Is geloven een vlucht?
1992-06-05
"Toen kwam hij tot zichzelf." Dat kleine zinnetje vind ik één van de mooiste woorden uit de hele bijbel.- Jaargang 36
- nummer 12
Het zet voor mij alles in een ander licht, want het betekent dat tot geloof komen niet samen valt met vluchten, een beetje irreëel mens worden; maar integendeel: wie tot geloof komt dringt pas goed tot zichzelf door: wordt wie hij is, houdt op met vluchten, wordt reëel.
Hoe kom ik erbij om dit kleine zinnetje uit de gelijkenis van de verloren zoon zoveel aandacht te geven? Dat komt omdat mij één gesprek nog vers in het geheugen ligt. Het was met een studente medicijnen - een beetje meegesleept naar ons huis door een broer die haar had gezegd: je komt er alléén niet uit - je moet hulp vragen. Beiden' zijn geboren en getogen in een gezin dat ver van het christendom afstaat.
Hij is tot geloof gekomen - zij niet.
Toen ik met haar ging praten had zij eigenlijk maar één enorm vooroordeel tegen het christelijk geloof en dat is: geloven is voor de zwakken. Als je beschadigd bent, een zwakke persoonlijkheid hebt, of het harde leven niet zelf aankunt - dan ben je rijp voor het geloof. Ga maar willekeurig welke grote kerk in de stad binnen - je vindt er wat vrouwen en wat kinderen, wat bejaarden - maar de sterke, gezonde mensen die zin hebben in het levendie mensen die surfen, die een BMW hebben, die weten van wanten en ondernemingsdrang in hun lijf hebben, die hebben zo'n geloof niet nodig - die redden zichzelf wel.
Kruk voor zwakken?
Dit bezwaar is heel wijd verbreid en één van de voornaamste problemen voor een niet-christen om tot geloof te komen. Het evangelie is een kruk voor de zwakken, een escape voor wie het harde leven niet aankunnen. Wat moeten wij met dit bezwaar? Geeft de bijbel zelf geen aanleiding om dat zo te geloven? Ik denk dan juist aan die bekende gelijkenis van de verloren zoon. Die kent ook iedere buitenkerkelijke - maar hij of zij denkt: daar heb je nu weer zo'n voorbeeld van een man die zielig in de goot terecht komt - ja en dan als hij het zelf helemaal niet meer aan kan dan is daar de religie, als 'py in the sky' - als opium voor het volk - dat helpt hem er door. Op het eerste oog lijkt dat ook waar. Want wij lezen hoe de jongste zoon in de gelijkenis zich pas bekeert als hij diep in de ellende terecht gekomen is. Voor Joden is dat het diepste dieptepunt als je je maag moet vullen met groenteafval dat voor de vàrkens is gegooidja als zelfs dat je nog niet gegund is.
Heimelijk vult hij zijn mond ermee als niemand kijkt. Dàn - ja dàn ineens- (zegt of denkt een niet-christen) vlucht hij in religie: het Vader-huis - en wordt er ontroerend binnengehaald.
Of juist jezelf vinden?
Maar nu het bijzondere. Er staat niet in de gelijkenis in het midden bij de wending in vs. 17: en toen hij midden in de misère zat, toen kon hij het leven niet meer aan en vluchtte naar God. Er staat dan het bijzondere zinnetjetöen, tussen de zwijnen - toen alles hem bij de handen was afgebroken, kwam hij tot zichzelf: Weet u waar dat een uitdrukking voor is? Eigenlijk voor wakker worden. Uit verdoving ontwaken.
Ineens weer tot de ware wereld terugkeren. Toen ineens brak de waarheid door van wat hij al die tijd verdrongen had. Het was hem alsof hij uit een diepe verdoving wakker werd.
Freud, Marx, Nietzsche, al die leraars van het ongeloof van onze tijd zeggen, een gelovig mens droomt, leeft irreëel, vertrouwt zich toe aan een illusie. Kijk maar naar die verloren zoon, ineens vlucht hij in een waanwerkelijkheid als de nood te zwaar wordt. Hij was wakker en realist, maar nu gaat hij dromen, nu zweeft hij weg. Jezus keert het hier precies om: Hij zegt: de man was op de vlucht, leefde in een roes, nu ontwaakt hij - ineens ziet hij hoe dat flinke stoere uitgaansleven een roes was, ineens dringt de ware werkelijkheid tot hem door: ik heb alles wat mijn vader me gaf verspeeld. Hij wordt wakker uit de droom. Tot dat moment toe had hij gedroomd, in een irreële wereld geleefd, was hij zichzelf niet geweest - nu ineens nu God hem alles afpakt, nu ineens beseft hij de waarheid van zijn eigen leven.
Spiegel
Hier raak ik de kern van het bijbels evangelie. Het leert ons als in een spiegel ons ware gelaat ontdekken. De bijbel is als de bril die ons de werkelijkheid doet kennen zoals ze is. Het vervreemdt ons niet van de werkelijkheid, maar laat ons die pas zien. Zolang de boerenzoon achter de vrouwen aanjoeg (zó zijn broer!) leefde hij irreëel, onwaar, niet echt. Zolang hij zijn geld gebruikte puur voor genot en plezier; toèn was hij op de vlucht. Zolang hij eigenlijk alleen maar gelukkig was als hij vrienden had die hem aanbeden, applaudisseerden en bewonderden - de bijbel zegt: toen leefde hij in een schijnwereld.
Pinksteren
Nu stort heel zijn schijnwereld in elkaar, geen vriend meer die hem bewondert, geld is op, vrouwen lopen om hem heen, hij is uitgeblust, de droom is over, de droom die het godloze leven uiteindelijk is. Die droom is verstoord.
Zonder God, geen zin, geen oorsprong, geen toekomst, geen spil.
Wat een genade, mag je zeggen dat God in zijn goedheid dromen doorprikt.
En ineens mensen tot zichzelf doet komen. Dat doet Hij door Zijn Woord en Geest. Is dat nu niet het wonder van Pinksteren? Dat de Geest de roes doorbreekt en dromen doorprikt?
Zodat wij gaan zeggen: "Ik ga terug naar God - want ik heb mijn doel gemist, mijn leven verspeeld.
Ik zal tegen hem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u - ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
Zonde dat is maar niet een incident in ons leven - eens een leugentje om bestwil zeggen en een suikerklontje stelen - zonde is: niet wezen wie je eigenlijk bent. Dat is zonde - een schijnleven leiden, rondom de totempaal dansen van die drie machtensex, mammon, roem.
De gelijkenis van de verloren zoon is ten diepste de geschiedenis van Adam en Eva. Als Adam gezondigd heeft en van de boom heeft geplukt, afdwaalt, is het eerste wat God doet als Hij tot hem komt: vragen: Adam, waar ben je?
Niet: Wat heb je gedaan?, maar waar ben je?!! Zó is God. Hij zoekt u. Hij zoekt mij. En omkeren naar Hem betekent niet in een irreële droomwereld gaan leven, maar een irreële schijnwereld achter mij laten. Dat is na Pinksteren de kern van Gods werk in de wereld.