Tussen kerk en keuken
1992-06-05
Zegeningen "Mam ... Mag ik al naar school," riep Reinier, onze jongste onder aan de trap.- Jaargang 36
- nummer 12
"Is het dan al acht uur," riep ik terug terwijl ik naar mijn horloge grabbelde.
"Nog niet, maar wat maken die vijf minuten nu uit,"sputterde hij.
"Dat moet je 's avonds zeggen, als je naar bed moet. Heb je je tanden al gepoetst... Je meester zal wel denken dat we je kwijt willen als je altijd zo vroeg op school komt." zei ik in éen adem.
Reinier was niet onder de indruk. Hij pakte een tandenborstel en kneep een enorme streep tandpasta op de bovenkant.
Hij demonstreert zijn goede wil vaak in een overmaat aan grondstoffen.
Als hij af moet wassen gaat er geen lepeltje in het water, zoals de reclameboodschap aangeeft als noodzakelijk, maar een halve fles, zodat hij echt 'in de wolken' borden schoon staat te roeren.
Met zijn tanden gaat het op de zelfde manier.
"Meester denkt niets. En ik ga fijn met de Russen spelen." zei hij schuimend zonnig. "Wat bof ik toch hé... dat ik Russische vriendjes heb."
"Buitengewoon," stemde ik in.
Op de lagere school waar hij dagelijks naar toe gaat, bivakkeert een groep kinderen uit Rusland. Ze komen uit de buurt van Tsjernobyl en verblijven voor zes weken in Nederland om de straling kwijt te raken. Hoe dat medisch precies zit weet ik niet, maar ik neem het onmiddellijk aan.
In school is de aula ingericht voor de kinderen, zodat ze van hun onderwijzer gewoon les kunnen krijgen. Verschillende evangelische kerken in Alkmaar werken samen met dit project en hun gemeenteleden bieden onderdak aan de kinderen.
Na een dag op school waren de eerste contacten met Hollandse kinderen gelegd. Via het knikkeren, dat op het ogenblik tot nationaal spel is verheven, kwam het verkeer tot stand. Niet dat de Russische kinderen knikkers bezaten. Ze hebben amper kleren, laat staan knikkers. Het enige waar ze zakken vol van hebben, zijn blikachtige speldjes. Ze zijn er bijzonder gul mee. Toen de Hollandse kinderen grootmoedig hun knikkers kado deden, zodat er gespeeld kon worden, boden de Russische kinderen stralend hun speldjes aan. Na een aanvankelijke houding van "Ach joh, dat hoeft niet"
ontstond er een levendige ruilhandel.
Op gegeven moment kwam Reinier thuis met een borst vol blik. Hij leek precies op een oorlogsveteraan, die in vol ornaat naar een rëunie gaat. Hij liep er zelfs statig van.
Na een paar dagen had hij een hechte vriendschap gesloten met een paar jongens en aan tafel gaat het, naast Dirk, Herman en Paultje nu over Iwan en Pavel.
"Kun je een beetje met ze praten."
vroeg Janneke vorige week.
,,0, ja hoor. Je moet niet nee, maar Njet tegen ze zeggen." zei Reinier, "en je moet veel wijzen. Dan wijzen zij weer opzichzelf en dan weet je wat ze bedoelen.
Ze zijn niet slap ook hoor, die aangestraalde kinderen. Goeie! Iwan duwde Paultje zo omver."
"Toe maar. Geweldig," prees Janneke.
"Maar gelukkig is Iwan mijn vriendje.
Wat bof ik weer hé?" zuchtte Reinier.
Reinier telt zijn zegeningen.
Hij noemt het alleen boffen. Zo boft hij dat hij grote broers en een zusje heeft.
En dat hij een vriendje heeft, dat maar vijf huizen verder woont. En dat Russische vriendjes heeft.
Hij gaat zingend naar school en komt zingend weer thuis.
Wat een bof hé? Zo'n jongetje!