Het K. Schilder-symposium in Kampen

1991-01-04
  • Jaargang 35
  • nummer 1
Op 19 december was het honderd jaar geleden dat Prot.Dr. K. Schilder in Kampen geboren werd.
"Wat Willem van Oranje voor Nederland is, is Prof. Schilder voor de vrijgemaakt gereformeerde kerken" stond op 15 december in Trouw te lezen.
De herdenking van het leven en werken van deze grote theoloog is niet tot de kerken uit de vrijmaking voortgekomen beperkt gebleven.
Zo is er in april van dit jaar aan de Vrije Universiteit een symposium aan K. Schilder gewijd, waarop uit de grote belangstelling uit allerlei kerken bleek, hoezeer Schilder in zijn dagen de geesten geboeid heeft met zijn grote gaven.
Er waren in Amsterdam liefst achttien sprekers, die een referaat van tien minuten hielden, zodat er ruim drie uur over allerlei facetten van het werk van Schilder is gesproken. Alleen bij de laatste sprekers bleek dat drie uur wel iets te veel van het goede was.
Aangezien K. Schilder hoogleraar was aan de Theologische Hogeschool in Kampen, lag het in de lijn van de verwachtingen dat hier niet minder aandacht zou worden gegeven aan de herdenking van Schilders geboortedag dan in Amsterdam, te meer vanwege de verhouding: V.U. - Kampen in de strijd van de vrijmaking.
In het Nederl. Dagblad was te lezen dat op 12 december in Kampen ook een symposium aan K. Schilder is gewijd, dat weliswaar een vrijgemaakt stempel droeg, maar waar ook anderen welkom waren.
Onç:lerde sprekers waren twee hoogleraren uit de Christ. Geref. Kerken .: Een collega uit de Geret. Kerken (s), die zich had aangemeld, vertelde me dat zijn komst naar Kampen zeer op prijs werd gesteld.
Het geheel maakte de indruk dat de organisatoren het typisch vrijgemaakt isolement wilden doorbreken.
Het is mogelijk dat daarbij ook aan onze kerken, die immers uit de vrijmaking voortkomen, is gedacht.
Met de toenadering van vrijgemaakte zijde, die ik hier en daar meen te bespeuren moeten we blij zijn, maar het geeft de meesten onder ons nog niet de vrijmoedigheid om in Kampen samen een herdenking van K. Schilder te houden.
In het dit jaar verschenen boekje van W.G. de Vries wordt K. Schilder nog tegen ons in het geweer gebracht.
Stel u voor dat we daarover aan het bakkeleien zouden slaan, dat mag toch niet bij zo'n gelegenheid.
Maar dit is het enige niet.
Er zijn nogal wat predikanten in onze kerken die hun opleiding in Kampen hebben gehad en oud-leerlingen zijn van K. Schilder. Zelf ben ik maar weinig in Kampen geweest, omdat ik in de avonduren moest studeren, maar voldoende, om te weten dat het verblijf in de stad en de studie aan de school, de omgang met hoogleraren en medestudenten onvergetelijk zijn.
Niet alleen in het hart van Schilders oud-leerlingen, maar ook in dat van veel gemeente-leden had de theologische hogeschool een bijzondere plaats.
Na de vrijmaking hebben ze offers gebracht voor de wederopbouw van school en bibliotheek en ik zie nog Schilder in Amsterdam vertrekken met een vracht boeken die hij bij elkaar gebedeld had.
De schooldag in Kampen was voor velen een feestdag. .
Dit alles is ons in één keer ontnomen.
De deur ging dicht voor onze studenten; onze bijdragen waren niet langer welkom en we waren ons centrum kwijt.
Ook al is er dan een zekere toenadering in onze dagen, dit neemt niet weg dat we in Kampen voor ogen zien wat ons ontnomen is.
Lees ik in de krant dat een hervormd predikant dezer dagen in Kampen promoveert, dan zijn we blij met deze ontwikkeling, maar dit neemt het feit niet weg dat een theoloog uit onze kerken geweigerd werd.
Ik hoop dat de organisatoren er begrip voor kunnen hebben dat er uit onze kerken maar enkele van de vele belangstellenden op het symposium aanwezig waren.
Wil het vertrouwen, dat een eerste voorwaarde is voor verdere toenadering terug komen, dan is er meer nodig dan een voor ons toèqankelljk symposium.
Er zou een daad gesteld kunnen worden; b.V.: studenten uit onze kerken zijn welkom in Kampen voor hun opleiding.
Hier is haast bij, want het kon wel eens te laat zijn.
De tijd gaat snel, jongeren hebben onze plaatsen ingenomen en wat weten zij van K. Schilder en de bloeitijd in Kampen na de vrijmaking.

De erfenis van Schilder
Er is een foto van K. Schilder waarop we hem bezig zien op de preekstoel.
Hij is daar als een bouwvakker aan het werk en er gaat grote kracht van uit.
In een gesprek na een door hem geleide dienst zei hij: "Dit is maar het a.b.c., amice" en liet me vermoeden wat er op colleges te wachten stond.
Met Kuyper had Schilder gemeen dat waar hij kwam iets gebeurde. Hij was een volop dynamisch man.
In de kerken vroegen de leidende figuren zich aanvankelijk af waar deze bewegelijke theoloog (de donderwolk uit Oegstgeest)' op de duur uit zou komen.
Schilder had de moed tegen gangbare meningen in te gaan en kritische vragen te stellen in de gereformeerde wereld van zijn dagen, waarin sommigen van mening waren dat er na Kuyper en Bavinck weinig meer te ontdekken viel.
Nu honderd jaar na zijn geboorte vraag ik me af wat hiervan overgebleven is.
Er is getwist over de erfenis van Schilder; wat is daar van over. Hier en daar horen we wel Schilderiaanse termen als cultuur-mandaat, coetus en congregatio e.d., maar in mijn herinnering zijn de vrijgemaakte kerken een gesloten gemeenschap, perfect georganiseerd, maar alleen voor vrijgemaakten.
Op alle vragen is een antwoord niet alleen voor het kerkelijk, maar ook voor het maatschappelijk leven.
Vragen over de kerk zijn beantwoord in de belijdenis en met de houding tegenover b.V. de sociale verzekering zijn klare en duidelijke standpunten.
Vragen mochten nauwelijks gesteld worden.
Wat is er nu over van K.S: die zaken van zijn tijd aan de orde stelde, die tegen gangbare meningen in ging en perspectieven opende.
Ik heb begrepen dat het symposium voor herhaling vatbaar is, welnu, een discussie waarin we op zoek gaan naar de erfenis en ons bezinnen zou een onderwerp kunnen zijn.
Tenslotte: het grieft me dat als in bepaalde kerkelijke kringen de naam Schilder valt, gedacht wordt aan Aleid Schilder, een geziene gast in de kring van het IKON.
Haar boeken vind je in de winkel; die worden gelezen.
Lezen de jongere predikanten en meelevende gemeenteleden K. Schilder nog. Ik vrees dat dit niet dikwijls het geval is en dan rijst de vraag kunnen we hier iets aan doen.
Er verschijnen dit jaar nog al wat uitgaven waarin verschillende scribenten over K. Schilder handelen, maar men leert een auteur als K. Schilder veel beter kennen wanneer men een boek van hem leest dan een aantal over hem.
Herdenkingen en symposia schieten hun doel voorbij als de man die herdacht wordt niet dichter bij het volk wordt gebracht.

1 de uitdrukking is van dr. J.G. Geelkerken geciteerd door G. Harinck, Jaarboek voor de geschiedenis van de GereI. Kerken in Nederland, jaargang 3 pg 147

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief