot de Vader. En dat is al iets geweldigs. Maar voor het overige is de hemel nog gesloten. Er is nog een scheidingswand tussen hemel en aarde. Christus in de hemel bevindt zich aan de ene kant van die wand en wij op aarde bevinden ons aan de andere kant. Maar daar komt eens verandering in. En dat krijgt Johannes te zien. De hemel staat wagenwijd open. En kijk eens! roept hij verrast: een wit paard!
Paard en ruiter
Een paard in de hemel. Dat is inderdaad niet alledaags. Watje ook in de hemel verwachten zou, natuurlijk geen paard. Zelfs in een visioen waarin toch heus allerlei merkwaardige dingen kunnen plaatsvinden, vindt Johannes het nog verrassend. Kijk nu toch eens!
Een wit paard!
Paarden riepen in bijbelse tijden onmiddellijk de sfeer op van een leger en van oorlog. Een paard toen had dezelfde uitstraling als een tank nu. En toen Johannes dit paard in de hemel zag, moet onmiddellijk de gedachte aan oorlog bij hem opgekomen zijn.
Die gedachte werd nog versterkt als hij de berijder ervan ziet. Want van Hem wordt gezegd dat Hij vonnis velt en oorlog voert in gerechtigheid.
Oorlog voeren in gerechtigheid. Daar valt het woord oorlog al. Het is dus duidelijk: er is oorlog op til. Vanuit de hemel gaat het tot een gigantische, allesomvattende oorlog komen. In de letterlijke zin van het woord hangt de oorlogsdreiging in de lucht. Maar de manier waarop de ruiter op het witte paard oorlog voert, verdient alle aandacht.
Hij doet dat in gerechtigheid, staat er. En dat is nog nooit vertoond.
Er is nog nooit iemand geweest die oorlog voerde in gerechtigheid.
Wanneer is er sprake van een rechtvaardige oorlog? Wanneer zijn de omstandigheden van die aard dat ze het ontketenen van een oorlog rechtvaardigen?
Dat is een vraag waarover al eeuwen lang gediscussieerd wordt.
Er worden op die vraag heel verschillende antwoorden gegeven. Voor de een is er veel eerder sprake van een rechtvaardige oorlog dan voor de ander.
Maar zelfs een oorlog waarvan iedereen zou vinden dat hij gerechtvaardigd is, wordt niet gev6erd in gerechtigheid. Elke oorlog, ook een rechtvaardige, is doorschoten van onrecht, oorlogsmisdaden, wreedheid en excessen. Ook een rechtvaardige oorlog maakt zoveel onschuldige slachtoffers, dat er niet van gezegd kan worden dat hij gevoerd wordt in gerechtigheid.
Maar de ruiter op het witte paard voert oorlog in gerechtigheid, staat er. Dat wil zeggen: door zijn toedoen vallen er geen onschuldige slachtoffers. En dat is heel bijzonder. Het geldt ook van zijn vonnissen. Er is geen rechtspraak op aarde, waarin geen gerechtelijke vergissingen gemaakt worden en geen onrechtvaardige vonnissen voorkomen.
Maar de ruiter op het witte paard velt vonnis in gerechtigheid. Bij Hem worden geen onschuldigen veroordeeld en geen schuldigen vrijgesproken.
Verschillende namen
Het zal duidelijk zijn dat het hier over Jezus Christus gaat. Maar zo wordt Hij hier niet genoemd. Hij wordt in dit bijbelgedeelte aangeduid met verschillende andere namen. De eerste naam die hier staat, is: Getrouwen Waarachtig.
Dat wil zeggen: Hij is de betrouwbare.
Je kunt op Hem aan.
In de politiek - en niet alleen daar - is een belofte vaak niet meer waard dan het papier waarop ze geschreven is.
En de bijbel weet maar al te goed dat er rechters zijn die zich laten omkopen en bij wie sprake is van een klassejustitie.
Dat is bij Hem niet het geval. Hij heeft ze niet achter de ellebogen. Hij zegt niet het een terwijl Hij het andere bedoelt. Hij slaat geen propagandistische taal uit, die je niet kunt geloven.
Hij heet Getrouwen Waarachtig. Dat betekent dat Hij dat ook is. Zijn naam karakteriseert Hem.
Hem ziet Johannes als de hemel geopend is voor de laatste acte van het werelddrama. En zijn gestalte is indrukwekkend: ogen als een vuurvlam, die dwars door alles en iedereen heen boren en op zijn hoofd veel diademen die zijn majesteit benadrukken.
En dan maakt Johannes melding van de tweede naam. Die staat geschreven, vermoedelijk op een van de diademen.
Maar het is een naam die alleen door de drager gekend wordt.
Niemand anders kent hem. Een naam die niemand kent behalve de drager is blijkens Openb. 2:17 de naam die hoort bij het nieuwe leven, de nieuwe aeon.
Als Christus met diè naam verschijnt, wil dat zeggen: nu staat het nieuwe leven op doorbreken. De nieuwe naam des Heren nadert reeds. De wereldgeschiedenis staat op de drempel van de voltooiing.
Bloed
De ruiter draagt een kleed dat in bloed gedrenkt is. Sommigen denken daarbij aan het bloed van zijn vijanden, die door Hem in de perskuip vertreden worden (vs. 15; zie ook 14:19, 20). Als dat de bedoeling was, zou je verwachten dat er van het rondspattende bloed ook wel iets terechtgekomen zou zijn op de kleding van het hemelse leger dat achter Hem aan komt. Maar die is kraakhelder, van smetteloos wit linnen.
Er is geen spatje bloed op te zien.
Daarom voel ik er meer voor te denken aan Christus' eigen bloed, het bloed der verzoening. De wereldrichter die hier uittrekt om zijn vijanden definitief te verslaan en te oordelen, is dezelfde als Degene die zijn bloed vergoten heeft om de wereld te behouden.
En allen die hun toevlucht genomen hebben tot zijn bloed, hebben niets van Hem te duchten. Zij hoeven niet bang te zijn voor het oordeel dat Hij komt voltrekken.
En dan volgt de derde naam: Woord van God. Daarbij denken we natuurlijk onmiddellijk aan het begin van het evangelie van Johannes: in den beginne was het Woord en het Woord is vlees geworden. In Christus heeft God zichzelf helemaal uitgesproken. Hij is het hoogtepunt van Gods spreken tot de mens. Nooit heeft God duidelijker gesproken dan in Christus. Door Hem spreekt God tot ons woorden van eeuwig leven (Joh. 6:63, 69), die leven schenken aan ieder die ze aanvaardt.
Maar wie zich tegen Hem verzet, krijgt met de andere kant van dat woord te maken. Het kan namelijk ook een zwaard zijn, dat strijd tegen hem voert (Openb. 2:16) en hem neerslaat. Johannes ziet uit de mond van de ruiter op het witte paard een scherp zwaard komen. Dat had hij ook al gezien toen Christus het verscheen in het begin van het boek (1:16). Nu ziet hij dat zwaard weer. En met dat zwaard zal Hij de heidenen slaan, staat er.
Een zwaart uit de mond
Een zwaard dat uit de mond komt. Ook dat is geen alledaags verschijnsel. En uiteraard moeten we dat niet letterlijk nemen, evenmin als het paard. Er is geen echt paard van vlees en bloed in de hemel. En zo moeten we hier ook niet aan een echt zwaard van staal denken. Het gaat om de symbolische betekenis. Christus gaat zijn vijanden niet in letterlijke zin te lijf met een reëel wapen in de hand. Hij gaat er niet echt met een zwaard op los slaan.
Dat wordt wel eens gedacht. Er zijn mensen die menen dat het tot een daadwerkelijk militair treffen komt tussen Christus en zijn vijanden, een reële veldslag bij Harmageddon. Maar zij vergeten dat heel het boek Openbaring één aaneenschakeling is van visionaire, symbolische beelden. Wie dat letterlijk neemt, blokkeert de weg naar een goed verstaan. Bij nauwkeurige lezing blijkt trouwens ook, dat er in heel hoofdstuk 19 nergens sprake is van een echt militair treffen, ook niet in de verzen 19-21. De ruiterij die achter Christus aan rijdt, komt nergens in actie en draagt dan ook geen wapenrusting maar witte linnen kleding die ook wit blijft. Dat kun je bepaald geen gevechtstenue noemen. En er worden ook geen wapens vermeld.
Christus schakelt zijn vijanden niet uit met behulp van reële wapens maar met zijn woord. Toen Hij oog in oog stond met Pilatus, zei Hij: mijn koninkrijk is niet van deze wereld (Joh.
18:36). Dat betekent niet dat het niets met deze wereld te maken heeft, er niet op betrokken is en er niet voor bestemd is. Want dat is het wel degelijk.
De bijbel laat ondubbelzinnig zien dat Christus zijn koningschap definitief op deze aarde zal vestigen. Maar deze woorden willen zeggen, dat zijn koninkrijk zijn 66rsprong niet vindt in deze wereld. Het is anders van karakter dan de koninkrijken van deze wereld.
Daarom maakt het ook geen gebruik van de methoden die voor deze koninkrijken kenmerkend zijn.
Ongewapend leger
De macht van aardse koninkrijken is gebaseerd op wapenen. Er is geen staat die er een ongewapend leger op na houdt. Zelfs de Zwitserse Garde van het Vaticaan draagt nog hellebaarden.
Een leger zonder wapenen is volgens wereldse maatstaven een lachertje. En de koninkrijken van deze wereld gebruiken hun wapenen om hun conflicten op te lossen. Zo gaat het in deze wereld toe.
Maar Christus vestigt zijn koninkrijk niet met geweld van wapenen, niet met bommen, granaten en raketten, maar met zijn woord. Dat is nu vandaag al het geval. Het zal ook straks het geval zijn als Hij zijn rijk definitief vestigt. Dan schakelt Hij niet ineens over op wereldse methoden. Natuurlijk niet. Hij komt met een leger zonder wapenen.
In het boek Openbaring wemelt het van de engelen, maar nergens komen we er ook maar één tegen met een wapen. Dat geldt trouwens voor heel het Nieuwe Testament. In het Oude Testament komen we sporadisch wel eens een engel tegen met een wapen: bij de ingang van het paradijs, de engel die de ezel van Bileam tot staan brengt en de engel die aan Jozua verschijnt vlak voor de val van Jericho.
Maar in heel het Nieuwe Testament vinden we nergens nog een engel met een wapen.
Als Christus zijn koningschap aanvaard heeft, komt het onderscheid tussen zijn koninkrijk en de koninkrijken der wereld heel pregnant hierin tot uitdrukking, dat zijn dienaren ongewapend zijn. Het is een van de grote misvattingen in de kerkgeschiedenis geweest, dat christenen soms dachten dat het koninkrijk der hemelen met het zwaard gevestigd en verdedigd moest worden.
Zelfs in het boek Openbaring waar het weerlichten van oorlogen niet van de lucht is en waar je telkens op oorlogsterminologie stuit, komt niet één engel met een wapen voor. Ik denk dat men dat onvoldoende tot zich heeft laten doordringen en zich dat veel te weinig gerealiseerd heeft, waardoor allerlei wonderlijke fantasieën de kans kregen zich te ontwikkelen en een bijna ondoordringbaar rookgordijn over de tekst gelegd hebben. Engelen hebben een tijdlang buiten de aandacht gestaan.
Tegenwoordig ontstaat er weer meer belangstelling voor hen. Dat is goed, als het tenminste op een schriftuurlijke wijze gebeurt. Anders schieten we er niets mee op en zitten we voordat we het weten op het spoor van de engelenverering waartegen Paulus waarschuwt (in Col. 2:18).
De adem van zijn lippen
Het enige wat er in vers 21 gezegd wordt, is dat Christus zijn vijanden doodt met het zwaard dat uit zijn mond komt. Zijn leger komt niet eens in actie.
Hebt u ooit al eens iemand op die manier in werkelijkheid zien vechten, zonder zijn handen te gebruiken, met een zwaard dat uit zijn mond komt?
Let wel: niet een zwaard dat uit zijn mond stéékt, maar uit zijn mond k6mt.
De vraag stellen is haar beantwoorden.
Het gaat hier niet om een echt zwaard en een reële veldslag. Het zwaard symboliseert Christus' woord.
Hij zal zijn vijanden vernietigen met de adem van zijn mond, zegt Paulus in 2 Thess. 2:8. En in Jes. 11:4 lezen we: Hij zal de aarde slaan met de roede van zijn mond en met de adem van zijn lippen de goddeloze doden. Eén woord en hij moet vallen. Zoals God slechts hoeft te spreken en, het is er en Christus slechts één woord hoefde te spreken om de slaaf van de hoofdman te Kapernaüm te genezen, zo hoeft Hij ook slechts één woord te spreken en zijn vijanden zijn vernietigd. Christus zal bij zijn verschijning niet in letterlijke zin op zijn vijanden inhakken. Hij hoeft slechts zijn machtswoord te spreken en zijn vijanden zijn voorgoed uitgerangeerd. Dat heeft het zwaard dat uit zijn mond komt ons te zeggen.
Dan volgt er in vers 15 een zinspeling op Ps. 2:9: Hij zal de heidenen hoeden met een ijzeren staf. In Ps. 2 staat: verpletteren, stukslaan. Hier lezen we: hoeden. Dat verschil is te danken aan de Septuaginta. Maar we moeten er geen tegenstelling in zien, want blijkens Openb. 2:27 wordt hoeden synoniem gebruikt met verpletteren.
Perskuip
De ruiter op het witte paard is de voltrekker van Gods oordeel. Dat wordt nog eens extra onderstreept met de woorden: Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van Gods toorn. Een perskuip is in de Schrift vaker beeld voor de voltrekking van Gods toorn. In hoofdstuk 14:17-20 kwam die al ter sprake in een regel rechte verwijzing naar Jes. 63:3. Daar mogen we ook hier aan denken.
Geoogste druiven werden in een perskuip getreden. Men sopte de druiven daarin met de blote voeten stuk en het sap werd opgevangen via een gootje.
Zo zullen de volkeren, de vijanden van God, in de perskuip van zijn toorn gegooid worden. En Christus zelf zal hen daar met zijn voeten fijnstampen.
Opnieuw zeg ik er maar weer bij: ook dit moeten we uiteraard niet letterlijk nemen. Er is weer sprake var) een symbolische uitbeelding van de vernietiging van zijn vijanden door Christus.
Daar loopt de geschiedenis op uit.
Het is voor Gods kinderen belangrijk dat te weten.
Dan volgt de vierde naam van de ruiter op het witte paard: Koning der koningen en Heer der heren. Dat is een naam die zijn majesteit en onbegrensde macht tot uitdrukking brengt.
Schranspartij
Als Johannes die ruiter met zijn ongewapende leger gezien heeft, zwenkt om zo te zeggen de camera en krijgt hij een ander beeld te zien: een engel die op (letterlijk: in) de zon staat. In een visioen is het onmogelijke mogelijk.
Het is een vreemde plaats, zelfs voor een engel, maar toch heel functioneel, want van daar af kan hij zijn taak het best vervullen.
Hij heeft namelijk een boodschap voor de vogels die in het midden van de hemel vliegen. Daarmee worden de echte hoogvliegers bedoeld, niet de vogels die dichtbij de grond blijven, maar de vogels die hoog opstijgen en wel halverwege de zon lijken te komen.
We moeten daarbij denken aan gieren die op grote hoogte rondcirkelen om hun prooi op te sporen. Voor die vogels heeft de engel een boodschap: een uitnodiging voor een geweldige maaltijd, een enorme schranspartij zoals ze nog nooit gehad hebben.
De stem van de engel is zo luid, dat hij ze allemaal bereiken kan. Ze zullen een overvloed aan vlees te verwerken krijgen. En ditmaal is het niet alleen de kleine man die het slachtoffer is maar raakt het ook de machthebbers, de hoge omes en de krachtpatsers.
Vaak weten die de dans te ontspringen en zijn het de onaanzienlijken die het meest te lijden hebben van rampen en catastrofes. Maar deze keer bieden hoge komaf, macht en invloedrijke relaties geen bescherming. Hoog en laag worden zonder onderscheid getroffen.
Want bij God en Christus is er geen aanzien des persoons. Christus kijkt niet naar geld en invloed. Macht, rijkdom en aanzien geven je geen wit voetje bij Hem. Het gaat om de vraag: heb je Hem liefgehad? Heb je voor Hem gekozen in je leven? Heb je Hem gevolgd of het beest? Dat is beslissend.
Beesten
Er komen in Openbaring drie beesten voor, die we voor een goed begrip goed moeten onderscheiden en niet met elkaar verwarren.
In de eerste plaats is er het beest uit de afgrond (11:7), ook wel draak genoemd (12:3,4,7-18). Het heeft zeven koppen en tien horens. In Openb. 12:9 wordt het geïdentificeerd met de satan.
Hetzelfde hoofdstuk vertelt dat hij na de hemelvaart van Christus uit de hemel is gegooid en sindsdien als een razende te keer gaat op de aarde. Dat eerste beest is het beest uit de afgrond, de draak, de satan.
Openb. 13:1vv geeft een beschrijving van het tweede beest, het beest uit de zee. Het vertoont dezelfde trekken als het beest uit de afgrond, want het heeft ook zeven koppen en tien horens. Het is dan ook de belichaming van de draak. Het komt op uit de zee en symboliseert de anti-goddelijke wereldmacht.
Paulus kan in Rom. 13 de antigoddelijke romeinse wereldmacht dienares van God noemen. Maar daarmee heeft de bijbel·niet alles gezegd.
In Openb. 13 wordt dezelfde antigoddelijke wereldmacht getypeerd als een monster dat de belichaming is van de satan. Dat zijn twee totaal verschillende invalshoeken die allebei hun goed recht hebben en die we dan ook niet tegen elkaar moeten uitspelen en wegstrepen. Dat is niet altijd eenvoudig, want voor menselijke begrippen sluiten die twee kanten elkaar uit en is het mogelijk tegelijkertijd dienares van God en incarnatie van de satan te zijn.
Maar volgens de bijbel behoort dat niet tot de onmogelijkheden. In Openbaring ligt uiteraard het accent op het monsterachtige karakter van de Godvijandige staatsmacht.
Vermomming
En dan is er nog een derde beest in Openbaring: het beest uit de aarde.
Dat beest is de spreekbuis van de draak (13:10). Als zodanig is het ook de propagandist voor het beest uit de zee (13:12-17). Het beest uit de aarde zorgt ervoor dat de mensen voor het beest uit de zee door de knieën gaan.
Het wordt dan ook valse profeet genoemd.
Válse profeet, want het heeft twee horens als die van het Lam ..Oppervlakkig gezien zou je kunnen denken dat je bij dit beest aan het goede adres bent, dat je het wel vertrouwen kunt en het met een gerust hart kunt volgen. Maar als je wat nauwkeuriger toekijkt, zie je dat het schijn is. Want het Lam heeft zeven horens (5:6) en dit beest maar twee. Zijn vermomming is verre van volmaakt. En wie door deze maskerade heenkijkt, hoort ook dat het spreekt als de draak (13:11).
Dit beest is - overigens net als de andere - de hele geschiedenis door actief. De religieuze, ideologische en quasi-religieuze 'propagandamachinerie staat nooit stil en mag graag een ogenschijnlijk christelijk sausje gieten over wat ze de mensen aan wil praten. Het is eigenlijk verbijsterend om te zien hoe vaak in de geschiedenis een identificatie van God en eigen machtspolitiek gepropageerd wordt en voor zoete koek geslikt wordt. In onzetijd beschikt het beest uit de aarde over vroeger ongekende propagandamiddelen. Met de moderne communicatiemiddelen, met name de t.v., kan hij de volksmassa's manipuleren.
Dat is een kant van de communicatiemiddelen, waarvan we ons goed bewust moeten blijven.
Geen veldslag
Van deze drie beesten die samen een soort anti-drieëenheid vormen, worden er in de verzen 19 en 20 twee genoemd: het beest uit de zee en het beest uit de aarde, de valse profeet. In hoofdstuk 16 was al vermeld dat door hun toedoen de koningen der gehele wereld gemobiliseerd worden. Het beest uit de zee verzamelt hen op de plaats die genoemd wordt Harmageddon.
De bedoeling daarvan is duidelijk: ze willen met één vernietigende klap voorgoed hun heerschappij vestigen en het Lam uitschakelen. Maar het loopt heel anders dan ze verwachten.
Dat ziet Johannes nu gebeuren. Aan de ene kant ziet hij de ruiter op het witte paard met zijn leger, aan de andere kant de beesten met het ontzagwekkendelegerdatdoorhen is bijeengebracht. Je zou verwachten dat die beide legers elkaar in de haren zouden vliegen en dat er een hevige strijd zou losbranden. Dat wordt dan ook door velen op grond van dit bijbelgedeelte verwacht. En sommigen weten tot in details te vertellen wie er allemaal bij betrokken zullen zijn en hoe de veldslag zal verlopen. Maar wie de tekst nauwkeurig leest, kan alleen maar concluderen dat er helemaal geen sprake is van een veldslag en van een echte oorlog.
De beesten willen wel oorlog voeren maar krijgen er de kans niet voor. Het komt niet tot een daadwerkelijk treffen tussen beide legers. Er wordt niet echt gevochten en geen schot gelost. Alles wat er zoal beweerd wordt over een verbeten strijd bij Harmageddon, berust niet op wat in de tekst staat.
Eén woord slechts
Want wat ziet Johannes? Hij ziet dat het beest uit de zee en het beest uit de aarde worden gegrepen en levend in de poel van vuur geworpen worden.
Het ene moment lopen ze bij wijze van spreken nog brallend te paraderen en krijgshaftige taal uit te slaan. Het volgende moment worden ze zonder dat ze er ook maar iets tegen kunnen uitrichten, Simpelweg gegrepen en in de poel van vuur gegooid. Dan is er ineens voorgoed met hen afgerekend.
Voorgoed. Want de poel van vuur is de tweede dood. Daaruit is geen terugkeer mogelijk. En heel dat imposante leger dat ze bijeengetrommeld hadden, wordt zonder slag of stoot gedood met het zwaard van de ruiter op het witte paard, dat wil zeggen: simpelweg door zijn woord. Er komt helemaal geen veldslag aan te pas. Er worden geen degens gekruist en geen schoten gewisseld. Er klinkt een woord uit de mond van Christus en daar liggen ze allemaal dood op de grond. Niemand hoefde er een vinger voor uit te steken.
Zo ging het ook in Gethsémané. Toen de romeinse soldaten en de tempelpolitie daar aankwamen, trad Jezus op hen toe en vroeg: wie zoeken jullie?
Op hun antwoord: "Jezus" zei Hij: Ik ben het. Op hetzelfde moment deinsden ze achteruit en vielen ze op de grond. Daar liet Jezus hun even voelen hoe machteloos ze met al hun wapens waren. Hij hoefde maar een woord te spreken en daar lagen ze, zonder dat ook maar één klap was uitgedeeld.
Aan iets dergelijks moeten we hier denken. Jezus' machtswoord laat heel dat gigantische leger dood neervallen.
Er blijft er niet één overeind staan. En dat zonder dat er van een reële strijd sprake is. Wie in de tekst leest dat er hevig en verbitterd gevochten zal worden bij Harmageddon, doet ernstig afbreuk aan de overweldigende tekening van Christus' majesteit die hier op ons afkomt. Als Christus verschijnt in majesteit en heerlijkheid, als de Koning der koningen en de Heer der heren, hoeft Hij niet eerst een moeizame strijd te leveren met de vijanden voordat Hij hen onder de knie heeft.
Hij hoeft maar te spreken en het is met hen gedaan.
Harmageddon
Trouwens, we moeten ook hier weer in rekening brengen dat we te maken hebben met een visioen. De plaats waar het gigantische leger van de drie beesten verzameld wordt, heet in Openbaring Harmageddon (16:13,14,16). Maardat is een plaats die niet bestaat en die je dus op geen enkele landkaart kunt vinden.
Het hebreeuwse woord 'har' betekent.
berg. Er staat dus: berg van Magedon.
Maar een berg van die naam bestaat niet. Meestal brengt men Magedon in verband met Megiddo. Daar werden in de tijd van het Oude Testament nog wel eens veldslagen uitgevochten.
Maar het probleem is dat Megiddo in een laagvlakte lag en dat er helemaal geen berg van Megiddo bestaat.
Met andere woorden: we hebben hier niet met een geografische maar met een symbolische aanduiding te maken, zoals bijvoorbeeld ook bij: de stad die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook onze Heer gekruisigd is (11:8). Dat betekent dat het ook niet nodig is te denken aan een daadwerkelijk samentreffen van al die legers op één bepaalde plaats. Dit visioen wil zeggen dat de drie beesten vlak voor Christus' verschijning op het toppunt van hun macht staan. De koningen der hele wereld zullen naar hun pijpen dansen. Ze verbeelden zich dat ze de komst van Gods Koninkrijk definitief kunnen verhinderen. Maar dan verschijnt Christus en blijken ze met al hun macht geen knip voor de neus waard te zijn.
Bemoediging
De eerste lezers van Openbaring werden vervolgd door de vijanden van God. Ze werden in gevangenissen gegooid en ter dood gebracht. In de loop van de geschiedenis gebeurde dat telkens weer. Telkens weer werden kinderen van God het mikpunt en slachtoffer van machten die zich tegen God verzetten. Als al dat geweld over je heen komt, kun je er gemakkelijk onder bedolven raken.
Tot al die christenen zegt dit bijbelgedeelte: verlies de moed niet. Eens gaat de hemel open. Dan verschijnt de Koning der koningen en de Heer der heren en maakt Hij een eind aan al die machten die jullie het leven zuur maken en jullie plat walsen. Dan worden die machten zelf vernietigd en wordt jullie bestaan gaaf en ongeschonden.
Dat is jullie toekomst. Vergeet het niet.
Ook voor ons is het belangrijk dat te beseffen. Weliswaar worden we hier niet vervolgd, maar er zijn genoeg andere dingen die je zwaar onder druk kunnen zetten: ziekte, tegenslagen, verdriet, zorgen, eenzaamheid. Dan is het goed jezelf voor te houden: eens gaan de deuren van de hemel wagenwijd open en verschijnt onze Koning.
Wie weet hoe gauw al.