Voor de kinderen
1991-01-04
Post uit Rwanda- Jaargang 35
- nummer 1
Groentemannen
Ik ben een beetje boos. Hoe dat komt?
Ach, het is omdat ik moe ben denk ik.
Snappen jullie dat niet? Gaan jullie niet mopperen als je moe bent? En jullie moeders dan, heb je nog nooit eensnauw gehad omdat je moeder moe was? Nou dan!
Ik zal jullie uitleggen hoe ik moe werd.
En als ik het jullie geschreven heb dan word ik vast wel weer vrolijk. Het kwam door de groentemannen. Groentemannen ja. Je hebt hier niet één groenteman in Butare, je hebt er soms wel honderd of nog meer. Iedereen kan groentemàn zijn. Veel mensen hebben geen werk en kunnen dus ook geen geld verdienen, want je krijgt hier nooit zomaar geld van de regering zoals in Nederland als je niet werken kunt. Sommige mensen gaan groente verkopen. Ze kopen dan bijv.
een kilo tomaten voor één.gulden en proberen die dan weer te verkopen voor f 1,25. Dan verdienen ze een beetje, juist: een kwartje. En als ze een hele mand vol tomaten kopen en verkopen, 10 kilo, dan verdienen ze...
10 kwartjes. Slim hè, zo kun je met een beetje geld meer geld maken. Maar wat gebeurt er nou: er komt een wagen vol tomaten in Butare en allemaal mensen gaan manden vol tomaten kopen en ze proberen ze allemaal weer te verkopen. En daar word ik nou moe van. Want ze komen allemaal bij ons aan het hek. We hebben geen voordeur met een bel, maar we hebben een hek. Tik,tik, tik, en ik ga kijken.
"Ha tomaten, ja, ik wil wel een kilo." Ik krijg een zakje vol en ga het in huis wegen. De tomaten die teveel zijn geef ik terug en ik betaal. Dan ga ik weer werken. Tik, tik, tik. Ik ga weer kijken. Weer tomaten. "Nee dank u, roep ik, ik heb al tomaten't.Kom eens hier." roept de man "Nee, " roep ik terug. "Kom roept de man, ik heb nog meer"; hij haalt de mand al van zijn hoofd. Ik ga toch maar even kijken. Op de tomaten liggen een paar banaantjes.
Goed dan, ik koop de banaantjes, 30 frank. "Nee zegt de groenteman, 40." Dat is teveel, dan maar niet, ik loop naar huis. "Goed dan 30" .roept de groenteman. "Kom terug, u zou ze kopen voor 30 frank. U hebt het gezegd."
Ik haal geld en koop de banaantjes.
Dan ga ik weer werken.
Beng, beng, beng. "Nu ga ik niet meer"
kijken," denk ik. Ik hoef geen tomaten en geen bananen, ik hoef niks. Beng, beng, beng. Ik moet wel gaan kijken want het slaan op het\hek wordt al harder. ik doe de deur een beetje open en roep "Ik hoef ruks.dank u weL"
"Maar het is heel goedkoop" roept de groenteman "Nee, ik hoef niet" zeg ik en doe nu de deur weer dlcht. Beng, beng, beng. De groenteman blijft staan, hij houdt een tomaat in de lucht.
Ik schud nee en ga weer werken. Even later ... je raadt het aL'En of ik nu nee zeg of niet, alle groentemannen beginnen te praten. Ze zeggen dat hun tomaten goedkoop zijn, 'of nog niet rijp zodat ik ze goed kan bewaren en sommige mensen worden' zelfs boos als ik niks koop en het lijkt wel of ze nooit geloven dat ik echt niet meer kopen wil. En ik word boos omdat de mensen me steeds storen en ook boos op mezelf omdat ik daar boós van word want ik weet ook best dat aldle mensen graag geld willen verdienen.
Hé, ik ben nu helemaal niet boos meer, het helpt om een verhaaltje te schrijven. Moet je ook eens proberen.