Ouderlingenconferentie 1992
1992-06-05
Op een warme zaterdag (23 mei) luisterden ongeveer 70 mensen in de Utrechtse Jeruzalemkerk naar 2 inleidingen met als thema: ethische vragen.- Jaargang 36
- nummer 12
Wie naar Utrecht was gekomen, om nu eindelijk eens precies te leren hoe een kerke raad moet handelen in kwesties als ongehuwd samenwonen, echtscheiding, homofiele relaties of medische ethiek, kwam bedrogen uit. De beide inleiders lieten zich niet verleiden tot het voorschrijven van allerlei gedetailleerde regels. Kwamen die bezoekers dus voor niets? Nee, want op deze konferentie ging het over heel wezenlijke zaken waar iedere ambtsdrager mee te maken krijgt. Daarom was het jammer dat de opkomst dit jaar wat tegen viel. De wegblijvers hebben een kans gemist om met elkaar te oefenen in het leven met en uit de Bijbel'.
Graniet en witte kalk
Ds. G. van den Brink uit Veenendaal (emeritus-predikant van de kerk van Rotterdam-Overschie) nam als uitgangspunt voor zijn betoog o.a. een tekst uit Efeze 5: "tracht te verstaan, wat de wil des Heren is". Paulus spreekt in dit verband in wezen van: taxeren, examineren. Het ligt dus lang niet altijd in de lijn van de Bijbel om een gedetailleerd antwoord te geven omtrent Gods wil. Gaf de eerste inleider daarmee groen licht voor allerlei 'moderne' opvattingen? Hoort het bij de christelijke vrijheid dat alles kan en alles mag? Nee, allerminst! In hoofdlijnen liggen de zaken eenvoudig. De Bijbel geeft Gods Woord met een enorme autoriteit door: hoe we als christenen moeten wandelen. Niet voor niets werden de 10 geboden door de Here zelf in graniet gegraveerd. Ds. Van den Brink pleitte er in dit verband voor om iedere zondag te 10 geboden te blijven lezen in de kerkdienst. "Door de televisie worden we bestookt met een bombardement van leugens. Je ziet zoveel op de TV dat strijdig is met alle 10 geboden, dat het ook voor christenen gewoon wordt. Onder dat bombardement gaat de moraal van veel christenen ten onder".
De 10 geboden zijn in graniet gegraveerd.
De inzettingen en verordeningen werden in natte kalk geschreven en waren dus minder 'hard'. Deze toepassingen van de wet moesten passen in de situatle. Dat vraagt om goed luisteren, zorgvuldig onderzoeken en zoeken naar wat in déze situatie de Here welbehaaglijk is (Efeze 5 : 10). Jezus geeft ons nooit tot in detail regels. Dat zou in strijd zijn met de vaderlijke opvoeding tot volwassenheid.
Aan de hand van collegedikaten van wijlen Prof. dr. B. Holwerda, aangrijpende beschrijvingen uit het leven van Mr. Dr. Willem van den Bergh en van de chinese predikant Watchman Nee lichtte Ds. Van den Brink deze houding verder toe. We moeten zelf steeds weer door de poort van verootmoediging en schuldbelijdenis. Ons lichaam is van Christus, we mogen het niet op een niet bij Hem passende manier misbruiken. Prediking en pastoraat moeten zich in de eerste plaats richten op de kwaliteit van ons christen-zijn. Dan komen er wezenlijke vragen an de orde. Hoe zou Jezus nu gehandeld hebben? Sta ik in dienst van Jezus en train ik mezelf daarin?
Hoe zit het met mijn uitgaven, met mijn relatie tot andere mensen, met mijn levensstijl? Er is in de Bijbel steeds sprake van absolute ernst en van grote barmhartigheid (zelfs geen vrouw aanzien om haar te begeren en tóch werd de samaritaanse vrouw, die des doods schuldig was, niet door Jezus veroordeeld). "In het pastoraat moeten we onderscheiden tussen de norm (strikt en streng) en het pastoraat onder de overtreders ervan (barmhartig en ziende op onszelf).
Jezus was immers niet gekomen om te veroordelen, maar om te behouden".
De plaats van de ethiek
De tweede spreker was Drs. G.L. Born, christelijk gereformeerd (Ieger-) predikant uit Amersfoort. Hij konstateerde dat er sprake is van een hausse aan aandacht voor ethische vragen.
Doordat er veel verandert, zoeken mensen weer houvast. Er worden dan ook veel vragen gesteld over de christelijke levensstijl, zowel in evangelische kring als in de reformatorische kerken. De verleiding kan dan groot zijn om tot in detail regels te gaan voorschrijven. Zo zijn er kerken waar men zegt dat christenen niet mogen roken. Iedereen die wél rookt wordt vervolgens niet meer als christen gezien.
Daarmee overschatten we onze gehoorzaamheid. Zijn we wel zo goed dat we dat allemaal precies weten? Op deze manier ontstaat er een ideologie en wordt iedereen die anders denkt verketterd. Dat leidt tot enorme konflikten binnen de kerken. Het is de situatie waar Paulus de Galaten op aanspreekt.
Horen naar het gebod van God mag niet leiden tot zelfverzekerdheid, maar moet leiden tot afhankelijkheid ("Onze zondige aard steeds beter leren kennen en God bidden om de genade van de Heilige Geest", HeideIbergse Cathechismus).
We zijn - aldus drs. Born - steeds weer geneigd om van de verkeerde kant te beginnen. Denk bv. aan de diskussies over het ongehuwd samenwonen.
We passen soms maatregelen toe, voordat we wezenlijke zaken aan de orde stellen. Eerst moet je het kruis van Christus in kaart brengen. Wat vraagt de Here van ons in onze relaties?
De band met Jezus is daarin de toetssteen. "Ethiek is dus niet de eerste, maar de laatste toetssteen voor het christelijke leven. Maar de manier waarop we leven is wél erg belangrijk.
Ethiek heeft alles met ons belijden en ons leven als christen te maken, maar de ethiek is niet alles!"
Ongehuwd samenwonend ... en dan?
's Middags was er een diskussie met de inleiders, onder leiding van de heer P. Wassenaar uit Rotterdam. De eerste vraag ging al direkt over het ongehuwd samenwonen. "Kan de kerk een huwelijksbevestiging onthouden aan hen die daarom vragen?" Ds. Van den Brink: "Er zijn situaties waarin de kerkeraad moet weigeren. Dan gaat het om zonden die niet beleden zijn en waarmee niet wordt gebroken. Ik zou ook als predikant moeten weigeren, in Naam van mijn Zender. De vraag is wel: waarom weiger je? Soms is de kerkeraad alleen maar bang: wat zuIlen ze (= de gemeente) ervan zeggen?
Daarmee stopt men het licht van Gods liefde onder de korenmaat. Centraal moeten de wezenlijke vragen staan.
Zoals Christus trouw is aan Zijn gemeente, zo moet ook een echtpaar trouw aan elkaar en aan Christus beloven.
Het is een ondubbelzinnig ja zeggen tegen elkaar en tegen God, ten overstaan van de gemeente. Wanneer een stel graag in de kerk wil trouwen omdat dat nu eenmaal zo leuk staat, dan is dat gevaarlijk, het is (zeker in onze individualistische tijd) spelen met vuur. Van het wezen van de kerkelijke huwelijksbevestiging heeft men dan niets begrepen. Een predikant die voorgaat in zo'n dienst maakt van zichzelf een conférencier.
Meer aandacht voor wezenlijke zaken
Ook Ds. Born benadrukte de motieven van het aanstaande echtpaar. Je belooft elkaar (publiek!) trouw, omdat Christus ons heeft liefgehad. Dat betekent dat je elkaar ook beschermt in kwade dagen. Over die vragen zal heel indringend moeten worden gesproken.
Volgens Ds. Born is het voordeel van deze tijd dat men weer meer gaat nadenken over deze wezenlijke zaken. Vroeger versmalde men de diskussie vaak tot het sexuele aspekt.
Dan moest er schuld worden beleden als men 'moest' trouwen. Er was ook veel sprake van 'geniepig' samenwonen: op het oog leefde men netjes, men hield bv. twee kamers aan. De openheid van deze tijd dwingt ons om met de echt wezenlijke zaken naar voren te komen.
Intermezzo: prof. Kuitert
De beide inleiders hadden in hun lezingen publikaties van prof.dr. H.M. Kuitert genoemd. Kan dat nu zomaar?
Zelfs in 'Opbouw' verschenen al 4 positief-kritische artikelen over zijn nieuwste boek. Vroeger hoorden we heel andere geluiden. Valt het toch mee met de visie van deze hoogleraar of zijn we zelf zo aan het veranderen?
Volgens drs. Born kun je niet om Kuitert heen. Hij formuleert scherp en weet precies waar het over gaat. We citeren te gemakkelijk gewoon de belijdenisgeschriften, zonder er voldoende bij na te denken. Kuitert dwingt je ertoe om verantwoording af te leggen van je keuzen. Dat moet eigenlijk voortdurend gebeuren binnen de gereformeerde theologie.
Ds. Van den Brink noemde opnieuw de colleges bij Prof. B. Holwerda, die graag verwees naar kritische theologen, omdat zij de gereformeerde theologie tot op de bodem doorzien en ons kunnen attenderen op onze fouten.
Toch wees hij ook op grote gevaren in de publikaties van prof. Kuitert. Zo viel het Ds. Van den Brink steeds weer op hoe optimistisch Kuitert denkt over de mens en hoe afwezig het werk van de Satan in zijn publikaties is. En verder: "Ik ben geschokt door zijn afweer tegen de uniciteit van de Schrift. Het gevaar zit erin dat je Jezus dan niet meer als uniek ziet. Wanneer Jezus niet meer uniek is, kun je het christelijk geloof met het jodendom en de Islam op één hoop gooien. En dat terwijl er wezenlijke, onoverbrugbare, verschillen tussen deze godsdiensten bestaan.".
Kerkelijke tucht
Een andere vraag ging over de kerkelijke tucht. Daar hoor je toch weinig meer over? Dat klopt, aldus de beide inleiders, want de officiële 'juridische' tucht (in 3 trappen) wordt weinig meer toegepast. Het instrument van de tuchtoefening is bot geworden. Wie op deze wijze vermaand wordt, stapt gewoon over naar een andere kerk of verdwijnt buiten de kerk (de tucht in deze vorm lijkt dus alleen te kunnen bestaan als er kerkelijke eenheid is).
Het wezenlijke van de tucht is: het trekken naar Christus. Wanneer we moeten vermanen (dat gebeurt wei!), moet ons vermaan geladen zijn met de liefde van Christus om mensen te behouden.
Overigens heeft (volgens ds. Born) het niet funktioneren van de tucht ook te maken met de wijze waarop we gemeente zijn. Er is in onze gemeenten weinig om jaloers op te zijn, dus stap je er ook gemakkelijker uit.
Een gezonde gemeente
Een volgende vraag ging over een kerkeraad die misschien wel wil, maar niet durft te handelen, waardoor de levensheiliging in het gedrang komt.
Eerder werd gesproken over een gemeente die streng is en een kerkeraad die daardoor niet barmhartig durft te zijn, maar het kan toch ook omgekeerd?
In het klimaat in de gemeente moet dan alles maar kunnen, en wee de kerkeraad die toch vermaant.. .. "In zo'n situatie is die gemeente slap en dus in wezen onbarmhartig. Een gemeente moet gezond zijn. Geef dus niet de indruk dat alles maar kan. Wie als gemeente Gods geboden verwerpt werpt ook een smet op die gemeente en daarmee op Christus", aldus Ds. Van den Brink.
Eens maar nooit weer?
"Een vrouw is gescheiden, haar huwelijk was helemaal vastgelopen, er was geen ander in het spel. Na een lange periode van alleen-zijn ontmoet ze een ander. Ze wil graag met hem trouwen.
Ze vindt ook dat dit huwelijk samen met God begonnen moet worden. Hoe moet de gemeente handelen?" Dat was een vraag die Ds. Van den Brink stelde. Moet deze zuster dan toch onder censuur worden geplaatst?
Gaan we tegen Paulus (en tegen de Schrift) in als we een nieuw huwelijk toestaan? Is onze strengheid in deze situatie nog wel in overeenstemming met onze opdracht tot christelijke barmhartigheid? Want: achter de zonde zit ook vaak zondenood. Hoeveel heeft onze zuster geleden onder de scheiding? Jezus wist bij de sarnaritaa: nse vrouw precies wat er aan de hand was. Hij verdoezelde geen fouten, wist dat ze gestenigd moest worden, maar hij was ook door en door barmhartig. Als Paulus zegt dat iemand die gescheiden is niet meer mag trouwen, is dat geen regel uit een spoorboekje. Daar waar sprake is van bekering, is het evangelie barmhartig.
Is dit een vrijbrief voor een leven zonder normen? Nee, absoluut niet! Er zijn zonden die een predikant of kerkeraad niet mag laten voortbestaan. Het zwaard van de Geest moet dan gehanteerd worden. Je moet dan wel zeggen: dit is zó ernstig, er is sprake van zo'n volharding in de zonde, we moeten (bv.) deze broeder van het Avondmaal afhouden.
Kennis verzamelen
In veel kerken spelen dezelfde ethische vragen. Bijna iedere gemeente wordt bv. met ongehuwd samenwonen gekonfronteerd. Hoe kun je nu van elkaar leren? Ds. Van den Brink: "Zoek elkaar op, bid samen, lees samen, ook buiten je eigen gemeente.
Attendeer elkaar op goede boeken en publikaties. Maak gebruik van elkaars wijsheid" (Opmerking uit de zaal: "Daar kun je ook een regiovergadering voor gebruiken").
Dl. Born merkte op dat er sprake is van een enorm tekort aan kennis.
"Schoolkinderen laten Paulus en Sara met elkaar trouwen. We moeten van jongsafaan leren Gods Woord in te ademen. Samen moeten we oefenen in het leven met en uit de Bijbel".
Aanvaard elkaar
Er zijn mensen die zich echt bekeren en die tóch niet aanvaard worden door de gemeente. Ds. Born: "We zijn een 'midden-klasse kerk geworden'. Daar horen fatsoensregels bij. Zonde is onfatsoenlijk. Met onze fatsoensregels kan God redelijk overweg, Hij mag redelijk tevreden over ons zijn (denken we dan). In datzelfde klimaat passen ook de roddels. En dan kan een meisje het een generatie later nóg op haar brood krijgen dat haar vader NSB'er was ..."
Een christelijke gemeente hoort heel anders te funktioneren. Een predikant moet preken over de rechtvaardiging van de goddelozen. In dat kader past een voorbeeld dat Ds. Van den Brink in zijn inleiding gaf: Willem van den Bergh die met zijn gezin eerst ging vasten om zich voor God te verootmoedigen toen in zijn gemeente een bepaalde zonde aan het licht was gekomen.
Een christelijke gemeente moet leven vanuit de vergeving. Christus betoonde ons immers barmhartigheid aan ons, zelfs voordat we ons bekeerden. Maar het blijkt in de praktijk soms wel erg moeilijk voor de gemeente om volgens dat evangelie te handelen ....
Strengheid en barmhartigheid
Was de boodschap van de ouderlingenconferentie nu dat er geen normen meer zijn? Moet iedereen het maar zelf uitzoeken? Uit het verloop van de inleidingen en de diskussie mag duidelijk zijn dat normen wezenlijk zijn voor ons funktioneren als christenen.
Ds. Born verwees in dit verband naar een tekst uit Exodus 34: "God houdt de schuldigen niet onschuldig". Een gemeente waar alles maar kan, gaat dan ook kapot aan die normloosheid.
We hebben echter steeds weer de neiging om strengheid en barmhartigheid tegen elkaar uit te spelen. Je bent streng óf je bent barmhartig. Strengheid en heiligheid worden echter in de naam van de Here (Exodus 34 vers 6 en 7) in één adem genoemd met barmhartigheid en trouw. Dat was dan ook de boodschap van deze ouderlingenconferentie.
Wie verwacht had, precies te weten te komen hoe hij moest handelen, kwam bedrogen uit. Hij kreeg wel een andere, heel wezenlijke boodschap mee naar huis. Bepalend voor onze houding moet het hart van het evangelie zijn: tracht te verstaan wat de wil van de Here is.
1) De volledige tekst van de lezingen van de beide predikanten op de ouderlingenkonferentie wordt geplaatst in de komende nummers van 'Opbouw'. In dit nummer vindt u een impressie uit de beide lezingen.