Voor de kinderen
1992-05-22
Post uit Rwanda- Jaargang 36
- nummer 11
De tand.
"Mamma, wat mag ik eten?" roept Gersom. Hij komt uit school en dan heeft hij honger. "Een wortel", zeg ik "Schil je hem zelf af?" Dat kan Gersom heel goed, hij is zo klaar en neemt een flinke beet.
.Auauauauau" roept hij dan opeens en laat de wortel op de grond vallen.
"Wat is er?" ik schrik en draai me naar hem toe. De tranen lopen over zijn wangen. "Mijn mond, auauau" Hij doet zijn mond wijd open en ik kijk. Ja, bloed. Ik voel aan de tanden, er zit er eentje helemaal los. Nu voelt Gersom het ook. Hij lacht door zijn tranen heen. "Niet erg, zegt hij met een raar stemmetje, er gaat weer een tand uit"
Ja, zo gaat dat als je zes jaar bent, het is al vaker gebeurd. "Mag ik de wortel raspen?" vraagt hij. Het mag en dat is nog leuk werk ook.
Een paar dagen later gaat de tand eruit. Het doet nu helemaal geen pijn, maar het is wel een raar gevoel zo'n gat in je mond en een raar gezicht ook. Gersom wast zijn tand onder de kraan en dan legt hij hem in een grote schelp in de kamer. "Dit is de goeie plek hè?" vraagt hij "Hier vindt de muis hem vannacht wel hè" En dan gaat hij spelen. Gaat dat bij jullie ook zo als je een tand verliest, dat er een verrassing voor in de plaats komt? De volgende morgen staat Gersom al vroeg naast ons bed. "Je bent de muis vergeten" roept hij teleurgesteld. "De muis vergeten?" Ik slaap nog half.
Ach, ja natuurlijk, de tand. "Is de muis niet geweest?" vraag ik. "Nee, jij bent het vergeten." zegt Gersom. "Ik leg de tand weer in de schelp maar vanavond denk je eraan, ja hè" Maar een dag is lang. 's Middags gaat hij nog eens kijken. De tand ligt er nog. Hij neemt hem mee haar buiten waar Yohanni de was van de lijn haalt. "Kijk eens, mijn tand." "Wat ga je ermee doen?"
vraagt Yohannt "In de schelp leggen"
zegt Gersom, "dan haalt een muis hem eruit en legt een beetje geld neer.
"Yohanni kijkt raar. "Echt waar?"
vraagt hij. "Is die muis nooit bij jou geweest?" vraagt Gersom. "Nee, zegt Yohanni, ik zal je zeggen wat ik deed.
Wacht even, blijf stil staan." Hij pakt Gersom bij de arm en draait hem een beetje rond. "Kijk daar, zie je dat vogeltje?"
Ja, daar in het gras zit een mooi vogeltje met witte en zwarte strepen. Zijn staart wipt de hele tijd op en neer. "Dat is inyamanza" fluistert Yohanni "Dat is een bijzondere vogel.
Als een vrouw hem dood maakt krijgt ze nooit kinderen. En je kunt er ook je tand naar toe gooien,heb ik gedaan met mijn tanden. Je moet er een versje bij zeggen. Even denken hoe het ging. Ja, zo: Inyamanza hier heb je mijn tandje, mijn mooie tandje, neem het en geef me net zo'n mooi tandje weer. Dat zing je en dan gooi je je tand. Probeer maar" Gersom aarzelt.
Hij houdt zijn tand stijf in de hand. Dan schudt hij zijn hoofd. "Hoe kan dat nou, zegt hij dan, hoe kan zo'n vogel je een nieuwe tand geven?" Yohanni haalt de schouders op. "Dat weet ik ook niet, maar hoe kan een muis je nou geld geven?" "Die muis is mijn moeder." zegt Gersom. "Is jouw moeder een muis?" Yohanni lacht. Gersom lacht ook. Dan legt hij de tand weer in de schelp en de volgende dag is hij weg en er ligt een geldstukje voor in de plaats. In de tuin wipt het vogeltje rond en zingt een liedje. Maar of het over een tand gaat, dat weet ik niet, want ik versta geen vogeltjestaal.