Eigentijds belijden

1991-01-04
  • Jaargang 35
  • nummer 1
In een Vrijgemaakt - Nederlands Gereformeerde gesprekskring ben ik een tijdje geledeln met het ontwerp voor een eigentijdse geloofsbelijdenis gekomen'.
De bespreking werd geen succes. De één vond dat we al belijdenisgeschriften genoeg hadden - daar hoefde niet zo nodig nog eentje bij.
Een ander vond al die papieren getuigenissen maar niks: je geloof belijd je in de praktijk van elke dag. Een derde was van mening, dat onze Drie Formulieren van Enigheid wel zo compleet en zo voor alle tijden zijn, dat er nooit en te nimmer enig ander stuk behoeft - wat zeg ik?: beh66rt te komen. Tot aan de einden der aarde en de einden der tijden Gods Woord volgens de Drie Formulieren.
En nog een ander mompelde iets over theologen-deskundigen en leken, en over schoenmakers die zich maar bij hun leest zouden moeten houden.

Motief en doel
Nou ben ik een beetje een eigenwijs mens. Ik geloof wel degelijk in de wenselijkheid van een eigentijdse formulering van wat we, tegenover de geest van de tijd, belijden. En wel om een aantal redenen:

1. Onze Schepper, die in Christus onze Vader wil zijn, is het waard om Hem in steeds weer nieuwe woorden te eren. Het geloof in Hem moet telkens weer worden geactualiseerd.

2. Er is rond de bestaande belijdenisgeschriften zo'n talmoed aan uitleggingen en preciseringen ontstaan, in zo'n theologisch jargon, en er zijn zoveel sub-culturele hoofd- en bijaccenten, dat een leek moeite moet doen het ievende geloof erbij te behouden en de geïnteresseerde buitenstaander zich schouderophalend afwendt. Jonge mensen voelen zich er niet door aangesproken.

3. Er is een eenvoudige, herkenbare samenvatting nodig waarmee álle gelovigen in deze tijd uit de voeten kunnen, allereerst naar elkaar toe en tevens naar hun leefwereld toe.

4. Gestalte geven aan de opdracht één te zijn behoort van een andere orde te zijn dan het gekibbel en geknibbel aangaande de vraag welke kerkorganisatorische vereniging met wie (en met wie vooral niet) gewenst is. Vooroordeel en nestgeur, mitsen en maar-en. Het gaat om de hartelijke (en zo concreet mogelijke) verbondenheid van allen die onze Heer Jezus Christus wezenlijk en metterdaad liefhebben én (daarin) om de verkondiging van het 'Alzo lief heeft God de wéreld gehad'.

Zetten we zo een streep door de aloude belijdenisgeschriften? Ik denk dat een eigentijdse formulering juist vanuit dezelfde intentie wil bijeenbrengen en het geloof uitzeggen.

Ik ben daarom zo vrij mijn 'proeve' te publiceren. Daarbij weegt het overtuigen van de noodzaak zwaarder dan de integrale acceptatie van de vormgeving.

Concept eigentijdse belijdenis

Criteria:
- Ze moet de centrale geloofswaarheden bevatten;
- ze moet antwoord geven op actuele vragen;
- ze moet door allen die de Here Jezus liefhebben en Hem willen volgen kunnen worden begrepen, herkend en beaamd;
- ze moet ook voor buitenstaanders duidelijk zijn;
- ze moet naar 'binnen' en naar 'buiten' als hoofdsom van het geloof te hanteren zijn;
- ze moet op een nieuwe wijze zijn geformuleerd; geijkte en binnenkerkelijk geladen termen moeten worden vermeden.

De Twaalf Artikelen hebben als grondpatroon gediend.

Tekst:
1. Wij geloven dat God, die wij uit de Bijbel kennen, op Zijn eigen unieke wijze het universum heeft geschapen.
De aarde is de planeet die Hij voor bewoning heeft toebereid. Voor alle levende wezens, die Hij naar hun eigen aard schiep, waren de bestaansvoorwaarden in voldoende mate aanwezig.
Wij mensen zijn voor de verantwoordelijkheid van een liefdevol beheer toegerust. Onze opdracht is goede rentmeesters te zijn.
Elk schepsel is door God gewild; Hij is het die aard en begaafdheid toeschikt en voor elk wezen de zin bepaalt.
Hoewel elk schepsel uniek is, .is alles op een bestaan in samenhang gericht.
Juist in die samenhang komen het individuele schepsel én het geheel tot wezenlijke ontplooiing, zo beantwoordt het geschapene aan zijn doel.
God, Die Liefde is, heeft daartoe wetten en normen gesteld. Zijn wetten kunnen niet zonder schade worden genegeerd; Zijn normen kunnen niet straffeloos worden overtreden.

2. Wij beamen het Woord van God, dat zegt dat wij in Adam overtreders zijn geworden. Wij belijden dat wij, in plaats van ons af te stemmen op datgene wat onze Schepper-Vader met ons en met Zijn schepping wil, voortdurend geneigd zijn ons vermeende eigen belang centraal te stellen en dat wij op die manier, nu en reeds de eeuwen door, onze Schepper-Vader in Zijn op Zijn schepping gerichte Liefde krenken.
Wij zijn haters van elkaar, in plaats van liefde te zijn, zoals God Liefde is.
Bouwers van eigen babeltorens. Uiteenwerpers van de samenhang. Vernielers van de schepping.
Wij geloven dat wij verloren zijn als God niet redt.

3. Wij geloven dat Hij dat doet en heeft gedaan door Jezus Christus, de mens geworden Zoon van God. Echt mens en waarlijk God. Hij heeft als onze vertegenwoordiger volkomen gedaan wat God vraagt. Hij heeft ons mensen als Gods.afgezant redding gebracht. Hij is onze Middelaar. In Hem heeft de wereld weer toekomst.
In Hem is het grote bederf tot staan gebracht. Hij heeft de dood overwonnen.
Hij zal alle dingen nieuw maken.
Wij kiezenin geloof voor Hem, omdat Hij voor ons gekozen heeft. Wij schuilen bij Hem. Wij verwachten het van Hem. En wij willen Zijn voorbeeld navolgen. Hij is onze Heer.
Wij geloven dat Hij nu bij de Vader is.
We zien reikhalzend uit naar Zijn terugkomst.
Hij heeft het beloofd.

4. Wij geloven in Gods Geest. Wij geloven dat Hij in staat is om ons, in navolging van onze Heer, weer eenswillend te maken met onze Schepper-Vader. Hij is dezelfde Heilige Geest die in Liefde het geschapene bedacht en op goddelijke wijze vorm gaf, en als stuwende en vernieuwende kracht in deze wereld aanwezig is. Hij is het die ons met Zichzelf vervult. Hij doet ons de Schepper-Vader kennen. Wij geven de dingen vorm zoals Hij. De Geest, die Zijn werk nooit loslaat, die het geschapene tot volle ontplooiing leidt. Hij, God, zal alles zijn en in allen.

5. Wij geloven de realiteit van een Volk van God, de gemeenschap van hen die zich gekozen en geheiligd weten in Christus en daarom van harte kiezen voor Hem, en die in hun leven daaraan metterdaad gestalte willen geven. Ze willen zich laten leiden door Gods Geest en zelf ook gericht zijn op een Heelheid van bestaan, eenswillend met hun Schepper-Vader.
Zij aanvaarden Gods Woord als richtlijn voor hun leven. Ze zoeken de eenheid met elkaar. Ze hebben het heil van alle mensen die op hun weg worden geplaatst op het oog. Zij begeren, in navolging van Jezus Christus hun Heer, het verlorene te redden, de rechtelozen recht te verschaffen, de hongerigen te voeden. Ze streven ernaar om, voorzover ze de mogelijkheid hebben, weerals goede rent meesters op aarde te verkeren.
Als gemeenschap willen zij een voorbeeld van een goede samenleving zijn.
Zij verkondigen de wereld Gods recht en Gods genade.

6. Wij geloven dat God in Zijn voorzienigheid het instituut van de overheid heeft besteld om het publieke leven te leiden ten goede. Nu de mens, na de positiekeus van onze eerste voorouders tot ongehoorzaamheid, geneigd is tot ik-gerichtheid en tot collectieve wij-gerichtheid, waardoor rivaliteit en vijandschap, onrecht en uitbuiting een structureel karakter hebben gekregen, hebben de overheden de taak het kwaad te beteugelen, ruimte te bieden aan de voortgang van het goede leven, de vrijheid te garanderen om God naar Zijn Woord te dienen.
De taak ook om uitbuiting van medemens en schepping tegen te gaan.

7. Wij geloven de opstanding van een nieuwen onvergankelijk lichaam na de dood. En wij geloven dat er een nieuwe aarde komt waarop Gods kinderen zullen leven op een manier die volmaakt beantwoordt aan de bedoeling van onze Schepper-Vader.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief