Wij hebben zijn ster zien opgaan
1991-01-18
Wie kent niet het schone relaas van de Wijzen uit het Oosten? Dat geleerden uit een ver land het kindeke Jezus hun hulde kwamen brengen? Het is een van de bekendste geschiedenissen uit de Bijbel en voor christenen altijd een boeiend verlengstuk van het Kerstfeest.- Jaargang 35
- nummer 2
Maar hier brengt het Evangelie ons onverhoeds in contact met een stukje astrologie: voorkennis, aan de sterren ontleend. En omdat de profeet Micha, naast de aanduiding van Bethlehem, de persoon van de jonge Messias in direct verband brengt met deze 'magiërs', moesten we dit gegeven maar niet overslaan.
De Wijzen
Het woord wijzen slaat niet (alleen) op grote boekenwijsheid, maar vooral op bezitters en beoefenaars van verborgen wijsheid: magie, sterrenwichelarij, toverij. Ze kwamen uit de vervloekte stam van Cham (Kanaän) en heetten Assyriërs 1. Hun oorspronkelijke steden waren Babel en Nineveh; later zwermde Kanaän uit tot Tyrus en Sidon, tot Filistea en tot Sodom en Gomorra.
Geen beste namen. Denk aan de torenbouw van Babel, aan Jona's opdracht tegen Nineveh; denk bij Filistea aan Simson en andere richters; denk aan de vervloekingen over Tyrus en Sidon", de verwoesting van Sodom.
En denk bij Babel nog eens aan Daniël, zijn vrienden, en aan de tovenaars, waarzeggers en astrologen! In Babel was Daniël geconfronteerd met de Chaldese zwarte kunst en - hoewel terdege opgeleid in de kennis van de Chaldeërs - door God de Heere begaafd met tien maal zoveel wijsheid.
Net zoals Mozes, opgevoèd in de wijsheid der Egyptenaren, de toverij van Egypte kende en kon weerstaan. Net zoals Jozef aan Farao's hof een zilveren beker had "waarbij hij de toekomst voorspelde'", maar toch een instrument in Gods hand mocht zijn, om Gods eigen volk te doen overleven.
Juist vanwege dit heidendom had de Heere Abraham uit Ur der Chaldeeën weggeroepen en later eveneens Rebecca: om niet door de afgoderij te worden verleid. Want de Chaldeeën hadden van hun kennis hun religie gemaakt; hun wijsheid was tot onwijsheid geworden.
Wij hebben zijn ster zien opgaan
Een groep van deze magiërs maakte de verre reis naar Jerusalem.
Waarom? Ze hadden uit de sterren gelezen dat er een koningskind was geboren, en wel in Israël. Eenparig hadden ze de conclusie getrokken: dit is wereldnieuws. Want de laatste erfprinsen van Israël waren" eeuwen geleden gedood. Daarna was Israël een Griekse, dan een Romeinse, kolonie geworden - het koningshuis scheen uitgestorven. (Maar Jozef en Maria waren van koninklijke bloede!)
Ze kwamen te Jerusalem en legden hun vraag aan Herodes de Grote voor, die als landvoogd van de Romeinse keizer over Israël regeerde. Herodes' naam betekent: zoon van een held. En deze heldenzoon had grote belangstelling voor de pasgeboren koningszoon.
Vandaar dat hij de wijzen uit het Westen te hulp riep: waar zou een koning van jullie te verwachten zijn? De Schriftgeleerden voegden hun kennis bij de Oosterse wijsheid: in Bethlehem, zoals Micha voorzegd heeft. Dat is de stad, waar David geboren is en waar de Leidsman van Israël geboren zou worden 5.
Maar Micha zei nog meer. En was Herodes attent op een koninklijke rivaal - hij vernam nu, dat het ging om een kind, "wiens oorsprongen zijn van eeuwigheid". Het ging om een godenzoon, de Zoon van God! De heIdenzoon sloeg de schrik om het hart. Vandaar zijn geveinsde eerbied en de uitdrukkelijke vraag aan de Wijzen, om hem vooral verder te informeren. Hetgeen door Gods ingrijpen verijdeld werd, ondanks de kindermoord.
En Micha had nóg meer gezegd. Het koningskind zou een wereldvorst worden, en wel een vredevorst en... Een, die Assur te woord zou staan! Een, die de toverijen en waarzeggerijen van de Wijzen uit het Oosten te boven zou komen. De kring was rond. De Wijzen gingen op zoek naar een jonge koning - maar de Schrift had hen zien aankomen.
De boodschap lag al klaar.
Wijsheid uit sterren
De wijze mannen uit het Oosten hadden hun wijsheid uit de sterren gehaaid.
De wijze mannen uit het Westen raadpleegden de Schriften, Gods eigen woord.
Maar welke wijsheid schuilt er nu in de sterren? De Schrift zegt er nog al wat over. De zon, de maan en de sterren zijn geschapen 6 tot tekenen, tot gezette tijden, dagen en jaren; om licht te geven bij nacht en dag en om te heersen over dag en nacht.
Tekenen: denk eens aan Jozef. Die zag de zon, de maan en 11 sterren zich buigen. De broers en zijn ouders verstonden deze symbolen heel goed: de broers waren razend, maar Jacob ,,'bewaarde deze zaak". En het is er wel van gekomen?
Beheersen. De zon geeft niet alleen licht en warmte, maar beheerst de dag: bepaalt ochtend en avond, bepaalt de jaarkring en de jaargetijden.
Wijst ook als teken op de Zon der gerechtigheid.
Zo beheerst de maan onze maanden, beheerst met haar 4 kwartiereo de weken, levert de volle maan en de nieuwe maan (die diep in de natuur doorwerken) en beheerst, samen met de zon, de getijden van eb en vloed: onmetelijke krachtbronnen. Dat heersen wordt in de psalmen (bv 136) duidelijk herhaald.
En de sterren? Ook hun is macht gegeven om te heersen, als de zon en de maan. Ze bepalen de koers van reizigers en zeelieden; ze geven de plaats aan waar een waarnemer zich bevindt; ze geven zelfs de nachtelijke uren aan.
Ze vormen de sterrenbeelden zoals de Dierenriem, de Wagen, de Orion, het Zevengesternte (merkt u dat we midden in de astrologie zitten?) en Job spreekt ook van de "wetten der sterren", als wetten van heersers. Maar hij zegt erbij: dat God hoger is dan de sterren en er overheen kijkt. De sterren zijn immers slechts tekenen van Gods majesteit 9. God schiep de sterren, kent ze bij name, telt ze, heerst over hen10. En het was de grote zonde van Babel, zijn troon bóven de sterren te willen plaatsen, als God te zijn.
Gods waarschuwing
God de Heere waarschuwde zijn volk herhaaldelijk en ernstig voor de zonde der omringende volken: die deze schepselen vereerden met offergaven en gehoorzaamheid. Israël moest gans anders zijn, want Israël was Gods eigendom 11. Israël mocht van de zon genieten, maar die niet vereren; mocht zich in de maan verblijden, maar er niet aan offeren; mocht de sterren kennen en hun taal verstaanmaar er zich niet aan onderwerpen!
Want aan Israël waren Gods inzettingen en verordeningen bekend gemaakt - dat had Hij tot dan toe aan geen enkel volk gedaan 12.
Als de sterren spreken - en dat doen ze - dan blijven ze onderworpen aan het grote spreken van God. Dan moeten we elk spreken toetsen aan wat de Schrift zegt. We mogen letten op de avondlucht, het morgenrood, de tekenen der tijden; we mogen uitzien naar het teken van de Zoon des mensen (dat aan de hemel te zien zal zijn!) maar we moeten ons daarbij niet van de Schrift afkeren, juist naar de Christus der Schriften toekeren.
Wijzen van Oost en West
Ja, daar kwamen de wijzen uit het Oosten, beladen met geschenken en beladen met hun verkregen kennis. Ze hebben de wijzen uit het Westen ontmoet en mochten hun oosterse wijsheid bij de wijsheid der Schriften teIlen.
Zo vonden zij het Kindeke, geleid door de profeten en de sterren. Ze hebben hun offers gebracht en de Vredevorst aangebeden. En hebben zich verheugd met zeer grote vreugde.
En daar zaten de Schriftgeleerden. Ze zaten bovenop de profeten, keken neer op de heidense tovenaars, schudden hun hoofden en hebben de Messias niet gezien. Wegwijzers, meer niet.
De laatsten gingen de eersten voor.
De wijzen vertegenwoordigden "de volheid der neldenen"!", die éérst moet ingaan: Egypte, Babel, de Filistijn, de Tyriër, alle volken van psalm 87.
Er blijven vragen. Maar vooral deze vraag: Als Jezus weerkomt - niet als koningskind, maar als de Koning der koningen - zal Hij dan bij zijn eigen volk het geloof aantreffen, dat de Schriftgeleerden misten? 15
1 Gen. 10
2 Jer. 25,27; Jes. 23
3 Gen. 44:5
4 2 Kon. 25:7
5 Micha 5
6 Gen.1:4,18
7 primitieve volken zien de zon altijd als mannelijk; terecht, zei Fr. van Eeden
8 Job 9:9; 38:31-33
9 Psalm 8:4
10 Psalm 147:4
11 Deut. 4:19,20
12 Psalm 147:19,20
13 Jes. 47:12,13
14 Rom. 11:25
15 Luc. 18:8