Boekbespreking
1991-01-18
De jongeren een jongere zijn- Jaargang 35
- nummer 2
Ds. C.G. Geluk: De jongeren een jongere zijn; Kok Voorhoeve, Kampen, 112 pagina's, , 17,90.
,,Laten we als kerken eens kijken naar omroepen en politieke partijen. Zij houden zich steeds bezig met de vraag: hoe kunnen we de jongeren bereiken?" Zo begint het boek 'De jongeren een jongere zijn'. Het werd geschreven door ds. C.G. Geluk, direkteur van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond.
Ds. Geluk heef een gemakkelijk toegankelijke stijl van schrijven. De 25 hoofdstukken uit dit boek zijn zeer leesbaar. Een nadeel is dat sommige bijdragen wat eenzijdig zijn. De auteur erkent dit zelf ook: "Ik stel het allemaal wat zwart-wit, maar dat doe ik voor de duidelijkheid" (68). Ik heb de indruk dat ds. Geluk vooral schrijft vanuit de achtergrond van gezinnen (dorpen, kerken) waarbij 'het gezag nog in aanzien staat'. In zo'n (uniforme) omgeving zijn er veel regels 'omdat het nu eenmaal altijd zo geweest is en omdat iedereen het zo doet'. Voor die regels worden zelden echte argumenten aangedragen. Het is terecht dat de auteur erop wijst dat dit gebrek aan argumentatie jongeren in deze tijd niets verder helpt. Als ze buiten het dorp gaan wonen blijkt dat ze niet hebben geleerd om hun standpunt te verdedigen.
In plaatsen waar kerkgang en geloof allerminst vanzelfsprekend zijn, doet zich een probleem voor waar ds. Geluk veel minder over schrijft. Daar zijn ouders vaak onzeker, ze kunnen niet terugvallen op de regels van de buren, de vrienden, de kerk. Die onzekerheid ontstaat niet pas als de kinderen hun ouders in kennis voorbijstreven (hoofdstuk 10). Sommige ouders hebben juist een duwtje in de rug nodig: het besef dat goede gewoonten bij de opvoeding behulpzaam kunnen zijn.
Natuurlijk zal de betekenis van die gewoonten aan de kinderen uitgelegd moeten worden, zeker als ze wat ouder zijn.
Mensen die eerder publikaties van de hand van ds. Geluk hebben gelezen zullen een aantal onderwerpen in dit boek opnieuw tegen komen. Ds. Geluk schrijft vooral over de houding van ouderen tegenover jongeren. Hij roept op om jongeren serieus te nemen, met hen in gesprek te gaan en niet bang te zijn voor kritische vragen (die vragen zijn juist nodig om tot eigen keuzen te komen). Het boek wijst ook op onze gemakkelijke aandacht voor uiterlijkheden.
"Zouden we blij zijn met een punker in de kerk en dat ook laten blijken? Of....?"
Het boek is niet volledig (dat hoeft ook niet), het biedt wel (vaak al bekende) stof die (toch) steeds weer overdacht moet worden. Dat er af en toe een ander accent toegevoegd kan worden heeft ten dele te maken met het karakter van het boek, voor een ander deel mogelijk met de 'doelgroep' die de auteur op het oog heeft gehad.