Terloops
1992-05-22
Dagboek van een coup III(slot)- Jaargang 36
- nummer 11
18oktober: Vandaag belde Veronique.
Haar man werkt voor een grote Amerikaanse organisatie. Alle vrouwen en kinderen worden zondag geëvacueerd.
Bil kwam thuis met een brief waar we heen moeten met onze bagage wanneer fase 3 (evacuatie) uitgeroepen wordt.
Bovendien is hij nu naar zijn chef voor een 'vergadering'. Ongetwijfeld gaat dat hierover. Misschien moeten wij ook wel weg en blijft Bil nog. Geen leuk vooruitzicht, maar als het aangeraden wordt, zullen we vertrekken. We hadden volgens de lijst 400 dollar in travelIers cheques moeten hebben. Die wilden we gaan kopen, maar deze week is het niet gelukt. Van de weersomstuit heb ik zojuist een lijst gemaakt van wat we mee moeten nemen als we verkast gaan worden en wat we moeten doen (gas afsluiten, ramen dicht, tuinmeubelen naar binnen, brief voor huisbaas enz.) Net nu het huis er leuk uitziet zouden we weg moeten. Even afwachten.
De afgelopen week was het gelukkig wat frisser, maar vandaag ... poeh! Het is nu 9 uur 's avonds en nog 29 graden.
We moeten inderdaad weg en wel overmorgen.
We gaan naar de Dominicaanse Republiek (ander deel van het eiland) en niemand weet voor hoe lang.
Het huilen staat me nader dan het lachen.
We zijn net gewend en nu moeten we weer weg. En wat vinden we als we terug komen? Wat moeten we meenemen?
We mogen zelfs direct door naar Nederland, maar we hebben besloten om dat niet te doen. Voor je dan weer terug kunt! Arme Bakari (onze kleinzoon van toen bijna 2 jaar). Het gaat lekker met.hem, wordt niet meer zo gauw boos en niet meer zo snel jaloers op zijn zusje. Voor hem is het misschien wel het moeilijkst. We nemen wel zijn fietsje mee...
19 oktober: We gaan straks pakken.
Mensen vluchten' sinds een paar dagen naar het platteland. Soldaten gaan hen achterna, zodat ze hun slachtpartijen nu .op het platteland kunnen voortzetten.
Wat een land! Bil vergelijkt de Haïtiaan met iemand die in de modder wegzakt, maar zelfs de uitgestoken hand om hem er uit te trekken niet aanpakt. Iedereen is lamgeslagen. Veel Amerikanen zijn al vertrokken en steeds meer mensen denken erover om dat ook te doen.
Aan de slag maar. Speelgoed verzamelen en stapeltjes maken. Eén koffer is gepakt.
Gilles (een collega van onze schoon zoon) kwam zojuist met Bil mee om onze auto naar het gebouw van de OMS te rijden. Volgens BiI's chef zijn de auto's daar het veiligst. Gilles was geschokt toen hij tanks over de Route des Frères (een hoofdstraat vlakbij) zag rijden. Afgelopen week heeft Bil dat wel vaker gezien.
20 oktober: Twee koffers zijn dicht. De derde staat te wachten op de restjes.
Haren wassen, nog even de vloer dweilen en dan 'op vakantie'. Zo heet het voor Bakari. Het is raar. Wij worden geëvacueerd en in Nederland viert een vriendje van Bakari vandaag zijn verjaardag.
De wereld zit raar in elkaar.
Vooral Haïti. Het is zover. Op weg! Hoe zullen we ons huis terugvinden?
22 oktober: We zitten in een hotel in de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek.
We lazen in een engelstalige krant, dat Dominicaanse vrouwen uit Haïti zijn gevlucht nadat ze verkracht waren door Haïtiaanse militairen. Een vrouw, die in een nachtclub werkte, werd door 15 soldaten verkracht, nadat ze haar chef voor haar ogen hadden vermoord. De vrouwen vertelden, dat de militairen overal naar binnen drongen, stalen wat hen voor de vingers kwam, de boel kort en klein sloegen, de bewoners mishandelden en weer vertrokken.
3 november: De 4000 Amerikanen, die in Haïti wonen, zijn allen vertrokken. Ik heb met de Nederlandse consul gebeld en hij denkt, dat Aristide (de verdreven president) wel terug zal komen, maar hij voorziet enorme uitbarstingen. De militairen doden en plunderen nog steeds.
7 november: We lazen in een krant, dat er voor de Amerikaanse ambassade in Port-au-Prince gedemonstreerd is tegen inmenging in een binnenlands conflict.
De demonstranten kregen 5 Haïtiaanse dollars (ca. f 7,-) betaald als ze meededen.
16 november: Bilali gaat een aantal weken op reis, congressen bezoeken. Ik heb besloten met de kinderen naar Nederland te gaan. Wie had dat nu voor mogelijk gehouden? Ik verwachtte, dat ik het in Haïti misschien wel erg saai zou vinden. En dan krijg je zo'n avontuur op je nek. Als vluchteling terug naar Nederland.
Nee, het voelt niet als vakantie.
En zo zaten we op 20 november, 's avonds half 12, met z'n drieën bij ons thuis te praten, precies drie maanden nadat we op het vliegveld van Port-au-Prince uit het vliegtuig kwamen.
In Psalm 103 (berijmd) staat: "Maar 's Heren gunst zal over wie Hem vrezen in eeuwigheid altijd dezelfde wezen". Dat mogen we geloven. En die gunst mogen we ervaren. Maar als je in de moeiten zit en aan het schrijven gaat, is het vaak wel moeilijk om dat hardop te zeggen of neer te schrijven. En hoeveel mensen zullen het heel zachtjes doen? Maar de lof blijft en de gunst van de Heer is er!