Uit therapie

1991-01-04
  • Jaargang 35
  • nummer 1
De ouders kwamen hulp vragen bij de kinderpsychiater. Hun dochter van 8 was niet te hanteren. Ze luisterde niet, maakte steeds ruzie met haar broertje en weigerde ook maar iets voor haar ouders te doen. Het ergste was dat ze steeds snoep 'pikte': thuis, bij de buren, van andere kinderen en zelfs in winkels. Daarom werd ze 's avonds opgesloten op haar kamer. En iedere keer dat ze weer iets 'gepikt' had mocht ze voor straf een week geen televisie kijken.

Het was duidelijk dat de ouders met hun dochter vast waren gelopen; ze konden geen kant meer uit. Ook de dochter kon niet meer anders reageren dan ze reageerde. En op iedere strafmaatregel volgde weer nieuw verzetsgedrag. Door al deze konflikten bleef de emotionele ontwikkeling van de dochter achter. Ze paste steeds minder tussen haar leeftijdsgenoten; ook daar ontstonden steeds vaker ruzies.

Er werd een begin gemaakt met een therapie. De ouders hadden gesprekken met de kinderpsychiater; de dochter kreeg een vorm van speltherapie.
Tot er huisbezoek kwam. De ouders vertelden over de problemen met hun dochter. De ouderlingen rapporteerden de situatie op de kerkeraad. De predikant ging met de ouders praten.
Hij verbood hen nog langer de therapie te volgen. Ze moesten immers op de hoogte zijn van de wereldse gedachten achter alle therapie. Het was duivels werk, en wie zijn kind daaraan overleverde maakte het rijp voor het terrein van de Satan.

De ouders kwamen niet meer op het spreekuur, hun dochter ging niet meer naar therapie.

Natuurlijk kan lang niet ieder probleem door therapie worden opgelost.
In dit gezin gaven de gesprekken echter al in korte tijd resultaat te zien. De ouders waren meer ontspannen, de dochter reageerde meer coöperatief.
Jammer dat die positieve ontwikkeling stil werd gezet. Thuis zullen de problemen zich wel weer hebben opgestapeld.
Je vraagt je af hoe het in het gezin verder zal gaan. Weigert de dochter straks weer alles waarvan ze weet dat haar ouders het belangrijk vinden? Op het gebied van het geloof bijvoorbeeld?

Gelukkig is dit verhaal meer uitzondering dan regel. Predikanten en therapeuten werken steeds vaker in goede harmonie samen. Een samenwerking die een gezonde groei (en dus ook de groei naar een harmonieus geloofsleven) ten goede kan komen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief