Mag alles wat kan? (2)

1991-01-18
  • Jaargang 35
  • nummer 2
Het lijkt mij ondertussen verstandig nu we op dit punt zijn aangekomen, om eens wat nader en nog wat praktischer in te gaan op de vraag: 'Wat kan er dan allemaal'. Om goed te kunnen beoordelen wat toelaatbaar is moet je toch eerst weten waar je eigenlijk over praat. Ik zal een aantal voorbeelden geven.

Baby Fae
Op 26 oktober 1984 opereerde dr. Leonard Bailey samen met zijn transplantatieteam van de Loma Linda universiteit in Californië een twee weken tevoren geboren baby, een meisje van vijf pond. Dit meisje was geboren met een zgn. 'hypoplastisch linker hart syndroom'.
Bij deze afwijking is het linker hart van het kind aanzienlijk kleiner dat de rechter kant en niet in staat om voldoende bloed door het lichaam te pompen. Deze vrij zeldzame afwijking is na enkele weken niet meer met het leven verenigbaar en alle kinderen die er mee geboren worden overlijden eraan. Er werd een 'xenograft, crossspecies' harttransplantatie verricht, waarbij de operateur het defecte hartje van het meisje verwijderde en dit verving door het hart van een gezonde, even grote aap, een baviaan. Twintig dagen later, op 15 november stierf het kind, over de hele wereld inmiddels bekend geworden als 'baby Fae', aan de gevolgen van de afstoting van het hart. Er was al vanaf het begin ook geen enkele kans geweest dat het kind zou overleven volgens de huidige stand van de medische wetenschap.
Toch had het meisje langer geleefd dan iemand voor haar, met het hart van een dier.
De commentaren in dit geval bewogen zich tussen "een triomf van medisch handelen" en een "belangrijke doorbraak op het terrein van de hartchirurgie"
en afgrijzen voor deze "alles maar doen school van experimenten met mensen" en het wat vriendelijker commentaar "wanneer goedbedoelende wetenschappers te ver gaan".
We zullen deze gebeurtenis nu niet verder bespreken maar u moet zich wel realiseren dat met het huidige tekort aan harten voor transplantatiedoeleinden, vooral voor hele kleine kinderen, de enige mogelijkheid om hierin wat verandering te brengen het uitvoeren van dergelijke experimenten is. Een andere mogelijkheid is om maar helemaal af te zien van behandeling van kinderen met dit soort afwijkingen.
Het dilemma waar we voor staan is dus de keuze tussen het laten overlijden van een klein aantal kinderen met dergelijke afwijkingen of door middel van bovenbeschreven experimenten zoeken naar een behandeling.

Donoren en hormonen
Een ander bericht in een dagblad van 9 oktober 1985. Uit een donoreicel en donorsperma hebben twee Brusselse hoogleraren de wereldprimeur gefabriceerd van een baby die vervolgens door een pleegmoeder werd gedragen.
Bij deze nieuwe techniek, die eerder in Australië werd geprobeerd, doch daar resulteerde in een miskraam, vindt bevruchting van een donoreicel door een donorzaadcel in het laboratorium plaats. De vrucht wordt daarna in een andere baarmoeder ingeplant dan waaruit de eicel afkomstig is. Het verdere verloop van zwangerschap en bevalling is normaal. Je kunt dus nu een kind krijgen uit eigen zaadcellen zonder de problemen van zwangerschap en bevalling; of je kunt een kind krijgen wanneer je geen eigen zaadcellen produceert door middel van een in je baarmoeder geïmplanteerde vrucht. Prettig zowel voor carrière-vrouwen als ook voor vrouwen die als draagmoeder willen bijverdienen.
Het kan ook anders.
Een 30-jarige moeder van twee gezonde kinderen wilde graag nog een derde kind. Aangezien dit maar niet leek te lukken wendde ze zich tot een Universiteitskliniek voor Verloskunde en Gynecologie. Door middel van een hormoonbehandeling bleek ze na verloop van tijd in verwachting van een vijfling. De schrik was groot en besloten werd tot een abortus van alle vijf vruchten. Dit vond men toch wel te gek en uiteindelijk werden drie van de vijf vruchten geaborteerd en werd ongeveer zeven maanden later een tweeling geboren. Welke drie vruchten veroordeeld werden tot abortus en welke twee uitgekozen voor het leven, werd er niet bij gezegd. Dit laatste is ook niet belangrijk wanneer je van mening bent dat er vóór een bepaalde periode geen sprake is van menselijk leven. Ook dit voorval werd door een aantal dagbladen als 'een triomf van medisch kunnen' gebracht.

Genetische manipulatie
Wanneer de mogelijkheden van genetische manipulatie en prenatale diagnostiek nog worden uitgebreid in de nabije toekomst dan is het niet ondenkbaar, dat je in een dergelijk geval op alles kunt selecteren wat je maar wilt; sekse, I.O., haarkleur, maar ook toekomstige gezondheid zonder aanleg voor kanker of hart- en vaatziekten.
Dat dit natuurlijk van buitengewoon groot belang is kunt u zich voorstellen, vooral met het oog op de economie en de noodzakelijke bezuinigingen in de gezondheidszorg. De grenzen van de zorg lijken in zicht te komen en in een aantal gevallen al bereikt te zijn. De vraag wordt dan niet 'mag alles wat kan, maar 'kan alles wat mag', of ook 'kan alles wat kan', en beide vragen zullen met nee moeten worden beantwoord.
Prenatale selectie van toekomstige mensen met zeer lage gezondheidsrisico's is dus uitermate belangrijk en bedenk dan ook nog eens wat je voorkomt aan lijden aan toekomstige ziekten, zwakheden, gebreken en voortijdige dood. Op deze manier kun je gemakkelijk sociaal-economische en ethische motieven verwarren en een verkeerde redenering ogenschijnlijk goedpraten.

Karikatuur?
U zou nu de indruk kunnen hebben dat ik u een karikatuur voorgehouden heb van de huidige en eventuele toekomstige geneeskunde. Het lijkt erop dat ik alleen maar extremen heb aangehaald om de geneeskunde te schetsen. Alsof het pastoraat alleen en uitsluitend zou bestaan uit wonderbaarlijke bekeringen.
Al hoewel u wel een beetje gelijk hebt, moet u zich wel realiseren dat wat ik noemde vandaag allemaal al mogelijk is of op korte termijn zal worden.
Denk daarbij ook maar aan prenatale diagnostiek eventueel gevolgd door abortus wanneer een 'mongooltje' of 'een open ruggetje' geboren dreigt te worden. We kunnen met onze kunstharten, kunstnieren en kunstlongen patiënten op de Intensive Care bijna ongelimiteerd in leven houden.
We kunnen een veelheid van organen transplanteren. We kunnen een aantal ziekten mogelijk bestrijden door foetaal hersenweefsel te transplanteren.
Je kunt daarvoor wachten op een spontane abortus, maar je zou er ook foetussen voor kunnen kweken en ze gebruiken "nog voor de tijd dat er sprake is van menselijk leven".
Je treft kortom in onze geneeskunde voorbeelden aan van werkelijke zegeningen voor vroeger onbehandelbare en ten dode opgeschreven patiënten; voorbeelden van het bijna letterlijk kunnen geven van een nieuw leven door middel van een niertransplantatie aan een patiënt die tot dan toe volledig afhankelijk was van drie of vier maal in de week dialyseren en zich eigenlijk nooit goed voelde.
Moderne geneeskunde; zegen en vloek, bevrijding en bedreiging, blijdschap bij genezing en verlegenheid wanneer behandelen te ver ging en uitsluitend lijden overbleef. Aan de ene kant een bijna onbegrijpelijke zorgvuldigheid met het leven en aan de andere kant een ongelooflijke zorgeloosheid met datzelfde leven. Het ten koste van alles in leven houden van te vroeg geborenen en het 'zomaar' aborteren van gezonde vruchten, "omdat zwangerschap niet uitkwam of weer een kind te veel werd".

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief